Achilleshiel van de Amerikaanse democratie blijft kwetsbaar: wie controleert de stemcomputers?

Bedrijven die computers maken voor stemlokalen of de registratie van kiezers, blijken erg weinig transparant, zowel inzake hun software en hardware als inzake wie nu eigenlijk de eigenaar is van die ondernemingen. Dat laat de mogelijkheid open tot manipulatie van de verkiezingen.

De Russische inmenging in de Amerikaanse presidents- en parlementsverkiezingen van 2016 (die Donald Trump aan de macht brachten) blijft Amerika beroeren, ook na de publicatie van het rapport van de speciale onderzoeker Robert Mueller.

Erger is dat er volgens de Britse krant The Guardian niet echt vooruitgang gemaakt is inzake de veiligheid van die verkiezingen en dat zal wellicht ook niet het geval zijn in 2020. Een voorbeeld: in 2015 werd het bedrijf dat stemcomputers maakt in de staat Maryland overgenomen door een onderneming die banden had met een Russische zakenman. Pas drie jaar later kreeg de staat Maryland dat nieuws te horen via de federale politiedienst FBI. Die kon weliswaar geen misbruiken vaststellen, maar het is wel onthutsend dat Maryland niet op de hoogte was.

Die Russische aanwezigheid in dat bedrijf is intussen wel verdwenen, maar door gebrek aan transparantie is het nog altijd erg moeilijk om vast te stellen wie eigenaar is van producenten van stemcomputers.

"Bedrijven staan boven de wet"

Een van de hiaten dat er geen of nauwelijks federale wetgeving is inzake elektronisch stemmen. Die bedrijven schermen hun hardware en software net als hun eigenaarsstructuur af van onderzoek als "bedrijfsgeheimen". Het Democratische Congreslid Jamie Raskin heeft een wetsvoorstel klaar dat die bedrijven zou verbieden om vanuit het buitenland te werken of buitenlandse aandeelhouders aan boord te hebben.

Probleem is dat zowel het Huis van Afgevaardigden als de Senaat groen licht moeten geven en de Republikeinse Senaatsvoorzitter Mitch McConnell heeft al aangekondigd dat hij niet wil weten van de aanpassing van kiessystemen. Dat zou de indruk wekken dat president Trump en diens Republikeinse partij dan via geknoei aan de macht zijn gekomen in 2016.

Critici zeggen ook dat het niet enkel buitenlandse aandeelhouders zijn die een gevaar zijn voor de Amerikaanse democratie via hun belangen in Amerikaanse producenten van stemcomputers. Zo pochte de CEO van een van die producenten in 2003 dat hij de cruciale staat Ohio zou "versieren" voor de herverkiezing van de Republikeinse president George W. Bush.

Nog een probleem is de slechte kwaliteit van het programmeren van dergelijke stemcomputers en systemen voor de registratie van kiezers. Uit onderzoek in de staten Georgia, North Carolina en Washington blijkt dat die daardoor erg kwetsbaar zijn voor hackers. Academici en computerspecialisten die dat wilden aantonen, werden met gerechtelijke vervolging bedreigd door de computerbedrijven. Die bedrijven staan volgens Congreslid Raskin zo goed "als volledig boven de wet", maar hebben wel een erg grote greep op de Amerikaanse democratie.