Video player inladen...

Raadsels van Rwanda, 25 jaar later: naar schatting 1,1 miljoen doden in 100 dagen tijd

Rwanda staat dit weekend stil bij de herdenking van 25 jaar volkerenmoord. Volgens academisch onderzoek vielen er naar schatting 1,1 miljoen doden in 100 dagen tijd, bij de genocide op de Tutsi-bevolking en de massamoorden ook op de Hutu-bevolking en de Twa. Maar de Rwandese tragedie is niet begonnen in de nacht van 6 op 7 april 1994, nu 25 jaar geleden, maar wel meer dan drie jaar eerder, in de prille ochtend van 1 oktober 1990. Toen vielen de rebellen van het Rwandees Patriottisch Front vanuit Oeganda het noorden van Rwanda binnen. Dat betekende het begin van de totale ontreddering van het kleine doodarme Rwanda, toen ook al de lieveling van de Belgische ontwikkelingssamenwerking. De sluimerende en nooit-opgeloste conflicten uit het verleden barstten weer helemaal open. 

De Rwandese tragedie die zich 25 jaar geleden afspeelde, kan men niet los zien van de complexe voorgeschiedenis van dat kleine landje in Centraal-Afrika, ongeveer zo groot als België met nu al zo'n 12 miljoen inwoners. Overbevolkt en doodarm.

Als eerst de Duitse kolonisatoren en vanaf 1916 de Belgen het strategisch gelegen Rwanda als een kolonie gaan beheren onder toezicht van de Volkenbond (later de Verenigde Naties) bestaat er al een strakke hiërarchie die dateert uit een ver verleden: de koning ("mwami" in het Kinyarwanda) regeert met zijn entourage over de boerenfamilies op de "duizend heuvels".

Die hiërarchie blijft onder het Belgische bewind gehandhaafd. Meer nog, zij wordt verankerd en daardoor versterkt. De vooral sociale categorieën "Tutsi" ("de leidende klasse") en "Hutu" ("de ondergeschikte klasse") worden door de Belgen benoemd als "rassen" en dat wordt ook op papier vastgelegd in de vorm van identiteitsbewijzen.

Niet alle Tutsi zijn leidinggevend, maar alle leidinggevenden zijn wel Tutsi en blijven dat. Zo krijgen bijvoorbeeld alleen de zonen van de Tutsi-heuvelchefs de kans om hun vader op te volgen. Het lokale bewind blijft daardoor stevig in handen van de Tutsi-minderheid, ongeveer 15 procent van de bevolking. Na de Tweede Wereldoorlog verandert dat.

De opkomende Hutu-elite vormt ook politiek een bedreiging voor de bestaande Tutsi-elite

Een nieuwe generatie Belgische koloniale administrators en missionarissen wordt gevoelig voor de verzuchtingen van de Hutu-meerderheid die voor het eerst toegang krijgt tot hogere opleidingen en zo tot de administratie. Vooral de Katholieke Kerk, die het onderwijs in handen heeft, speelt daarbij een belangrijke emanciperende rol.

De opkomende Hutu-elite vormt ook politiek een bedreiging voor de bestaande Tutsi-elite. Die allereerste etnische strijd om de macht vanaf de tweede helft van de jaren 50 betekent feitelijk het embryonale begin van de tragedie van 1994. Want in de aanloop naar de onafhankelijkheid (1962) slaagt de aanstormende nieuwe Hutu-elite erin om de oude Tutsi-elite van de macht te verdrijven.

Daarbij vallen doden, toen al, en tienduizenden Tutsi-families vluchten het land uit, vooral naar het buurland Oeganda. In de laatste jaren voor de onafhankelijkheid installeert België, onder de hoede van de Verenigde Naties, een militair bestuur om de veiligheid te verzekeren en steunt zo feitelijk de nieuwe Hutu-elite.

De machtswissel, van een Tutsi-elite naar een Hutu-elite, wordt bezegeld met verkiezingen, onder de hoede van de Verenigde Naties.

Gevluchte Tutsi-families proberen land te heroveren

In de jaren 60 proberen milities van de gevluchte Tutsi-families gewapenderhand hun land te heroveren. Dat mislukt, ook omdat Belgische militairen het jonge nieuwe bewind in Rwanda mee beschermen. Telkens volgen er wraakacties door Hutu-militanten op Tutsi-families die wel in Rwanda gebleven zijn. Opnieuw vallen er Tutsi-doden.

Pas als stafchef van het leger en tegelijk minister van Defensie Juvénal Habyarimana in 1973 de presidentiële macht grijpt, komt er enige stabiliteit. Hij rekent af met zijn voorganger en diens entourage: alweer sterven mensen. Toch slaagt hij er geleidelijk in om het land te pacificeren en ook de Tutsi's in het binnenland weer hoop te geven op een toekomst. De gevluchte Tutsi's in het buitenland laat hij aan hun lot over.

Met veel Westerse steun, vooral vanuit België en Frankrijk, bouwt het regime-Habyarimana in amper 15 jaar een relatief welvarend landje uit waar de etnische tegenstellingen lijken te verwateren. Rwanda wordt een voorbeeld voor de regio, zeker in vergelijking met het chaotische Zaïre van Mobutu en het onrustige Burundi en Oeganda, de drie belangrijkste buren.

Er komen goede wegen, telefoons die werken, een betere ontwikkeling van de landbouw op de schaarse gronden die lijden onder erosie, een goed bestuur waar corruptie eerder uitzonderlijk is: de Westerse donoren zijn bijzonder tevreden. Toch blijft de snelle bevolkingsgroei in het zo al overbevolkte en doodarme land een voortdurende kopzorg.

Maar intussen hebben de gevluchte Tutsi-elites van vroeger niet stilgezeten. Zij hebben zich verenigd in het Rwandees Patriottisch Front (RPF), vast van plan om de macht te heroveren. Eerst helpen deze jonge Rwandezen in 1986 in Oeganda Yoweri Museveni aan de macht, nu nog altijd president, en die geeft hen de wapens en andere middelen om vervolgens hun eigen oorlog te starten.

Hoewel op dat ogenblik eindelijk een eerste akkoord in de maak is om de Tutsi-vluchtelingen mogelijk naar huis te laten terugkeren, kiest het RPF voor de gewapende strijd. Die oorlog maakt doden en veroorzaakt meer dan 1 miljoen vluchtelingen binnen Rwanda, vooral boerenfamilies uit het noorden van het land die verdreven worden van hun vruchtbare landbouwgronden en in miserabele vluchtelingenkampen moeten samenhokken aan de rand van de hoofdstad Kigali, ondervoed, met nauwelijks medische zorg. Nog dramatischer is de haat die zo het land weer overspoelt.

In scholen, ziekenhuizen, administraties en dorpen beginnen Hutu's en Tutsi's elkaar te wantrouwen. Als Tutsi-families een zoon naar het RPF sturen, weet iedereen dat en krijgt die familie meteen het stigma van "collaborateur met de vijand".

 Als Tutsi-families een zoon naar het RPF sturen, weet iedereen dat en krijgt die familie meteen het stigma van "collaborateur met de vijand"

De Hutu-gezinde partijen spelen handig in op die achterdocht, radicaliseren alsmaar verder, zeker als hun eigen extremistische media snel actiever worden. Stap voor stap wordt niet alleen elke RPF-sympathisant een "vijand" maar ook elke Tutsi. Radio Télévision des Mille Collines (RTLM) wordt de bekendste haatradio. Maar ook in de andere richting, de haat van de Tutsi tegen de Hutu, speelt een radio een nefaste rol: Radio Muhabura (Radio "Word wakker") van het Rwandees Patriottisch Front.

Terroristische aanvallen zwepen spanningen op

De terroristische aanvallen in 1992 en 1993 zwepen de spanningen tussen de twee grootste etnieën van het land alsmaar verder op. "De ander" kan alleen maar een vijand zijn. De honger en ellende in de vluchtelingenkampen rond Kigali doen de rest. Als daarenboven de eerste democratisch verkozen Hutu-president in buurland Burundi in oktober 1993 vermoord wordt door Tutsi-militairen voelen de extremistische Hutu-militanten zich alleen maar gesterkt in hun overtuiging.

De radicalisering aan beide kanten komt in het voorjaar van 1994 tot een hoogtepunt na een reeks politieke moorden, ook op gematigde en verzoenende Hutu-politici, waarvan we nu weten dat ze waarschijnlijk gepleegd zijn door de rebellen van het RPF.

En zo zijn alle ingrediënten aanwezig voor een noodlottige afloop. Al voorspelt niemand op dat ogenblik, ook niet de best-geïnformeerde Westerse "experts", dat er uiteindelijk (wellicht) 1,1 miljoen doden zullen vallen in amper 100 dagen tijd.

Vliegtuig Habyarimana wordt uit de lucht geschoten

Op 6 april 1994, omstreeks half negen ’s avonds, wordt het vliegtuig van president Juvénal Habyarimana uit de lucht geschoten. Tot vandaag, 25 jaar later, staat nog altijd niet vast wie die terreurdaad gepleegd heeft, al verwijzen de meeste bewijzen en getuigenissen naar het RPF.

Alle inzittenden komen om. Habyarimana keerde terug met een hoge eigen delegatie, én met ook de Burundese president aan boord, van een ultieme vredesconferentie in Dar es Salaam, Tanzania. Daar had hij toegezegd om de Vredesakkoorden van Arusha van augustus 1993 eindelijk correct uit te voeren.

Binnen de twee jaar zouden er verkiezingen komen en intussen een regering van nationale eenheid, samen met de rebellen van het Rwandees Patriottisch Front. De Blauwhelmen van de Verenigde Naties waren dan al bijna een half jaar in het land om toe te zien op die "vrede". De Belgische Blauwhelmen vormden de ruggengraat van de VN-vredesmacht.

Tien Belgische Blauwhelmen die bescherming moesten bieden aan de Rwandese eerste minister worden op een gruwelijke manier omgebracht door opgejutte Rwandese regeringssoldaten. Ook twaalf Belgische burgers worden vermoord.

Vanaf die nacht van 6 op 7 april 1994, precies een kwarteeuw geleden, trekken twee golven van moorddadig geweld door Rwanda.

De opgejutte Hutu-milities en het onthoofde leger van Habyarimana vermoorden gericht eerst hun belangrijkste opposanten, vooraanstaande gematigde Hutu-politici, en geleidelijk aan iedereen die zij beschouwen als collaborateurs met het RPF. Na enkele dagen worden àlle Tutsi’s "vijanden": mannen, vrouwen en kinderen, baby’s ook, zelfs ongeboren kinderen. Ongenadig worden ze afgeslacht, soms in massagraven gedumpt, dikwijls gewoon op straat achtergelaten. Dit is de "genocide op de Tutsi's".

Diezelfde nacht herneemt het Patriottisch Front zijn oorlog, goed voorbereid, met zware wapens. De hoofdstad Kigali wordt bijna permanent beschoten vanop de heuvels rondom en in een cirkelbeweging in wijzerzin nemen de rebellentroepen in amper een paar weken tijd zowat heel Oost-Rwanda in. Daarna, weten we nu door getuigenissen van overlevenden en RPF-spijtoptanten, voeren ze hun eigen massamoorden uit.

Zo sterven in amper 100 dagen tijd meer dan 800.000 Rwandezen, volgens cijfers van de Verenigde Naties die sinds einde 1994 niet meer aangepast zijn. Officiële tellingen van het huidige Rwandese regime, de vroegere rebellen die uiteindelijk het hele land zullen veroveren, hebben het over 1,07 miljoen doden, voor het overgrote deel Tutsi. Academisch onderzoek schat het aantal doden op 1,1 miljoen, voor ongeveer de helft Tutsi-doden en dus voor de helft Hutu-slachtoffers.

AP1994

De Rwandese tragedie, de grootste massamoord van de tweede helft van de vorige eeuw, herbergt 25 jaar na de feiten nog altijd vele geheimen.

Wie heeft het vliegtuig van de toenmalige president Habyarimana neergeschoten, de vonk die het kruitvat deed ontploffen? En waarom is daar nooit een onafhankelijk internationaal onderzoek naar gevoerd? (Alleen de Franse justitie heeft de zaak onderzocht, omdat de drie omgekomen bemanningsleden Fransen waren, en wees aanvankelijk het RPF van de huidige president Kagame als waarschijnlijke schuldige aan.)

1994 AP

Intussen is het onderzoek stilgelegd "bij gebrek aan voldoende bewijzen". Er was ook een Rwandees onderzoek dat uiteraard Hutu-extremisten als de daders aanwees, maar dat wordt algemeen bestempeld als niet geloofwaardig.

Hoeveel slachtoffers zijn er precies gevallen in die dramatische "honderd dagen" en vooral, wie heeft wie vermoord? De hoofdverdachten van "de genocide op de Tutsi's" zijn intussen berecht door het speciaal daarvoor opgerichte Rwanda-tribunaal in Arusha, Tanzania.

Bijna 2 miljoen moordenaars op lokaal niveau zijn veroordeeld door de Gacaca-volksrechtbanken in Rwanda zelf. Maar van de schuldigen aan de massamoorden op Hutu's is zo goed als niemand ooit vervolgd, op enkele lichte straffen na voor RPF-militairen die over de schreef zouden gegaan zijn.

Wie meer weet, zowel slachtoffers als daders, blijft zwijgen, zeker in Rwanda zelf

Een kwarteeuw later blijven er dus nog vele raadsels onopgelost. Wie meer weet, zowel slachtoffers als daders, blijft zwijgen, zeker in Rwanda zelf waar het Rwandees Patriottisch Front intussen een dictatoriaal regime heeft geïnstalleerd waar zwijgen veiliger is dan praten.

Buiten Rwanda sijpelen af en toe nieuwe bekentenissen naar buiten, vooral van RPF-spijtoptanten of gedesillusioneerde vroegere medestanders. Sommigen van hen praten niet lang, want komen in geheimzinnige omstandigheden om het leven.

Ook mogelijke daders van de genocide op de Tutsi's lopen nog vrij rond, her en der in de wereld, ook in België. Soms worden zij voor een rechter gebracht of zelfs uitgeleverd aan Rwanda. Maar door de vele valse getuigenissen is het bijna onmogelijk om te weten of zij echt schuldig zijn.

Wellicht wordt het wachten op een nieuwe regimewissel in Rwanda voor de waarheid over "Rwanda 1994" nieuwe kansen krijgt. De ervaring leert dat regimewissels bij dictaturen soms zeer onverwacht komen. En dat er hoe dan ook altijd een einde komt aan de levensduur van een dictator …

Herbekijk hieronder de reportage van Afrika-kenner Peter Verlinden in Het Journaal:

Video player inladen...

Meest gelezen