De bloedige broederstrijd in Noord-Ierland: een terugblik

Vannacht is een journaliste gedood bij zware rellen in de Noord-Ierse stad Derry/Londonderry. De spanningen in het Britse gebied liepen al een tijdje op en de vrees bestaat dat onder meer door de nakende brexit het geweld in Noord-Ierland opnieuw in volle hevigheid zal uitbarsten.

Geweld in Noord-Ierland leek sinds de vredesakkoorden van Goede Vrijdag 1998 wat in de vergetelheid geraakt, al was er nadien nog de bloedige bomaanslag van Omagh in augustus 1998 met 29 doden en honderden gewonden tot gevolg. Met de regelmaat van een klok waren er kleinere incidenten en moorden die -ver uit de schijnwerpers van de media- aantonen hoe wankel de vrede in Noord-Ierland wel is. (Lees verder onder de foto).

De katholieke droom van aanhechting bij de Ierse Republiek blijft, ook onder het vredesakkoord.

Wie jong was in de jaren 70 en 80, is opgegroeid met een stroom van tv-beelden over bomaanslagen, gewelddadige betogingen, brandbommen, het geweld van politie en leger tegen ongewapende betogers en afrekeningen tussen extremisten over en weer in Noord-Ierland.

Grosso modo zijn er twee kampen: de protestantse unionisten die kost wat kost bij het (overwegend anglicaanse) Verenigd Koninkrijk willen blijven en de Noord-Ierse katholieken die het hun historische bestemming vinden dat hun gebied aansluit bij de Ierse Republiek, die al lang niet meer zo katholiek is. Of daartussen een compromis mogelijk is dat verder gaat dan een in de tijd beperkt bestand, is niet duidelijk.

Acht eeuwen van oorlog: is geweld de regel?

De oorsprong van het conflict gaat terug tot de 12e eeuw toen de Anglo-Normandische ridders vanuit Engeland het oosten van Ierland bezetten en koloniseerden. Latere Engelse koningen volgden die trend en palmden steeds meer stukken van Ierland in tot ze dat eiland in 1607 volledig in handen hadden en zich "koning van Ierland" lieten noemen. (Lees verder onder de foto).

In de slag bij de Boyne in 1690 maakte William of Orange een einde aan de katholieke droom tot overheersing van Engeland.

Aanvankelijk was het conflict dus niet religieus, maar wel een koloniale en feodale overheersing. Pas na de afscheuring van de anglicaanse kerk van de katholieke in de 16e eeuw begon religie een rol te spelen en zeker nadat in 1688 in Engeland de katholieke koning James II van de troon werd verdreven door de protestantse meerderheid daar. 

James en zijn opvolgers -de Jacobieten- probeerden daarop met steun van Frankrijk en de katholieke Ieren Ierland om te bouwen tot een springplank om de macht te heroveren in Engeland, maar dat mislukte door nederlagen eind de 17e eeuw. U kent misschien de "slag aan de Boyne" en andere die jaarlijks met "Oranjemarsen" herdacht worden door protestanten in Noord-Ierland. (Lees verder onder de foto).

Met hun Oranjemarsen herdenken de Noord-Ierse protestanten jaarlijks de overwinningen op de katholieken in de 17e eeuw.

De Paasopstand van katholieke Ieren in 1916 mislukte, maar leidde wel tot het verdrag waardoor de Ierse Vrijstaat in 1922 -later de Ierse Republiek- onafhankelijk werd. In dat akkoord bleven de gebieden waar de protestanten de meerderheid vormden (Noord-Ierland dus) bij het Verenigd Koninkrijk tot onvrede van de katholieken en werd Ierland dus verdeeld.

Van "Troubles" naar Goede Vrijdag

Die onvrede aangewakkerd door discriminatie van katholieken inzake banen en onderwijs leidde eind de jaren 60 tot massale betogingen in Noord-Ierland die brutaal onderdrukt werden door het protestantse politiekorps, de "Troubles". De situatie liep volledig uit de hand en de inzet van Britse militairen kon de burgeroorlog niet voorkomen. Het geweld was vooral het werk van milities zoals het katholieke Ierse Republikeinse Leger of IRA en protestantse tegenhangers zoals de Ulster Defence Association (UDA) of de Ulster Volunteer Force (UVF).  (Lees verder onder de foto).

Britse soldaten kregen in 1969 geen greep op het straatgeweld in Noord-Ierland. 1969 AP

Die voerden wederzijdse bomaanslagen, moordpartijen, ontvoeringen en andere gewelddaden uit en vervelden steeds meer tot criminele organisaties die nu nog altijd in de straten actief zijn, onder meer in drughandel.

De doorbraak kwam op Goede Vrijdag in 1998 toen de Britse premier Tony Blair, zijn Ierse tegenhanger Bertie Ahern en de meeste protestantse en katholieke partijen in Noord-Ierland een vredesakkoord sloten, waarna het zelfbestuur terugkeerde naar de regio, de milities ontwapenden en de grens met de Ierse Republiek openging. Dat leverde de protestantse leider David Trimble en zijn katholieke tegenhanger John Hume de Nobelprijs voor de Vrede op, maar de andere Noord-Ieren kregen vrede en stijgende economische welvaart.

Probleem is dat de nakende brexit de spanningen in Belfast opnieuw verhoogt met unionisten die vrezen dat ze losgeweekt worden van Londen en de katholieken die geen harde grens met Ierland willen. Economische achteruitgang en de vrees dat grensposten opnieuw het doelwit van aanslagen zouden worden, dreigen plots opnieuw een realiteit te worden.

Veerle De Vos in "Terzake": "Vrede in Noord-Ierland is fragiel en oppervlakkig"

Video player inladen ...
Het Goedevrijdagakkoord tussen de Ierse premier Bertie Ahern, de Amerikaanse bemiddelaar senator George Mitchell en de Britse premier Tony Blair. AP1998