De beenderen van de kruisvaarders in de grafput in Sidon. Claude Doumet-Serhal

Kruisvaarders "beminden hun vijanden", zo blijkt uit genetische studie

Uit historische teksten kennen we de namen van de edellieden die de kruistochten leidden, maar wie de soldaten waren die de strijd op het slagveld uitvochten, was een mysterie. Het eerste genetische onderzoek van 9 mensen van wie men aanneemt dat ze kruisvaarders waren, uit een massagraf in Libanon, toont aan dat de legers van de kruisvaarders genetisch gemengd waren. Krijgers uit Europa trokken naar het Midden-Oosten, mengden zich daar onder de lokale bevolking en vormden er families mee, en Europeanen, mensen uit het Midden-Oosten en hun gemengde nakomelingen stierven samen in de strijd. Op langere termijn hebben de kruisvaarders echter nauwelijks invloed gehad op de genetische opmaak van de hedendaagse Libanezen. 

Historische veldslagen en invasies gingen vaak gepaard met menselijke migraties, en die hebben de genetische diversiteit van plaatselijke bevolkingsgroepen diepgaand beïnvloed in veel verschillende gebieden. 

Zo hebben de Mongolen in de tijd van Dzjengis Khan hun mannelijke afstammingslijnen verspreid doorheen Azië van de Stille Oceaan tot de Kaspische Zee, en in Zuid-Amerika heeft de kolonisatie door de Spanjaarden en Portugezen ervoor gezorgd dat veel Zuid-Amerikanen voor het grootste deel genetisch afstammen van Europese voorouders. 

Maar laten alle massale migraties een genetische afdruk na bij de plaatselijke bevolking?

De kruistochten waren een reeks religieuze oorlogen die uitgevochten werden tussen 1095 en 1291. Honderdduizenden Europeanen trokken naar het Midden-Oosten om er te vechten, en om zich te vestigen in de pas gestichte Europese staten aan de oostkust van de Middellandse Zee. Uit historische geschriften blijkt dat de plaatselijke bevolking in verschillende gevallen verdreven werd, en dat in andere gevallen Europeanen en plaatselijke inwoners samenleefden en zich met elkaar vermengden.

De koningen en edellieden die de kruistochten leidden, kennen we uit historische geschriften, en ook een aantal ridders, maar om uit te zoeken wie de eenvoudige soldaten op het slagveld waren en wat hun eventuele genetische invloed was, heeft een internationaal team het DNA geanalyseerd van een aantal kruisvaarders uit twee massagraven in Sidon.  

Sidon was een belangrijk bolwerk in het koninkrijk van Jeruzalem, de meest zuidelijke van de vier kruisvaardersstaten in het Midden-Oosten. M.Haber, C. Doumet-Serhal et al in AJHG

Twee massagraven

Oud DNA (Ancient DNA, aDNA) van middeleeuwse kruisvaarders vinden is niet makkelijk: twee ernstige hinderpalen zijn het warme en vochtige klimaat in het Midden-Oosten, dat niet bevorderlijk is voor het bewaren van DNA, en het feit dat er slechts weinig graven van individuen zijn die gelinkt kunnen worden aan de kruisvaarders. 

Onlangs hebben archeologen echter 25 skeletten blootgelegd die dateren uit de 13e eeuw in Sidon, dat nu tot Libanon behoort maar dat in de tijd van de kruistochten deel uitmaakte van het koninkrijk van Jeruzalem. Sidon was een belangrijk bolwerk in dat koninkrijk, en er vonden tussen 1110 en 1249 verschillende grote gevechten plaats tussen de kruisvaarders en de Arabieren. 

In de buurt van een kasteel van de kruisvaarders in Sidon werden de skeletten gevonden in twee massagraven, twee naast elkaar liggende in de grond uitgegraven putten. De 25 skeletten vertoonden allemaal sporen van verwondingen opgelopen in gevechten, en ze werden met de C14-methode gedateerd tussen 1025 en 1293 n.C. De skeletten waren blijkbaar lukraak in de putten gegooid en verbrand.

In de buurt werd nog een geïsoleerde schedel gevonden. Mogelijk was die ooit als projectiel gebruikt en in het vijandige kamp gekatapulteerd om ziekten te verspreiden en het moreel te ondermijnen, een illustratie van de brutaliteit van de gevechten, zo zeggen de onderzoekers.

De onderzoekers namen stalen van de slapen van 16 individuen, maar bij 7 ervan was het DNA niet goed genoeg bewaard, zodat er uiteindelijk 9 stalen overbleven. Daarnaast namen ze ook DNA-stalen van 5 plaatselijke inwoners uit de Romeinse tijd. Die gebruikten ze om de stalen uit de massagraven mee te vergelijken, en ze vergeleken die ook met genetische databanken over hedendaagse mensen en individuen uit het verleden.  

Een kruisvaarderskasteel in Sidon, het 'kasteel van St-Louis'. BlingBling 10/WIkimedia Commons/CC BY-SA 3.0

Slechts drie Europeanen

Uit het DNA-onderzoek bleek dat alle individuen mannen waren, en dat slechts drie van de individuen West-Europeanen waren. Twee van hen waren waarschijnlijk Spanjaarden, en waren verwant aan Basken, Fransen en Noord-Italianen, de derde kwam waarschijnlijk uit Sardinië. 

Vier andere individuen waren hoogstwaarschijnlijk lokale bewoners, want hun DNA viel samen met dat van de 5 plaatselijke bewoners uit de Romeinse tijd, en met dat van moderne Libanezen. 

De twee laatste individuen vertoonden een mengeling van Europees DNA en DNA uit het Midden-Oosten. Een van hen had waarschijnlijk een ouder uit wat nu Libanon is, en een andere uit ergens in Europa, de andere stamde waarschijnlijk af van iemand met een Saudische of bedoeïen-achtergrond en een Noord-Spaanse of Baskische ouder.  Volgens de onderzoekers werden die bevindingen bevestigd door een analyse van mitochondriaal DNA - dat uitsluitend via de moeder wordt doorgegeven -, en van de Y-chromosomen - die uitsluitend langs vaderskant worden doorgegeven. 

De onderzoekers veronderstellen dat plaatselijke bewoners, mogelijk plaatselijke christenen, meevochten met de Europese kruisvaarders en dat ook de zonen uit gemengde huwelijken deelnamen aan de strijd.

"Kruisvaarders rekruteerden in het Midden-Oosten"

Het valt natuurlijk niet uit te sluiten dat na een gevecht de doden van de beide kampen, kruisvaarders en Arabieren, samen in de massagraven zijn gegooid. De onderzoekers denken echter dat dat niet het geval was, omdat geweten is dat de legers die tegen de kruisvaarders vochten, vooral bestonden uit mensen uit het huidige Syrië, Turkije, Irak en Egypte. En die verschillen genetisch van de mensen uit het Midden-Oosten die in het graf werden gevonden.  

De kruisvaarders uit West-Europa rekruteerden stammen en plaatselijke inwoners uit het Midden-Oosten om deel te nemen aan de gevechten. De kruisvaarders en de mensen uit het Midden-Oosten leefden, vochten en stierven zij aan zij.

Chris Tyler-Smith

Daarnaast wijzen ook de locatie, de datering en de staat van de graven erop dat het om graven van kruisvaarders gaat, net als een kruisvaardersmunt die is uitgegeven in Italië tussen 1245 en 1250, en vijf gespen met motieven die kenmerkend zijn voor middeleeuws Europa, die in de grafputten werden gevonden.

"Historische documenten vertellen ons de namen van de edellieden die de kruistochten leidden, maar de identiteit van de soldaten bleef een mysterie", zei doctor Chris Tyler-Smith in een mededeling van het Wellcome-Sanger Institute. "Genomica geeft ons een nooit eerder gezien beeld van het verleden en toont dat de kruisvaarders uit West-Europa stammen en plaatselijke inwoners uit het Midden-Oosten rekruteerden om deel te nemen aan de gevechten. De kruisvaarders en de mensen uit het Midden-Oosten leefden, vochten en stierven zij aan zij."

Tyler-Smith is de leider van het Human Evolution Team aan het Britse Wellcome-Sanger Institute en een van de auteurs van de nieuwe studie.

Een close up van een van de grafputten. Claude Doumet-Serhal

Geen blijvende invloed

In tegenstelling met de Mongolen of de Spanjaarden, ziet het er niet naar uit dat de kruisvaarders een blijvende genetische stempel gedrukt hebben op de bevolking in het Midden-Oosten, zeggen de onderzoekers. 

In een eerdere studie hadden onderzoekers van het Wellcome Sanger Institute gemeld dat ze Europese afstammingslijnen hadden gevonden voor het Y-chromosoom bij de hedendaagse bevolking van Libanon. Ze veronderstelden toen dat die zouden kunnen stammen uit de periode waarin de kruisvaarders Libanon overheersten. 

Meer recent onderzoek, waarbij gebruikgemaakt werd van de sequentie van het gehele genoom van moderne en oude individuen, toont echter aan dat moderne Libanezen genetisch gezien voor het grootste deel afstammen van de lokale bevolking uit de Bronstijd, gemengd met genen uit de steppen van Eurazië die tussen 1750 en 170 v.C. in het genoom zijn gekomen. 

De hedendaagse Libanese bevolking verschilt genetisch nauwelijks van die uit de Romeinse tijd, lang voor de kruistochten, wat aantoont dat de kruistochten geen blijvende genetische invloed hebben gehad.  

"De kruisvaarders trokken naar het Nabije Oosten, hadden betrekkingen met de plaatselijke bevolking, en hun zonen sloten zich later bij hen aan om mee voor hun zaak te vechten. Maar nadat de gevechten afgelopen waren, trouwde de gemengde generatie met de plaatselijke bevolking en de genetische sporen van de kruisvaarders gingen snel verloren", zei doctor Marc Haber van het Wellcome Sanger Institute.

Afrikaanse invloeden

Opvallend is ten slotte dat er zich na de kruistochten wel nog genetische veranderingen hebben voorgedaan bij de Libanese bevolking. Die waren evenwel niet afkomstig van de kruisvaarders en ze deden zich niet voor bij de Libanese christenen, maar bleven voornamelijk beperkt tot de Libanese moslims. 

Tussen 1550 en 1700 n.C. komen er Oost-Aziatische en Afrikaanse invloeden in het genoom van de Libanese moslims, en dat valt samen met de overheersing van Libanon door de Ottomaanse Turken. Die hebben zelf Oost-Aziatische voorouders in de Seljoeken en hebben die genen verspreid onder de Libanese moslims.

De Afrikaanse genen zijn volgens de onderzoekers afkomstig van de slavenhandel in het Ottomaanse Rijk. Dat er bij de Libanese christenen geen Afrikaanse genen te vinden zijn, komt volgens de onderzoekers door het feit dat het in die periode verboden was voor niet-moslims om slaven te houden.  

Wat gebeurde er tijdens de overgang van de Bronstijd naar de IJzertijd?

De onderzoekers willen zich nu gaan bezighouden met de vraag wat er op genetisch vlak gebeurd is in het Midden-Oosten tijdens de overgang van de Bronstijd naar de IJzertijd.

En het team hoopt dat dit soort van studies meer zal uitgevoerd worden, en dat ze meer interdisciplinair zullen worden. De genetica kan complementair zijn en een aantal zaken uit geschiedkundige archieven bevestigen, maar ze kan ook zaken achterhalen die niet opgetekend zijn in de archieven, aldus de onderzoekers. 

De studie van de Britse en Libanese onderzoekers en van de Estse geneticus Toomas Kivisild die momenteel aan het Departement Menselijke Erfelijkheid van de KU Leuven werkt, is verschenen in het American Journal of Human Genetics.    

Een beeld van het tweede massagraf uit Sidon. Claude Doumet-Serhal