Wallonië wil af van geheime atoomschuilkelder aan de rand van Hallerbos

De regering van de Franse Gemeenschap wil een aantal gebouwen van de hand doen, waaronder een voormalige geheime atoomschuilkelder. Die staat in Eigenbrakel, verborgen in het groen aan de rand van het Hallerbos. 

In de jaren 50 bouwde het ministerie van Binnenlandse Zaken ultrageheime bunkers. In volle Koude Oorlog moesten de ondergrondse schuilkelders waardevolle kunst beschermen tegen mogelijke atoomaanvallen.

Het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium kreeg het beheer over bunkers in Eigenbrakel, Mariemont, Antwerpen en twee in Brussel. De beslissing viel op het hoogste politieke niveau en werd in handen gegeven van een geheime commissie, de Groep 21.

De vrees voor een atoomaanval was groot. De Tweede Wereldoorlog, waarin veel erfgoed verloren was gegaan, lag nog vers in het geheugen. De groep moest in het geheim maatregelen opstellen om nationaal erfgoed, roerend en onroerend in veiligheid te brengen bij een aanval.

Inventarissen van kunstwerken werden opgesteld, naast lijsten van historische archieven en documenten. Tegelijk werden criteria opgesteld die bepaalden welke kunstwerken bescherming moesten krijgen in de schuilkelders, en in welke rangorde.

Muren van twee meter dik

Al in 1953 werd begonnen met de bouw van de atoomschuilkelder in Eigenbrakel. Het werd de grootste van het land met muren van twee meter dik en bestemd voor nationale kunst van grote namen als Paul Delvaux, René Magritte en Felicien Rops. In expojaar 1958 werd een eerste grote selectie kunst en erfgoed ondergebracht in de bunker. Die werd beheerd door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium.

Robrecht Janssen van het instituut beschrijft de bunker in “De wereld vandaag” op Radio 1. “Bovengronds is enkel een klein rood woonhuis zichtbaar, in feite de conciërgewoning. De rest van de bunker verdween in de achterliggende heuvel. De bunker is 2.500 kubieke meter groot, redelijk indrukwekkend. Het ging om twee verdiepingen geconstrueerd in een heuvel.”

Het geheime project was bijzonder ambitieus maar viel ook snel stil. De grote inventarissen bleven onvoltooid. In 1995 werd de schuilkelder van Eigenbrakel overgedragen aan de Franse Gemeenschap. Op dat moment was de Koude Oorlog verleden tijd. Tegelijk doken de eerste problemen op. De bunker mocht dan wel bestand zijn tegen radioactieve stralen, dat was hij niet tegen vocht. Talrijke kunstwerken werden aangetast.

Kankerverwekkende aspergillus glaucus

Tot overmaat van ramp liep het ook nog mis met de verluchting en dook een levensgevaarlijke schimmel op, de zogeheten aspergillus glaucus. De bunker mocht rond het jaar 2000 enkel nog betreden worden door de brandweer met beveiligde pakken.

Uit vrees voor verdere infectie met de schimmel konden de duizenden opgeslagen kunstwerken zelfs niet meteen overgeplaatst worden. Dat kon pas na desinfectie. Zeker 200 kunstwerken moesten de daarop volgende jaren  een restauratie ondergaan.

De atoomschuilkelder van Eigenbrakel staat inmiddels al jaren leeg. Nog altijd kan het ondergrondse gebouw niet veilig betreden worden. Zelfs niet nu alle kunstwerken intussen gedecontamineerd zijn. De verantwoordelijke minister André Flahaut (PS) werkt inmiddels aan een plan om het gebouw te ontmantelen. De gemeente Eigenbrakel liet eerder al weten niet geïnteresseerd te zijn, zelfs niet voor een symbolische euro.

Beluister de reportage over de bunker uit "De wereld vandaag" hier: