Nee, de Notre-Dame staat niet alleen. Deze kerken en musea werden ook verwoest door brand

Van de Sint-Pauluskerk in Antwerpen, over het Nationaal Museum van Brazilië, tot Windsor Castle: vuur is al vaker de grote vijand geweest van ons (wereld)erfgoed. Een overzicht.

"Notre-Dame de Paris en proie aux flammes. Émotion de toute une nation" (vertaling: De Notre-Dame ten prooi aan de vlammen. Emotie van een hele natie), zo tweet Emmanuel Macron maandag om 20.05 uur. In het Frans klinkt het net dat tikkeltje dramatischer, maar deze brand is geen alleenstaand geval. 

De brand van de "mooiste kerk" van Antwerpen, 1968

De beelden van het instortende dak van de Parijse kathedraal herinneren iets oudere Antwerpenaren meteen aan de brand van de Sint-Pauluskerk, deze maand 51 jaar geleden. In de nacht van 2 op 3 april 1968 breekt een hevige brand uit die de kerk en het klooster in het beruchte Schipperskwartier in Antwerpen zware schade toebrengt.

Het dak en de toren worden die nacht vernietigd door de vlammen, maar met hulp van omwonenden worden de meeste kunstschatten gered, net zoals maandagavond in Parijs via een mensenketting. Kostbare schilderijen van Rubens, Jordaens en Van Dyck worden in 1968 met messen ruw uit hun kaders gesneden en opgerold naar buiten gedragen, terwijl de vlammen dichterbij komen. Ook het houtsnijwerk wordt zo snel mogelijk verwijderd. De restauratie van de kerk zal decennia duren, uiteindelijk komt er pas na 20 jaar een nieuw dak, deze keer met een betonnen dakgebinte dat minder vatbaar is voor brand. 

Nog in Antwerpen is de Carolus Borromeuskerk al twee keer ten prooi gevallen aan een brand, in 1718 en in 2009. De schade van tien jaar geleden werd snel hersteld, maar de brand van 1718 was veel traumatischer. Na een brand door een blikseminslag gingen toen 39 plafondschilderingen van onschatbare waarde van Rubens verloren. 

Bekijk hieronder de indrukwekkende beelden van 3 april 1968, met uitleg van gouverneur Andries Kinsbergen:

Video player inladen ...

De brand van de "maneblussers" in Mechelen, 1972

Een mensenketting die de inboedel probeert te redden, een instortende toren en een brand tijdens restauratiewerken: de ramp van 1972 in Mechelen vertoont heel wat gelijkenissen met de brand in Parijs én met die in Antwerpen van enkele jaren eerder.

Het dak van de Sint-Romboutskathedraal begint de avond van 29 augustus 1972 te smeulen en het blussen verloopt moeizaam, maar met hulp van omstaanders worden de kerkschatten zo goed als allemaal in veiligheid gebracht voor het dak helemaal in brand staat.

De zogenoemde Schellekenstoren (de kleinste toren van het gebouw) stort deels in en wordt later weer in ere hersteld. Ondertussen heeft de kathedraal in Mechelen ook een betonnen dakgebinte.

Bekijk hieronder de beelden van de instortende Schellekenstoren, en de uitleg van de Mechelse burgemeester Désiré Van Daele in 1972:

Video player inladen ...

De brand van het "geheugen van Brazilië", 2018

Nog geen jaar geleden, op maandagochtend 3 september 2018, sijpelen de eerste berichten binnen van een brand in het 200 jaar oude Nationaal Museum in Rio de Janeiro, Brazilië

Het gebouw zelf verkeert in slechte staat, maar de collectie is van onschatbaar belang. Meer dan 20 miljoen voorwerpen vertellen de geschiedenis van het Amerikaanse continent, zoals de 12.000 jaar oude "schedel van Luzia", wellicht de oudste schedel ooit gevonden in Amerika.

Het gebouw en het grootste deel van de collectie verspreid over 122 zalen (goed voor 13.600 m² museumruimte) gaat in vlammen op, maar de schedel wordt heelhuids teruggevonden in een metalen doos die in een kast stond. Enkel de lijm die de stukken aan elkaar hield was gelost.  

De ruïne van het museum heeft snel een tijdelijk dak gekregen, maar de eigenlijke restauratie zal nog jaren in beslag nemen. De buitenkant van het historische gebouw, de façade, probeert men te bewaren, maar hoe het interieur eruit zal zien is nog steeds onduidelijk. 

Bekijk hieronder de beelden van begin september 2018:

Video player inladen ...

De Sint-Pieterskerk in Leuven en de kathedraal van Reims, 1914

Het is onmogelijk om alle kerken of belangrijke erfgoedsites op te lijsten die in een oorlogssituatie zijn beschadigd, maar de bibliotheek en de Sint-Pieterskerk in Leuven en de kathedraal van Reims zijn twee voorbeelden uit de Eerste Wereldoorlog die wereldwijd voor beroering zorgden. 

Augustus 1914, als voorbeeld voor de rest van het bezette België proberen Duitse soldaten de stad Leuven te verwoesten. Er rijst niet alleen verontwaardiging over de vele burgerslachtoffers maar ook over het vernietigen van verschillende monumenten in de stad. Zo gaat het dak van de middeleeuwse Sint-Pieterskerk in vlammen op, en een aantal kunstschatten gaan verloren of worden gestolen. Het dakgebinte wordt later in ijzer hersteld, om brand in de toekomst te vermijden. De 14e-eeuwse bibliotheek van de universiteit, met zo'n 300.000 boeken en meer dan 1.000 middeleeuwse manuscripten, gaat ook in vlammen op.

De kathedraal van Reims, 1914

Een kleine maand later, op 19 september, treffen 25 bommen de beroemde 13e-eeuwse kathedraal van Reims in Frankrijk. Ook daar staan op dat moment steigers rond de kathedraal, net zoals in Parijs. Die steigers vatten vuur en storten in, waardoor de façade beschadigd raakt en het vuur ook het loden dak bereikt. Het lood begint te smelten en begint via de waterspuwers naar beneden te sijpelen, als een "loden regen".

De kathedraal, waar het verhaal van Jeanne d'Arc zich ook afspeelt, is in 1914 niet volledig verwoest, maar door de Eerste Wereldoorlog zal het nog jaren duren voor het gebouw gerestaureerd kan worden, waardoor de schade nog toeneemt.

Vandaag kunt u als toerist het betonnen dakgebinte bezoeken, in het museum naast de kathedraal bewaren ze ook enkele originele vuurspuwers die door het gesmolten lood beschadigd raakten. 

De ruïnes van Coventry, 1940

Een berucht voorbeeld uit de Tweede Wereldoorlog is het bombardement op Coventry, een industriestad in het midden van Engeland.

Tijdens de oorlog worden in de fabrieken in de stad ook wapens geproduceerd, daarom bombarderen Duitse vliegtuigen de stad op 14 november 1940. De kathedraal van Coventry wordt daarbij verwoest door een uitslaande brand. 

1940 AP

De ruïnes van de kathedraal werden bewaard en zijn vandaag nog altijd te bezoeken, als een "vredesmonument".

Naast de ruïnes van de oude kathedraal staat een nieuwe kathedraal, gebouwd in de jaren na WO II. Het beroemde "War requiem" van de Britse componist Benjamin Britten is bij de inhuldiging van deze kathedraal in 1962 voor het eerst uitgevoerd. 

De kathedraal van York, 1984

De York Minster, de 13e-eeuwse kathedraal van York in het noorden van Engeland, is een van de grootste gotische kathedralen van Europa, ze is bijna 160 meter lang. En ze werd ook al minstens drie keer getroffen door een brand.

In 1829 én in 1840 raakt het dak zwaar beschadigd en komen er scheuren in de fundering. Pas 127 jaar later begint men met een grondige restauratie, om instorting te voorkomen. Wanneer die restauratie uiteindelijk is afgerond, verwoest een derde brand, in 1984, opnieuw een deel van het dak. Die schade wordt deze keer sneller hersteld.

Het kostbare glasraam uit de 15e eeuw, dat ook schade opliep tijdens de brand, werd de afgelopen 10 jaar gerestaureerd en is vandaag weer te bezichtigen.

Bekijk hieronder het BBC-verslag uit 1984:

Het "annus horribilis" van de Queen, 1992

"1992 is geen jaar waarop ik met groot plezier zal terugkijken. Het bleek een annus horribilis", Zo sprak Queen Elizabeth op 24 november 1992. Ze had het toen niet enkel over de scheiding van haar zoon Charles, maar ook over de brand in Windsor Castle die amper 4 dagen eerder plaatsvond.

20 november 1992 vat een gordijn dat te dicht bij een lamp hangt vlam in de "Private chapel" van Windsor Castle, een van de belangrijkste residenties van de Britse koninklijke familie. De brand woedt tot de ochtend daarop en beschadigt meer dan 100 zalen en salons van de residentie. 

De Queen zelf, met kapje, komt poolshoogte nemen maar kan enkel toekijken hoe het middeleeuwse dakgebinte van de Saint George's Hall volledig instort. Als bij wonder zijn maar zo'n 5 kunstwerken uit de gigantische collectie reddeloos verloren, de rest kon net op tijd in veiligheid worden gebracht, al is er wel veel rook- en waterschade. De brand zorgt ervoor dat zowel Windsor Castle als Buckingham Palace daarna worden opengesteld voor het (betalende) publiek, om zo de kosten van de restauratie te drukken. Het kasteel bleek niet verzekerd.

Bekijk hieronder beelden van de brand uit 1992, met de Queen op de achtergrond:

Video player inladen ...