AFP or licensors

Oppositie in Nicaragua herdenkt één jaar crisis met manifestatie woensdag

In Nicaragua heeft de oppositie de bevolking opgeroepen om woensdag massaal op straat te komen. Met de manifestatie willen de initiatiefnemers "één jaar van vreedzame burgeropstand" herdenken. 

De antiregeringsprotesten in het land braken uit op 18 april 2018. De tegenstanders van president Daniel Ortega eisen dat de regering haar engagementen nakomt door de honderden politieke gevangenen vrij te laten en de burgerrechten, waaronder het betogersrecht, in ere te herstellen.

De coalitie van meer dan 70 groeperingen en oppositiepartijen zei op een persconferentie dat er voor de manifestatie van woensdag een aanvraag werd ingediend. De voorbije weken botsten alle aanvragen voor betogingen echter steevast op een "njet" van de autoriteiten.

De mars komt er, wat de politie ook beslist

Wilfredo Navas, één van de leiders van de coalitie

Het wordt "een vreedzame burgermobilisatie" om het "eerste jaar van weerstand te herdenken", zei de studentenleider Guillermo Incer op zijn beurt. "Een jaar na de start van de vreedzame burgeropstand in april (2018), gaan we terug de straat op. We moeten manifesteren, want een volk op straat, dat is een nederlaag voor een dictator", luidt de verklaring op een persconferentie.

Het politieke geweld in Nicaragua kostte sinds 18 april 2018 al aan meer dan 325 mensen, voornamelijk opposanten, het leven. Meer dan 600 tegenstanders zitten achter de tralies en tienduizenden inwoners ontvluchtten inmiddels het land.

De oppositie eist het vertrek van president Ortega. De 73-jarige ex-guerillaleider wordt er samen met zijn echtgenote en vice-president Rosario Murillo van beschuldigd een nepotistische en corrupte dictatuur te hebben ingevoerd. Zelf stelt het paar het slachtoffer te zijn van een complot dat door de Verenigde Staten, met medeplichtigheid van de katholieke Kerk, werd gesmeed.