Op reis met Vlaamse meesters: Zo schuifelden koeien 150 jaar geleden nog door Gent

Elke week leiden Jos Vandervelden en fotograaf Alexander Dumarey je naar een plek in Vlaanderen of Brussel waar onze grootste schilders hun schildersezel opstelden. Ooit vonden schilders het de volmaakte plekken om verzinnelijkt te worden op het canvas. Vaak zijn ze het nu nog. Soms zijn ze het niet meer. Het schilderij van toen en het beeld van nu.

Vandaag: "De Meersstraat" van Xavier De Cock uit 1862 of hoe de stad Gent goed 150 jaar geleden transformeerde tot een stenen stad 

Het is nauwelijks te geloven, maar de nu compleet verstedelijkte Meersstraat in het zuiden van Gent ligt op vrijwel exact dezelfde plaats als de zompige landweg die Xavier De Cock in 1862 schilderde. De koeien die waarschijnlijk naar hun stal dicht bij de stadspoorten liepen, waren aan een van hun laatste tochten bezig. Het weelderige groene landschap zou in enkele decennia transformeren tot een stenen stad.  Nog later zou het uitzicht van De Cock doorkliefd en versneden worden door de Gentse ringvaart, de E40 en de spoorlijn met het station Gent-Sint-Pieters.

De Cock schilderde zijn aarden weg destijds van de stad weg, in de zuidelijke richting met weilanden en meersen. De koeien marcheerden vermoedelijk naar een van de boerderijen dicht bij de stadsomwalling. Officieel kreeg de Meersstraat haar naam pas in 1877 toen de eerste plannen werden gesmeed voor doorgedreven bebouwing buiten de wallen. 

De kerk in de verte is die van Sint-Pieters-Aalst. Nog voor de kerk moet ergens de prille versie van de spoorlijn Brussel-Oostende passeren. Negentiende-eeuwse kaarten laten trouwens zien dat er in het groene weidelandschap van De Cock wel degelijk bebouwing was. Het lijkt of de schilder die slim heeft weggemoffeld. 

Steen en beton

In de tweede helft van de negentiende eeuw onderging Gent ingrijpende veranderingen. De stad telde meer dan duizend textielbedrijfjes en talrijke fabriekstorens. Het inwonersaantal ging gezwind boven de honderdduizend. Daarmee kon de verstedelijking buiten de historische stadspoorten beginnen. De stad kwam met een urbanisatieplan, poorten werden afgebroken en de omwallingen gedempt.

Vanaf het einde van de negentiende eeuw werd het groene land onder de Hoge Vest, tussen de Heuvelpoort en de Kortrijkse Poort, ijlings bebouwd met rijhuizen van twee of drie bouwlagen. De Meersstraat kreeg haar vorm die ze heden nog steeds heeft. Wat nu steen en asfalt is, was ruim 150 jaar geleden een aardeweg vermalen door koeienhoeven.

Het rechtschapen land

Xavier De Cocks Meersstraat geeft vooral een romantische en idealiserende interpretatie van het land. Zo wilden de stedelingen het in de gedistingeerde kunstsalons van toen graag zien. Ze hadden meegemaakt hoe de overbevolkte stad de laatste landelijkheid verloor. Het moest lijken of het rechtschapen land nog buiten de stadspoorten van Gent  te vinden was. 

Van sociaal-realisme of maatschappelijk commentaar is er bij De Cock en de andere landschapsschilders van zijn tijd doorgaans weinig sprake. Of is er dan toch iets met de wat gekwelde blik van de jonge koeienhoeder op de voorgrond? Want natuurlijk laat dit schilderij ook zien hoe heel jonge kinderen meewerkten op het land. 

De schatkamer van de Leiestreek

Xavier De Cock blonk uit in vrije natuurschildering. Hij vond inspiratie in de schildersschool van het Franse plaatsje Barbizon. 'De Meersstraat in Gent" schilderde hij nadat hij Frankrijk definitief vaarwel had gezegd om zich te vestigen in het Leiedorp Deurle. Daar werd hij met zijn pre-impressionistisch werk een van de eerste schilders die de schatkamer van de Leiestreek ontdekten.

De Cock was groot geworden binnen de poorten van het snel industrialiserende Gent. De stad was nog grotendeels omwald. Eens buiten de omwalling contrasteerden de groene landerijen en vrije natuur. De Cock groeide op in de Pekelharing in Gent. Via de zuiderse Heuvelpoort zat de jonge De Cock meteen in het open landschap, met weilanden en een oude buurtweg, de Meersstraat. 

Xavier De Cock specialiseerde zich als animalier of dierenschilder. In de negentiende eeuw waren zo realistisch mogelijk geschilderde dieren erg gegeerd. En dieren sloten perfect aan bij het natuurgevoel dat De Cock in Barbizon had opgepikt. De koeien spelen de hoofdrol en zijn met finesse en veel onderscheid geschilderd. De koeienhoeders zijn de figuranten. Het symmetrische landschap geeft structuur. Zoals bij veel van zijn schilderijen is groen de dominante kleur. De lichtinval is zo realistisch mogelijk benaderd.

De Cock heeft geen vooraanstaande plek veroverd in de Vlaamse kunstgeschiedenis. Daarvoor was hij te veel een overgangsfiguur tussen stijlen. Met zijn soort idyllische landschappen en impressies van dieren was De Cock in zijn tijd trouwens al een veel meer gegeerde naam in de Franse kunstscène dan in die van zijn eigen land. 

"De Meersstraat in Gent" van Xavier De Cock hangt in het MSK Gent