2017 MCT

Belgen vaker en op jongere leeftijd aan de verslavende pijnstillers: fenomeen van "doktershopping" baart experts zorgen

Almaar meer Belgen slikken opioïden, verslavende morfineachtige pijnstillers. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Riziv waarover De Morgen bericht. Niet alleen wordt er de laatste jaren meer aan pijnbestrijding gedaan, de cijfers suggereren ook een groeiende groep verslaafden die aan "doktershopping" doet. Tijd voor een nieuwe aanpak?

Het voorbije jaar kochten bijna 1,12 miljoen Belgen minstens één keer opioïden, zo tonen de cijfers van het Riziv aan. Dat is 1 op de 10. Dat aantal stijgt bovendien al jaren: 10 jaar geleden waren dat er maar 716.508. Vooral het gebruik van tramadol, de minst sterke van zulke pijnstillers, ligt erg hoog.

Het zijn cijfers die Erik Rossignol van de controledienst van het Riziv zorgen baren. "Het is toch belangrijk dat we dat fenomeen in het oog houden, zodat dat niet ontspoort, om te voorkomen dat we in een situatie zoals in de VS zouden belanden. Daar sterven almaar meer mensen aan een overmatig en onoordeelkundig gebruik van opioïden."

De neveneffecten van zware pijnstillers zijn dan ook niet min. "Als je te veel van zulke pijnstillers gebruikt, treedt er gewenning op", legt Rossignol uit. "Die kan zelfs evolueren naar verslavingsverschijnselen. Op de duur kan men zelfs overgevoelig geraken aan pijn. Ook een auto besturen of machines bedienen als je zulke medicijnen hebt gebruikt, is moeilijk. Dus dat is niet zonder gevolgen."

Meer pijn, meer pijnstillers?

Vanwaar die stijging? Hebben we tegenwoordig ook gewoon meer pijn? Rossignol wil dat zeker niet tegenspreken, maar volgens hem is vooral de behandeling van patiënten de voorbije decennia geëvolueerd. 

"Pakweg 20 jaar geleden probeerden artsen in de eerste plaats de patiënt te genezen en was er minder aandacht voor pijnbestrijding. De laatste jaren is er meer aandacht voor die pijnbehandeling en dat verhoogt het comfort van de patiënt in het genezingsproces." Pas de laatste jaren zijn we ons meer bewust aan het worden van de schadelijke gevolgen van het overmatig gebruik van opioïden.

De laatste jaren is er meer aandacht voor die pijnbehandeling en dat verhoogt het comfort van de patiënt in het genezingsproces

Erik Rossignol, woordvoerder van de controledienst van het Riziv

Dokter en professor huisartsgeneeskunde aan de VUB Dirk Devroey wijst op dat vlak vooral naar de behandeling van rugpijn. "Die komt door overbelasting, maar vooral door te weinig te bewegen. Dus wie meer beweegt, heeft véél minder medicamenten nodig."

Rossignol ziet ook een effect van de mate waarin die producten worden terugbetaald. "Dat heeft ook steevast een invloed op het gebruik." En er is ook een impact van de promotie door de producenten. "Wanneer er een nieuw product op de markt komt, wordt dat door de producenten ook meer gepromoot. Dat kan ook een toename van het voorschrijfgedrag verklaren."

(Lees verder onder de foto)

"Doktershoppen"

Betekent die stijging van het gebruik dan ook dat er meer verslaafden zijn? Daarover heeft het Riziv geen cijfers, maar de overheidsdienst kan wel een zorgwekkende trend vaststellen. 

"We merken dat er bij de hoge gebruikers, zij die meer dan 1 onderhoudsdosis per dag gebruiken, almaar meer mensen onder de 50 zitten. Dat is toch verwonderlijk, want zulke pijnbehandeling verwacht je vooral bij een ouder publiek. Dus als er nu ook al jonge mensen almaar meer opioïden gaan gebruiken, gaat er ook bij die mensen gewenning optreden en kunnen zij daaraan verslaafd geraken. Dus dat is een gevaar voor de toekomst."

Als er nu ook al jonge mensen almaar meer opioïden gaan gebruiken, gaat er ook bij die mensen gewenning optreden en kunnen zij daaraan verslaafd geraken

Erik Rossignol, woordvoerder van de controledienst van het Riziv

Bovendien blijkt ook dat een aantal van die jongere gebruikers aan zogenaamde "doktershopping" doet. "Dat betekent dat ze zich bij verschillende artsen tegelijkertijd opïoden laten voorschrijven, of dat ze tegelijkertijd bij meerdere apothekers gaan om die af te halen. Dat wijst er toch wel op dat dat niet gaat om een medisch verantwoord gebruik van opioïden, dus dat kan wijzen op een mogelijke verslaving."

Ook dokter Dirk Devroey ziet dat in zijn praktijk: "Schrijven wij het niet meer voor, dan gaan ze naar een andere arts binnen de praktijk. Lukt dat niet meer dan gaan ze bij wijze van spreken 100 kilometer verder bij een andere arts "shoppen". En die weet dan van niets."

Kan een "geneesmiddelenprofiel" helpen?

Volgens Rossignol en Devroey moet het probleem ten gronde worden aangepakt en moeten artsen en apotheken toegang krijgen tot het geneesmiddelenprofiel van een patiënt. "Zodat je, wanneer je het dossier van de patiënt opent met de elektronische identiteitskaart, ook ziet welke pijnstillers er al voorgeschreven zijn en welke afgehaald zijn in de apotheek", zegt Devroey. Vandaag is dat nog niet mogelijk. "Het is heel belangrijk dat die gegevens kunnen worden gedeeld en geraadpleegd", benadrukt Rossignol.

Die voegt eraan toe dat ook artsen goed gesensibiliseerd moeten worden over de neveneffecten van opioïden. Zij moeten ook richtlijnen krijgen, zodat die heel omzichtig worden voorgeschreven. Ook daar is Devroey het mee eens. "Zo'n richtlijn kan nuttig zijn voor het afbouwen en in de hand houden van pijnmedicatie. Zo hebben artsen bijna een 'kookboek' in de hand waarmee ze aan de slag kunnen."

Lionel Bajart, Vlaams deelstaatsenator voor Open VLD, kaartte de kwestie in het verleden ook al aan bij zijn partijgenoot, minister van Sociale Zaken Maggie De Block. Hij vindt dat ook patiënten meer informatie moeten krijgen over dat soort medicijnen en hun risico's. "Op die manier sensibiliseren we niet enkel artsen en apothekers, maar ook de gebruiker. Deze medicatie is in bepaalde gevallen zeker nodig, maar patiënten hebben wel het recht te weten welke risico's ermee gepaard gaan."

Herbeluister hier het gesprek met Dirk Devroey in "De ochtend" op Radio 1: