Een draai om de oren

Louis van Dievel, schrijver en journalist, kijkt elke week met een guitige blik naar de kleine en grote actualiteit. Vandaag: het ontbreken van een wettelijk verbod in ons land op het slaan van kinderen.

opinie
Louis Van Dievel
Louis van Dievel is schrijver en journalist. Hij was journalist bij VRT NWS.

Vijftig jaar geleden kreeg ik voor het laatst slaag van mijn vader. Ik zou naar een rockfestival gaan maar kreeg om een of andere reden huisarrest met een rotklus erbij als bonus. Radiatoren afschuren, ik zal het nooit vergeten. En omdat ik die rotklus met zulkdanige zichtbare tegenzin uitvoerde, kreeg mijn vader het op zijn heupen en gaf mij een draai om mijn oren die ik ook nimmer zal vergeten.

Net zoals in de actiefilms vloog ik – naar mijn gevoelen althans – een eindje door de lucht om meters verder pijnlijk in het decor te belanden. De klap deed pijn, jazeker, en de gekneusde plek kreeg alle kleuren van de regenboog.

Maar het was vooral de vernedering die nog dagenlang bleef schrijnen. De vernedering die een zestienjarige woelwater voelt na een klap van zijn vader. De machteloosheid, ook. Het moeten ondergaan van het recht van de sterkste. Wraakzucht.

Kreeg ik, kregen wij vaak slaag thuis? Nee, het was eerder de uitzondering dan de regel. Bij veel van mijn vrienden uit die tijd in Bonheiden was een klap voor de kop wél alledaags en een ferm pak rammel niet ongewoon. “Opvoedkunde” die van generatie op generatie werd doorgegeven. Wie niet horen wil, moet voelen, dat soort wijsheid. 

Babyboomers

Mijn generatie - die van de babyboomers – is niet alleen de lichting die nu volop van haar geweldige pensioen geniet en niets voor de toekomstige generaties heeft overgelaten. Ze is een generatie van trendsetters geweest, op alle vlakken. Relaties, seks, godsdienst, opvoeding, die dingen.

We zullen nog wel roepen tegen onze kinderen en ze eens door elkaar schudden, maar slaan, nee dat zouden we niet meer doen

“Wij” hebben besloten dat onze kinderen geen klappen meer zouden krijgen als ze op onze zenuwen werken, als ze niet willen gehoorzamen, als ze het varken uithangen. Of als wij met onszelf geen blijf weten door stress, ruzie, drank of drugs. 

We zullen nog wel roepen tegen onze kinderen en ze eens door elkaar schudden, maar slaan, nee dat zouden we niet meer doen. Dat was iets van onze ouders en die hun ouders en die hun ouders. 

Op school

Wij, de babyboomers, accepteerden ook niet meer dat er op school klappen werden uitgedeeld door juffen en meesters. De knokkels van mijn vingers doen nog pijn bij de herinnering aan meester Staf die, naargelang van het “vergrijp”, met een houten of een metalen regel op onze handen mepte.

Of die ons bij het oor van het bord naar de deur en terug sleepte, ondertussen uitroepend dat wij voor galg en rad zouden opgroeien. Of dat wij het in het allerbeste geval tot strontrapers zouden schoppen (dat beroep bestond nog).

Wij, de babyboomers, accepteerden ook niet meer dat er op school klappen werden uitgedeeld door juffen en meesters

Een juf of meester die vandaag nog maar een dreigend gebaar durft te maken in de klas, de klap moet niet eens zijn uitgedeeld, mag nog dezelfde dag de ouders in het gezelschap van hun advocaat aan de schoolpoort verwachten.

Een kern van geweld

Ik ben een zachtaardige man. Ik heb een hekel aan fysiek geweld. En toch sluimert er ook in mij, heel diep, een kern van geweld, ik kan het niet anders verwoorden.

Heel soms jeuken mijn vuisten. Krijg ik zin om een klap uit te delen. Omdat ik geen woorden vind, geen argumenten, of omdat er toch niet naar geluisterd wordt. Omdat ik me machteloos voel. Of kwaad en gefrustreerd. Op de jeugd van tegenwoordig, onder meer, ha ja. Dan voel ik me oud. 

Ik probeer dat onbegrip zo snel mogelijk uit mijn hoofd en lijf te verjagen. Dat lukt ook iedere keer.

Heel soms jeuken mijn vuisten. Ik probeer dat onbegrip zo snel mogelijk uit mijn hoofd en lijf te verjagen

Want telkens komt weer dat beschamende voorval naar boven. Iets van goed dertig jaar geleden. We wandelden met vrienden en kroost in het bos. De zoon van de vrienden had er de smoor in. Liep opzettelijk in de weg op de bospaden. Zeurde en klaagde. Hij moet tien jaar geweest zijn. Toen hij een dennenappel naar mijn hoofd gooide, gaf ik hem een klap.

Voor ik het wist. Het werd ineens heel stil in dat bos. Wat heb ik gedaan, dacht ik. En ook al verzekerde de vader mij even later dat hij hetzelfde zou hebben gedaan, ik geloofde hem niet echt. En vooral: ik schaamde mij een ongeluk. Omdat ik mij dat ene moment mijn vader had gevoeld.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen