Baby met een immuniteitsstoornis in een steriele ruimte © BSIP / Reporters

Gentherapie geneest "bubble boy"-ziekte, met hulp van hiv

In de VS zijn wetenschappers erin geslaagd acht kinderen met een zeer zeldzame immuniteitsstoornis te genezen door gentherapie. SCID, ook bekend als "bubble boy disease" is een genetische ziekte, kinderen worden geboren zonder functionerend afweersysteem. Zonder behandeling halen ze zelden hun tweede verjaardag. De nieuwe gentherapie geneest patiëntjes zonder dat ze leukemie ontwikkelden, een eerdere bijwerking. Opvallend: hiv, het virus dat aids veroorzaakt, speelt een belangrijke rol.  

"Severe combined immunodeficiency" (SCID) staat voor ernstige (severe) gecombineerde (combined) immuniteitsstoornis (immunodeficiency). Het is een groep van erfelijke aandoeningen waarbij er iets mis is met de bescherming tegen ziektes. Er is een probleem met de lymfocyten, witte bloedcellen die fungeren als afweercellen. Er is onder meer een tekort aan T-cellen (die infecties "opruimen") en B-cellen (die afweerstoffen aanmaken).

SCID is zeer zeldzaam, het komt voor bij 1 tot 2 op de 100.000 geboortes en treft doorgaans enkel jongens. Kinderen met SCID worden geboren zonder functionerend afweersysteem, wat betekent dat ze amper tot geen weerstand hebben tegen bacteriën, schimmels en virussen. Het komt erop neer dat een eenvoudige verkoudheid hen al fataal kan worden. Zonder behandeling halen ze zelden hun tweede verjaardag.

Enkele decennia geleden was de enige behandeling patiëntjes permanent in een geïsoleerde ruimte met steriele lucht houden, waardoor ze in een soort plastic bubbel leefden. Vandaar de bijnaam van SCID,  "bubble boy disease", vrij vertaald "bubbeljongen-ziekte". De bekendste patiënt is allicht David Vetter. Hij werd in 1971 in de VS geboren en leefde tot zijn zesde in een isolatiekamer, te vergelijken met een groot uitgevallen couveuse. De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA ontwikkelde voor hem een pak waarmee hij ook buiten kon komen. Vetter overleed in 1984 na een experimentele beenmergtransplantatie, zijn verhaal is verfilmd.

(lees verder onder de foto)

David Vetter in 1984 AP1982

Beenmergtransplantatie, samen met preventie en immuniteitsverhogende behandelingen, is tot op vandaag de best mogelijke optie voor SCID. Stamcellen uit het beenmerg van een patiënt worden dan vernietigd en vervangen door stamcellen van een gezonde donor. In het meest ideale scenario is een broer of zus een matchende donor, maar dat is slechts in een op de vijf gevallen. Andere patiënten moeten een beroep doen op andere donoren. Als die al gevonden worden, garandeert dat nog niet altijd genezing en bovendien zijn er grote risico's op ernstige bijwerkingen.

Begin de jaren 2000 werden proefprojecten met gentherapie opgestart. Die moesten worden stopgezet toen veel patiëntjes leukemie kregen. Artsen zijn er nu in geslaagd een nieuwe gentherapie te ontwikkelen die kinderen kan genezen, en tot nog toe zonder bijwerkingen. Acht baby's die geboren werden met SCID-X1, de meest voorkomende vorm van SCID, zijn nu peuters met een functionerend afweersysteem die een normaal leven kunnen leiden.

Wat is gentherapie?

Genen zijn een blauwdruk van ons lichaam. Iemand met een defect, ontbrekend of gemuteerd gen kan een ziekte ontwikkelen. Gentherapie is de hoop voor de toekomst voor een waaier aan aandoeningen. Je kan een ziekte behandelen door bijvoorbeeld een defect gen te vervangen door een gezond gen, een nieuw gen toe te voegen dat de functie van een ziek of ontbrekend gen overneemt, of een "probleemgen" uit te schakelen.

Om een gezond gen in te brengen bij een patiënt, heb je een vector nodig, een soort gastheer. Meestal wordt een virus als vector gebruikt, net omdat ze goed zijn in het veranderen van cellen. Bij gentherapie wordt het ziekmakende deel van het virus verwijderd en het gezonde gen ingebracht. Dat gezonde gen "lift" dan mee met het virus en dringt zo cellen binnen, zonder dat de patiënt ziek wordt.

"Resultaat is verbluffend"

De nieuwe therapie werd ontwikkeld aan het St Jude Children's Research Hospital in Memphis, Tennessee, en het UCSQ Benioff Children's Hospital in San Francisco, Californië. Bij acht baby's die geboren werden met SCID-X1, werd beenmerg weggenomen om stamcellen te oogsten. Die werden ingevroren, getest en "besmet" met een virus dat een werkende kopie van het defecte gen bevatte.  

Na tien dagen werden de stamcellen ingebracht bij de baby's, waar ze konden groeien en gezonde afweercellen produceren. Voorafgaand hadden de baby's twee dagen lang een lage dosis busulfan gekregen, een vorm van chemotherapie die bestaande stamcellen vernietigt om plaats te maken voor de nieuwe cellen.

De meeste patiëntjes brengen de eerste maanden van hun leven door in het ziekenhuis, sommigen met ernstige infecties op intensieve zorg. Nu zijn het gezonde peuters die volop het leven ontdekken.

Dokter Ewelina Mamcarz

Na drie maanden hadden alle baby's T- en B-cellen in hun bloed, op een na, waarbij de gentherapie nog een tweede keer herhaald werd. "Dit resultaat is echt verbluffend voor onze patiënten", zegt dokter Ewelina Mamcarz, kinderoncologe en -hematologe aan St Jude's, co-auteur van de studie.

En nog belangrijker: de kinderen hadden geen blijvende behandeling nodig en geen enkel patiëntje heeft leukemie ontwikkeld. "We hebben het virus zo aangepast dat het niet mogelijk was om onbedoeld kankerverwekkende genen in stamcellen te activeren", zegt dokter Stephen Gottschalck, co-auteur. "Bij eerdere studies ontwikkelden patiëntjes binnen de 12 tot 15 maanden na de behandeling de eerste symptomen van leukemie, daarvan is tot nu toe geen sprake."

(lees verder onder de foto)

Gael Jesus Pino Alva, samen met zijn moeder Giannina Alva, een van de patiëntjes die genas dankzij de nieuwe gentherapie.

Hiv als gastheer voor gezonde genen

Opvallend: het virus in kwestie was een afgezwakte vorm van hiv, dat aids veroorzaakt. "Op deze manier hebben we gecorrigeerde genen kunnen inbrengen op een manier zoals dat tot nu niet kon", zegt dokter Mamcarz. "We geloven dat dit type virussen veiliger en effectiever is."

Het zal nog enkele jaren duren voor duidelijk wordt of de gentherapie ook op langere termijn effectief blijft. Maar voor nu wijst alles erop dat de kinderen genezen zijn. "De meeste patiëntjes brengen de eerste maanden van hun leven door in het ziekenhuis, sommige van hen met ernstige infecties op intensieve zorg, en met meervoudige medicijnen om hen in leven te houden. Nu zijn het gezonde peuters, die volop het leven ontdekken, naar de kinderopvang gaan. Dat is zo lonend", besluit dokter Mamcarz.

Meer lezen?