Op reis met Vlaamse meesters: De man die de laatste open duinenstrook van onze middenkust redde

Elke week leiden Jos Vandervelden en fotograaf Alexander Dumarey je naar een plek in Vlaanderen of Brussel waar onze grootste schilders hun schildersezel opstelden.  Ooit vonden schilders het de volmaakte plekken om verzinnelijkt te worden op het canvas. Vaak zijn ze het nu nog. Soms zijn ze het niet meer. Het schilderij van toen en het beeld van nu.

Vandaag: "Gezicht op Mariakerke" van James Ensor of het bedreigde duinendorp onder de woeste kleurenhemel

Als kind wandelde Oostendenaar James Ensor vaak door de open duinen naar buurdorp Mariakerke. Op zijn eenenveertigste schilderde hij "Gezicht op Mariakerke". In die tussentijd had het duinendorp haar stilte verloren.  De geschiedenis van Mariakerke is het verhaal van de imperialistische buur Oostende. 

© www.lukasweb.be - Art in Flanders vzw

Tot in de negentiende eeuw was Mariakerke een landbouw- en vissersdorpje verscholen in de duinen. Langs de oostkant rukte de snel groeiende badplaats Oostende op. Stukken grondgebied werden geleidelijk aangehecht bij Oostende. De Koninklijke Stallingen en de Wellingtonrenbaan werden neergeploft op het grondgebied van Mariakerke. In 1899 werd de zelfstandige gemeente Mariakerke finaal opgeheven.

Het groeiend aantal hotels en villa's op de zeedijk had de fysieke scheiding tussen beide kernen opgeheven. Appartementsbouw zou  er in een volgende golf van  verstedelijking een grote dichtbevolkte badplaats van maken. En wie weet hoe ver Oostende was opgerukt, moest er niet een kerkje, een strook duinen en vooral die ene schilder geweest zijn.

"Oh mooie moderniteit"

"Oh mooie moderniteit, wat een misdaden zijn er niet gepleegd in uw naam", schreef James Ensor. De schilder, die balanceerde tussen engagement en bitterheid, had een hekel aan de bouwwoede van zijn tijd. Al in 1894 organiseerde James Ensor mee het protest tegen de mogelijke afbraak van zijn geliefde Onze-Lieve-Vrouw-Ter-Duinen-Kerk. Het Duinenkerkje had sinds haar bouw in de veertiende eeuw al veel doorstaan. Tot op hoge leeftijd zou Ensor moeten blijven vechten voor het behoud van de kerk.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de toren van de kerk gesloopt door de Duitsers. Ze vreesden dat de kerk het mikpunt zou zijn voor geallieerde kanonnen vanop zee. Storm en zeewind pijnigden de volgende jaren het kerkje, net als de dreiging van nieuwe bouwplannen. Ensor is blijven vechten voor de kerk en heeft het uiteindelijke beschermingsbesluit in 1946 nog kunnen meemaken.

Een grafplaats in ruil voor een mis

De Duinenkerk stond Ensor zo na dat hij er ook begraven wilde worden. De kunstenaar die zo vaak gespot had met de katholieke kerk en geen kerkdienst bezocht, gooide het bij leven nog op een akkoord met de parochie. In ruil voor een grafplaats zou hij een kerkelijke eredienst aanvaarden. De schilder was op het einde van zijn leven zulk gevierd burger dat kerk en stad maar al te graag wilden uitpakken met een officiële plechtigheid met weerklank. Ensor vond zijn graf in 1949. Oostende kreeg er een toeristische plek bij en de kerk had sindsdien nog een officieuze naam extra, het Ensorkerkje.

Minstens zo geliefd bij Ensor als de kerk, was de duinenstrook ten westen van Mariakerke. Hij werd er vaak gezien en had er een vaste plek om te werken. Hij maakte er verschillende tekeningen en etsen, en schilderde er ook het olieverfdoek "Gezicht op Mariakerke". Ensor pleitte al in zijn tijd  voor de bescherming van de duinenstrook. Als een wonder heeft de strook die van Mariakerke reikt tot Middelkerke, en enkel onderbroken door het kleine Raversijde, het overleefd. Het is de enige overgebleven open duinenstrook van de middenkust. Het zou waarschijnlijk niet gebeurd zijn, moest het duinenkerkje niet hebben standgehouden.

Duinen zoals Ensor ze zag

Al een tijd werkt Oostende samen met een natuurbeheersvereniging aan de "verduining" van het hele gebied rond de kerk. En opnieuw is Ensor de inspirator. In 2006 werd zelfs een reproductie van het schilderij "Gezicht op Mariakerke" getoond op de Oostendse gemeenteraad. Het inmiddels beschermde landschap zou weer helemaal moeten worden zoals Ensor het eens had geschilderd. Heel veel is daar vandaag helaas nog niet van te merken.

Vanop zijn uitkijkplek in de duinen schilderde Ensor in 1901 het meest idyllische deel van Mariakerke. Enkele zomervilla's en kleine witgekalkte vissershuisjes lagen diep in de duinen rond de gotische kerk. De kerk zou later gerenoveerd worden en vergroot. In de schaduw van de kerk rest nu nog één wit huis, een nietig vissersoptrekje gebouwd in 1822 en nu beschermd.

De woeste kleurenhemel

Maar waarschijnlijk meer dan aan het schilderen van het kerkdorp heeft Ensor plezier beleefd aan de exuberante kleuren van de lucht boven Mariakerke. Multi-talent Ensor was een uitstekend colorist. De felle hemel vol paars, lila en blauw was een typische schepping van Ensor. Aan klassieke landschapsschilderijen had hij weinig boodschap. Dus zorgde de woeste kleurenhemel  voor de Ensoriaanse dimensie, ergens tussen werkelijkheid en fantasie. Het landschap van Mariakerke kan misschien nog ooit hersteld worden, maar die hemel zal nooit meer terugkomen.

"Gezicht op Mariakerke" van James Ensor hangt in Mu.zee Oostende