Kwaliteit van het onderwijs meten: hoe gebeurt dat eigenlijk?

De discussie over de kwaliteit van ons onderwijs woedt volop. Ons onderwijs verliest van zijn pluimen, hoor je wel eens, en we tuimelen naar beneden in allerlei peilingen en onderzoeken. Even terugspoelen. Hoe groot is het probleem eigenlijk? Hoe meet je de kwaliteit van het onderwijs? We zetten de meetinstrumenten op een rijtje. 

Laten we beginnen bij het begin. De Vlaamse overheid bepaalt in eindtermen wat leerlingen minimaal moeten kennen en kunnen. In alle netten, bij alle koepels. De eindtermen waren na 20 jaar verouderd en niet meer aangepaste aan de snel veranderende samenleving. Het Vlaams parlement heeft ze vorig jaar gemoderniseerd. Vanaf 1 september 2019 gaan ze in. Een basisgeletterdheid Nederlands, wiskunde en financiële en digitale vaardigheden voor elke leerling zijn belangrijke vernieuwingen.

Vlaamse onderwijsinspectie

De Vlaamse onderwijsinspectie controleert of scholen die minimumvereisten uit de eindtermen ook echt halen. En ze waakt zo dus over de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs. De inspectie 2.0., zoals ze nu heet, zal scholen minstens om de 6 jaar (vroeger om de 10 jaar) bezoeken en evalueren, als partner van de school. Niet langer als boeman. Met aandacht voor de leerlingenbegeleiding en kwaliteitszorg.

Leerplannen, interdiocesane proeven en OVSG-toetsen

De koepels en onderwijsverstrekkers werken de eindtermen uit in hun leerplannen. En ze hebben de vrijheid om ook méér te doen, om de lat hoger te leggen. Dat verklaarde lang de hogere kwaliteit van het Katholiek Onderwijs, al is dat verschil aan het verkleinen.

De onderwijsverstrekkers controleren vervolgens zelf hoe hun leerlingen presteren en of ze hun leerdoelen en eindtermen halen. Ze meten dus zelf de kwaliteit van hun onderwijs. Vanaf dit schooljaar (2018-2019) moet elke lagere school op het einde van het zesde leerjaar van elke leerling een speciale toets afnemen voor ten minste drie leergebieden.

Het GO en de OVSG (gemeentelijke en stedelijke scholen) gebruiken hiervoor dezelfde OVSG-toets of paralleltoetsen. Daarin worden kennis en ook vaardigheden van alle domeinen uit de eindtermen en leerdoelstelling, zoals ICT-, technische (STEM), muzische en sportieve vaardigheden getest.

Het Katholiek Onderwijs neemt interdiocesane proeven af. Wiskunde, Nederlands en wereldoriëntatie worden getest.

Vlaamse peilingsproeven

Dan zijn er ook Vlaamse peilingsproeven. Die onderzoeken elk jaar in welke mate de eindtermen gehaald worden in een ander vak, bij andere leerlingen. Dit jaar (2019) worden de resultaten bekend gemaakt van een onderzoek naar Nederlands in het basisonderwijs en wiskunde in de eerste graad van het secundair onderwijs ASO. En naar lezen bij leerlingen van het zesde leerjaar.

Vorig jaar werden de resultaten van de peilingsproef Frans voorgesteld. 7 op de 10 van hen haalden wel de eindtermen luisteren voor Frans, maar minder dan de helft (45%) voor lezen. Vergelijkingen met de vorige peiling Frans, in 2008, zijn moeilijk, want in 2010 heeft de Vlaamse overheid nieuwe eindtermen Frans ingevoerd. 

Internationaal onderzoek

En dan zijn er de internationaal vergelijkende studies.  Enkele belangrijke voorbeelden op een rijtje:

  • PIRLS (Progress in International Reading Literacy Study)

Sinds 2001 vindt dit onderzoek om de 5 jaar plaats in verschillende landen. Het onderzoekt telkens hoe leerlingen van het vierde leerjaar scoren op begrijpend lezen.

De resultaten van het laatste onderzoek werden vorig jaar bekend gemaakt (2018). 5.400 leerlingen uit ongeveer 150 Vlaamse scholen namen deel. 97% van hen haalde het basisniveau begrijpend lezen, maar in vergelijking met 10 jaar geleden (de laatste keer dat Vlaanderen deelnam) is het niveau fors gedaald, met 22 punten.

  • PISA (Program for International Student Assessment)

Deze studie, op initiatief van de OESO, test 15-jarigen op hun leesvaardigheid, wiskundige en wetenschappelijke geletterdheid, welke richting ze ook volgen. PISA vond voor het eerst plaats in 2000 en wordt sindsdien driejaarlijks afgenomen. Bij elk onderzoek staat één domein extra in de kijker en komen de andere 2 domeinen in beperktere mate aan bod.

Bij de laatste meting in 2015 scoorde Vlaanderen nog altijd zeer goed in wiskunde -en wetenschappelijke geletterdheid. Het aantal toppresteerders voor leesvaardigheid veranderde niet tussen 2009 en 2015, maar het aandeel laagpresteerders nam wel toe: van ruim 13% in 2009 naar 17% in 2015. Dat is significant. 

  • TIMSS (Trends in International Mathematics and Science Study)

Hier worden de wiskundige en wetenschappelijke kennis onder de loep genomen. De toetsen worden sinds 1995 om de vier jaar afgenomen bij leerlingen van het vierde leerjaar en bij leerlingen uit het tweede jaar van het secundair onderwijs. Vlaanderen nam al verschillende keren deel. Bij de laatste meting in 2015 scoorde Vlaanderen heel goed. 

Centraal examen?

Om de kwaliteit van het onderwijs te meten, werken verschillende buurlanden vaak met centrale examens. Eén zelfde examen voor alle leerlingen in bijvoorbeeld het einde van het zesde leerjaar of het zesde middelbaar. Zo heeft Frankrijk het Baccalauréat, Duitsland de Abitur, Engeland de A-levels en Nederland het eindexamen.

In Vlaanderen zijn er geen centrale examens. De discussie laait af en toe op bij politici, wetenschappers en de koepels. Zo is bijvoorbeeld Open VLD-voorzitter Gwendolyn Rutten voorstander van een centraal examen. Dat objectiveert de kwaliteit, is het argument. Het Katholiek onderwijs is tegen want, zo vinden zij, er is het risico dat leerkrachten naar het examen toewerken in plaats van naar de eindtermen. Dat verschraalt de kwaliteit.  

Conclusies

Er bestaan dus heel wat instrumenten om de kwaliteit van ons onderwijs te meten en controleren: eindtermen van de Vlaamse overheid, leerplannen en toetsen van de koepels, Vlaamse inspectie, Vlaamse peilingsproeven en internationale vergelijkende studies.

Maar is het voldoende om de kwaliteit op te volgen? Een probleem is dat al deze studies en onderzoeken elk een andere invalshoek hebben en verschillende leerlingengroepen onderzoeken. En Vlaanderen neemt niet altijd aan elke ronde van die internationale onderzoeken deel. Of verandert er al eens iets aan de testen of de eindtermen waardoor vergelijken op lange termijn moeilijker wordt.

De data van al deze meet -en controle-instrumenten kan je dus niet één op één vergelijken. Ze vergen een genuanceerde, professionele en wetenschappelijke bril om ze te lezen, te interpreteren en oplossingen te formuleren. Misschien is er dus nood aan een betere afstemming van de onderzoeken en aan meer vergelijkbare data.