Video player inladen...

Eerste vrouwelijke hoogste rechter van België: Beatrijs Deconinck is nieuwe voorzitter Hof van Cassatie

Het hoogste rechtscollege van ons land heeft sinds vandaag een nieuwe voorzitter: raadsheer Beatrijs Deconinck wordt de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie. Deconinck is daarmee de eerste vrouwelijke hoogste magistraat van België. Een vrouw met een rijk palmares. 

Op een openbare en plechtige zitting wordt deze namiddag officieel de nieuwe eerste voorzitter van het Belgische Hof van Cassatie aangeduid: raadsheer Beatrijs Deconinck. Ze volgt Jean de Codt op, die de voorbije vijf jaar zetelde als hoogste magistraat in het Hof van Cassatie. Dat rechtscollege gaat na of alle regels in een rechtszaak werden nageleefd, maar spreekt zich niet uit over feiten.

Naast een nieuwe eerste voorzitter wordt ook een nieuwe procureur-generaal aangeduid: André Henkes. De 65-jarige Henkes is de opvolger van Dirk Thijs. In die functie was eerder wel al een vrouw aangesteld, Eliane Liekendael. 

Portret van Deconinck: een Ieperse met een verleden als lector, advocate en magistrate

In de zomer van 1955 wordt Beatrijs Deconinck geboren in Ieper, de stad waar ze 23 jaar later haar carrière als advocate zou starten. Maar daarvoor trekt Deconinck eerst naar de KULAK en de Universiteit Gent, waar ze in 1978 haar diploma van licentiaat in de rechten en de criminologie behaalt. Meteen na haar studies gaat Deconinck daar aan de slag als deeltijds assistent en lector aan het Instituut voor Procesrecht, waar ze nog steeds aan verbonden is als academisch consulent.

Op hetzelfde moment start Deconinck ook haar loopbaan als advocate - bij de balie in Ieper dus. Pas twaalf jaar later beslist ze om over te stappen naar de magistratuur, waar ze van start gaat als rechter in de rechtbank van eerste aanleg in Veurne. Opnieuw vijf jaar later - in 1995 - wordt Deconinck raadsheer in het Gentse hof van beroep en in 2006 wordt ze raadsheer in het Hof van Cassatie.

©Johan Pafenols-Hof van Cassatie

Dat haar interesse vooral uitgaat naar burgerlijke zaken, blijkt onder meer uit het feit dat Deconinck actief is in het Europees Justitieel Netwerk in burgerlijke en handelszaken. In het kader van die materie schreef de magistrate al verschillende wetenschappelijke publicaties. En dat is dat? Nee, Deconinck is ook plaatsvervangend raadsheer in het Benelux-Gerechtshof.

Een sterke vrouw dus die actief is op verschillende niveaus, maar wier hart ook nog steeds voor een groot deel in haar geboortestad ligt. Want - in haar resterende tijd - is Deconinck ook betrokken in de werking van de Ieperse scholengemeenschap.

Afbrokkeling van een mannenbastion

Dat België pas anno 2019 voor de allereerste keer een vrouwelijke eerste voorzitter van het Hof van Cassatie krijgt, is niet zo verwonderlijk. De magistratuur was immers lang een echt mannenbastion, maar dat lijkt langzaam af te brokkelen (zie tabel).

Uit de cijfers die de FOD Justitie oplijstte, blijkt immers dat de vrouwen binnen de magistratuur de laatste jaren bezig zijn aan een inhaalbeweging.  Tegenover het jaar 2012 is het aandeel van vrouwelijke magistraten gestegen van 49% naar 55%. 

De toename van het aantal vrouwen in de magistratuur is vooral merkbaar op het niveau van eerste aanleg. We hebben het dan over de arbeids­rechtbanken,  rechtbanken van eerste aanleg, ondernemingsrechtbanken en de strafuitvoeringsrechtbanken. Daar is er zelfs sprake van een overwicht aan vrouwelijke magistraten.

Bekijk hieronder het verslag van "Het Journaal":

Video player inladen...