Helft van Belgisch profpeloton komt niet rond met zijn loon 

De helft van de Belgische profwielrenners kan niet rondkomen met zijn loon. Dat blijkt uit een bevraging bij 89 van de 147 profwielrenners door de spelersvakbond Sporta, die Het Nieuwsblad kon inkijken.

Sporta heeft de voorbije maanden een vragenlijst opgestuurd naar alle 147 Belgische profwielrenners. 89 van hen hebben de enquête ingevuld. Een dertigtal respondenten rijdt bij een World Tour-ploeg, de topcategorie in het wielrennen. Het gaat dan om renners uit ploegen als Lotto-Soudal en Deceuninck-Quick Step. 40 respondenten rijden bij een procontinentaal team (zoals Sport Vlaanderen-Baloise) en een twintigtal rijdt bij een continentaal team. Alle niveaus van het profwielrennen zijn dus goed vertegenwoordigd in de bevraging.

Meer dan de helft van de renners geeft aan dat ze per maand minder dan 4.000 euro bruto verdienen. Eén vijfde zelfs minder dan 2.000 euro bruto. Er zijn natuurlijk grote verschillen tussen de verschillende categorieën van ploegen. Bij een ploeg in de World Tour verdienen heel wat renners meer dan 10.000 euro bruto. Maar bij een ploeg uit de laagste categorie verdient 60 procent van de renners tussen de 1.000 en 2.000 euro bruto.

"Uiteraard verdienen de renners uit de hoogste categorie goed hun boterham. Maar het verschil met het voetbal blijft groot", zegt Stijn Boeykens, secretaris bij Sporta. Een gemiddelde voetballer verdient 30.000 euro bruto per maand.  "Het is eigen aan de wielersport. Het wielrennen is bijna volledig afhankelijk van sponsoring. Bovendien zijn die sponsors meestal niet de grote multinationals. En ze sluiten doorgaans ook een contract af met een ploeg voor een beperkte tijd." 

Die onzekerheid bij de wielerploeg vertaalt zich ook in de contracten van de renners. "Uit de enquête blijkt dat 88 procent van de renners een contract heeft van amper één of twee jaar, dat is heel opmerkelijk, zegt Boeykens."