Het veulen werd gevonden in een krater in Siberië en het is erg goed bewaard. Semyon Grigoryev/North-Eastern Federal University

Vloeibaar bloed gevonden in een 42.000 jaar oud veulen uit Siberië

Russische onderzoekers hebben vloeibaar bloed en vloeibare urine gevonden in het lichaam van een veulentje dat zo'n 42.000 jaar geleden gestorven is. Het veulen werd gevonden in de permafrost in een krater in Siberie, en het is uitzonderlijk goed bewaard. Samen met een Zuid-Koreaanse firma willen de Russen het uitgestorven veulen klonen, maar het is lang niet zeker dat dat zal lukken. 

Het waren mannen die op zoek waren naar mammoetslagtanden, die het veulen in de zomer van 2018 vonden. Het lag in de permafrost - de permanent bevroren laag in de ondergrond - in de Batagaika-krater in de Siberische autonome republiek Jakoetië.

Het veulen was uitstekend bewaard: de huid, staart en hoeven waren nog intact, en op verschillende lichaamsdelen, onder meer het hoofd en de benen, was ook het haar nog bewaard.

De stoffelijke resten werden onderzocht door wetenschappers van de Russische Staatsuniversiteit van Jakoetsk en de Zuid-Koreaanse Sooam Biotech Research Foundation. Tijdens een autopsie slaagden zij erin vloeibaar bloed en vloeibare urine aan het lichaam te onttrekken. 

Dat is uitzonderlijk. Volgens een van de onderzoekers, de directeur van het Mammoetmuseum Semyon Grigoriev, is het nog maar de tweede keer dat vloeibaar bloed gevonden wordt in een bevroren lichaam uit de permafrost. Normaal stolt het bloed, of het wordt een soort poeder omdat het water er in de loop der jaren uit verdampt. Maar in 2013 had de ploeg van Grigoriev al eens vloeibaar bloed ontdekt in een 15.000 jaar oude mammoet die gevonden was op het eiland Maly Lyakhovsky in het noordoosten van Siberië.

Tijdens een autopsie konden de onderzoekers vloeibaar bloed uit het veulen halen. Semyon Grigoryev/North-Eastern Federal University

Klonen?

Grigoriev zei aan de Amerikaanse nieuwszender CNN dat het de bedoeling was om het bloed te gebruiken om het veulen te klonen. Het behoort tot een soort uit het Pleistoceen, het Lenskaya of Lena paard (Equus lenensis), die nu uitgestorven is. 

Het is echter lang niet zeker of dat ook zal lukken. De afgelopen maand hebben de onderzoekers meer dan 20 pogingen ondernomen om cellen uit het weefsel van het veulen in het laboratorium te laten groeien, maar die zijn allemaal mislukt, volgens een artikel in the Siberian Times. 

Om het veulen te klonen zouden de onderzoekers levensvatbare cellen uit het bloed moeten isoleren en ze in het labo opkweken. Maar volgens Grigoriev hebben "de belangrijkste bloedcellen geen kernen met DNA", en is dus zelfs dit uitzonderlijk bewaarde bloed waardeloos wat klonen betreft.

Toch blijft het team optimistisch, zo zei de leidster van het onderzoek Lena Grigorieva, en de onderzoekers zijn zelfs al op zoek naar een surrogaatmerrie om een eventueel embryo te dragen. 

Opvallend is daarbij dat de Russische onderzoekers voor het klonen in zee zijn gegaan met de Zuid-Koreaanse Sooam Biotech Research Foundation. Die wordt geleid door de omstreden wetenschapper Hwang Woo-Suk. Woo-Suk kwam in 2004 in opspraak omdat hij gezegd had dat hij erin geslaagd was menselijke embryonale stamcellen te klonen. Later moest hij echter toegeven dat hij de resultaten in zijn studie vervalst had. 

Om te weten welke kleur het uitgestorven Lenskaya paard had, is het alvast niet nodig om het te klonen. Het veulen is zo goed bewaard dat duidelijk is dat het een voskleurig, roodbruin lichaam had, en zwarte manen en een zwarte staart. Het veulentje was zo'n twee weken oud toen het gestorven is. Het is meer dan waarschijnlijk vast komen te zitten in modder en verdronken, wat blijkt uit het slib en de modder die in zijn spijsverteringssysteem gevonden zijn.  

Semyon Grigoryev/North-Eastern Federal University