Video player inladen...

Leerlingen basisonderwijs scoren slechter op lezen en luisteren dan vijf jaar geleden

Leerlingen in het basisonderwijs scoren minder goed op begrijpend lezen en luisteren dan vijf jaar geleden. Dat blijkt uit een Vlaamse studie naar de kennis van de eindtermen. In totaal haalt 84 procent van de leerlingen de eindtermen, tegenover 92 procent in 2013.

De peiling werd eind vorig schooljaar afgenomen bij 3.119 leerlingen uit 119 basisscholen en bestond uit drie proeven. Een eerste schriftelijke toets peilde naar de vaardigheid om Nederlands te lezen. De tweede toets had betrekking op de vaardigheid luisteren. Tijdens een praktische toets schrijven moesten de leerlingen aantonen in welke mate ze een tekst kunnen schrijven zonder fouten te maken tegen de grammatica- en spellingsregels.

De resultaten voor de toetsen lezen en luisteren zijn gelijklopend, al zijn ze in beide gevallen minder goed dan vijf jaar geleden (zie tabel). Uit de praktische proef blijkt dat drie vierde van de leerlingen een oproep of een brief met instructies kan schrijven zonder spellingsfouten. Ongeveer de helft zondigt tegen de grammaticaregels.

Voor alle toetsen halen meisjes vaker de eindtermen dan jongens. Leerlingen die thuis geen Nederlands spreken of die uit een kansarm gezin komen, halen minder goede resultaten. Hoe meer onderwijservaring de leraar heeft, hoe beter de prestaties zijn van de leerlingen voor lezen. Ook de gebruikte handboeken zijn van belang. Het werken met het ene handboek geeft betere resultaten dan andere werkboeken.

Minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) zegt dat het feit dat meer dan acht op de tien leerlingen de eindtermen haalt nog altijd goed is, maar dat de dalende tendens van de cijfers duidelijk maakt dat er meer middelen nodig zijn voor het basisonderwijs met extra aandacht voor taalondersteuning.

Crevits zegt dat er terug focus moet komen op bijvoorbeeld de tijd die men in het basisonderwijs krijgt voor taalonderwijs. Die moet weer toenemen. "Een onderzoek van twee jaar geleden toont aan dat het aantal uren dat besteed wordt aan begrijpend lezen gedaald is. Dat kan eigenlijk niet."

Wiskunde

Naast de peiling naar de eindtermen van het Nederlands in het basisonderwijs, werd er ook gepeild naar de eindtermen voor wiskunde in de eerste graad van het secundair onderwijs (A-stroom).

Op zes van de negen toetsen halen de leerlingen de eindtermen. Vooral ruimtemeetkunde (96 procent) en getalinzicht (73 procent) doen het goed. Voor bewerkingen (22 procent), rekenen met veeltermen (28 procent) en evenredigheden (45 procent) zijn de resultaten ondermaats. In vergelijking met de vorige peiling in 2009 wisselen de resultaten. Voor sommige toetsen zijn ze beter, voor andere slechter.

Opvallend is dat de motivatie voor wiskunde, vooral bij meisjes, erop vooruitgegaan is

Twee derde van de leerlingen doet graag wiskunde. Opvallend is dat de motivatie van de leerlingen voor wiskunde, vooral bij meisjes, erop vooruitgegaan is ten opzichte van 2009.

Op bijna de helft van de proeven doen jongens het beter dan meisjes. Leerlingen die thuis een andere taal spreken doen het minder goed op alle domeinen. Een belangrijke factor in het verklaren van de resultaten is de motivatie van de leerlingen voor wiskunde en het belang dat ze eraan hechten. Ook de attitude van de ouders ten opzichte van wiskunde hangt positief samen met de prestaties van de kinderen.

Bekijk hieronder het gesprek met minister Crevits in "Het Journaal":

Video player inladen...