180 jaar geleden: scheiding van Nederlands- en Belgisch-Limburg is een feit

Precies 180 jaar geleden werd het “Verdrag van Londen” ondertekend en werd de scheiding van beide Limburgen een feit. België bleef lang hopen om Nederlands-Limburg weer in te lijven, het laatst nog na de Eerste Wereldoorlog, maar zonder succes.

De (grote) provincie Limburg ontstond in 1815 als onderdeel van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. De provincie was een samensmelting van het vroegere Franse departement Beneden-Maas en delen van het Roerdepartement.

In de provincie Limburg werd een lappendeken verenigd van voordien veel verschillende graafschappen en gebiedjes, onder andere het graafschap Loon. Alleen een klein stukje in het zuiden  behoorde tot het historische hertogdom Limburg (nu ligt dat bijna volledig in de provincie Luik).  

Omdat anders de naam van het historische gewest Limburg verloren zou gaan, was het in 1815 de persoonlijke wens van koning Willem I dat de nieuwe grote Maasprovincie binnen het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden deze oude naam ging dragen.

Territoriale versnippering in het gebied van de "Limburgen"  rond 1350 (Wikimedia). Beginillustratie: de wapens van de provincies Nederlands-Limburg (links) en Belgisch-Limburg (rechts).

Toen in 1830 de revolutie uitbrak in België tegen het Nederlandse bewind was er in Limburg van opstandigheid amper sprake. Er waren alleen wat kleine relletjes in steden zoals Tongeren, Maaseik of Hasselt. Toch kozen zowat alle gemeentebesturen van Belgisch- en Nederlands-Limburg de kant van het nieuwe België, zeker toen de opstand vanaf eind september een succes bleek te worden.

Al snel bleef enkel nog Maastricht in Nederlandse handen. De stad was een vestingstad met een groot garnizoen van zo'n 6.000 soldaten. Troepen van het nieuwe België belegerden de stad, maar zonder succes.

Spotprent hekelt de Belgische belegering van Maastricht (Rijksmuseum Amsterdam via Wikimedia).

De Nederlandse koning Willem I weigerde zich bij de realiteit neer te leggen en erkende het nieuwe België niet. In 1831 probeerde hij nog tevergeefs met een militaire expeditie in België het tij in zijn voordeel te doen keren.  Onder andere in Kermt en Houthalen werd slag geleverd. Onduidelijkheid bleef heersen over wat nu de precieze grens zou vormen tussen Nederland en het onafhankelijke België.

Pas in 1839 draaide Willem I bij en werden de grenzen van het huidige België vastgelegd. België kreeg de westelijke helft van het hertogdom Luxemburg. In ruil moest het zijn aanspraken op Zeeuws-Vlaanderen opgeven. En het moest ook het oostelijke deel van Limburg, dat het sinds 1830 in de praktijk controleerde, opnieuw afstaan aan Nederland.

Dat alles werd vastgelegd in het Verdrag van Londen van 19 april 1839, 180 jaar geleden. De scheiding van beide Limburgen werd definitief. 

De Slag bij Houthalen. Tijdens de Tiendaagse Veldtocht trachtte Willem I tevergeefs België weer in te lijven. Het Stadsmus Hasselt, A. von Geusau.

Sporadisch leidde de scheiding tot protest in het nieuwe Nederlandse Limburg, maar de meeste inwoners legden zich gemakkelijk neer bij de landenwisseling.

Willem I stond toe dat bewoners van Nederlands-Limburg die Belg wilden blijven vrij mochten verhuizen. Een paar duizend Limburgers maakten daarvan gebruik. Lommel, dat in het verleden steeds Brabants was geweest en al eeuwenlang tot de Noordelijke Nederlanden had behoord, was sinds 1817 een onderdeel van Limburg en bleef Belgisch. Daarmee werden de wensen van het Lommelse stadsbestuur, dat trouw aan België had gezworen, gerespecteerd.

De Slag bij Hasselt ( augustus 1831) was een overwinning voor Willem I. PCCE , J.B. Clermans naar Johannes Jelgerhuis.

Het duurde nog tot 1843 voor de grenzen tussen Belgisch- en Nederlands-Limburg tot in detail werden vastgelegd in het Verdrag van Maastricht. De loop van de Maas bepaalde de grens tussen de twee
provincies.

Alleen ter hoogte van Maastricht werd van die regel afgeweken. Daar kreeg Nederland een stukje aan de linkeroever van de Maas. De grens werd er vastgelegd op 2,3 kilometer van de stadsmuur van Maastricht. Die afstand was niet toevallig: zo ver kon een kanon toen schieten. Zo verzekerden de Nederlanders zich ervan dat de Belgen de stadsmuren van Maastricht niet konden beschieten.

Ook in het noorden van de provincie bestond er nog onduidelijkheid over de nieuwe grens. Enkele gehuchten gingen van Nederlandse in Belgische handen en werden deel van Kinrooi. Lommel
tot slot ruilde enkele honderden hectaren met de Nederlandse
gemeente Bergeijk.

Kaart met de definitieve grens tussen de twee Limburgen.

België bleef Nederlands-Limburg nog lang beschouwen als terug te winnen grondgebied. Enkele jaren geleden ontdekten historici dat Leopold II, toen nog kroonprins en later koning, in de jaren 1850 plannen liet opmaken om Nederland binnen te vallen.  

Zonder twijfel was de inname van Nederlands-Limburg een van de hoofddoelen. Toen uit geheime onderhandelingen bleek dat
grote buur Frankrijk niets voor dat plan voelde, verdween
het stilletjes in de koelkast.

Kaart met in het rood de gebieden die België na de Eerste Wereldoorlog hoopt in te lijven. Propaganda van het annexionistische "Comiteit voor Nationale Politiek"

Op de vredesbesprekingen na de Eerste Wereldoorlog in Versailles in 1919 maakte België voor een laatste keer aanspraak op Nederlands-Limburg (en ook Zeeuws-Vlaanderen). Dat was niet vanzelfsprekend, want Nederland had niet eens deelgenomen aan de Eerste Wereldoorlog.

Om zijn eis kracht bij te zetten beschuldigde België Nederland dan maar van Duitsgezindheid tijdens de oorlog. Maar dat
kon de internationale gemeenschap niet overtuigen. Nederlands-Limburg bleef Nederlands en België kreeg alleen de Duitse Oostkantons.

Ontwerp van twee anti-Belgische spotprenten uit het Nederlandse tijdschrift De Amsterdammer in 1919.

Meer over de geschiedenis van Limburg in het boek "Limburg in 9 vragen".

De verjaardag van deze scheiding is de aanleiding voor de kunsttentoonstelling "GEKADERD" in Maastricht, waar de provincie Belgisch-Limburg een selectie uit haar kunstcollectie toont.