Op reis met Vlaamse meesters: Dit duinenpad schopte het in 100 jaar tot dure straat in het Monopoly-spel 

Elke week leiden Jos Vandervelden en fotograaf Alexander Dumarey je naar een plek in Vlaanderen of Brussel waar onze grootste schilders hun schildersezel opstelden.  Ooit vonden schilders het de volmaakte plekken om verzinnelijkt te worden op het canvas. Vaak zijn ze het nu nog. Soms zijn ze het niet meer. Het schilderij van toen en het beeld van nu.

Vandaag: "De Zeeweg" van Willy Schlobach uit 1883 of de verovering van het Wilde Westen van Vlaanderen 

In de negentiende eeuw plantten de late impressionist Willy Schlobach en vele andere kunstenaars hun schildersezel neer in de ongerepte duinen van het vissersdorpje “Knocke”. Een hele kolonie van kunstenaars besefte amper dat hun inspiratie snel zou verdwijnen. Schlobach schilderde in 1883 “De Zeeweg”, een smalle duinenweg. Goed tien jaar later zou hij worden omgedoopt tot de Lippenslaan. Uitgerekend deze weg zou de ontsluiting van Knokke in gang zetten.

Hugo Maertens

Planologen avant la lettre en "ambtenaren uit Brussel" ontvouwden grootschalige verkavelingsplannen voor het kustplaatsje in het verre westen. De Zeeweg werd van noord naar zuid dwars door de duinen bekasseid. Het zou de centrale as worden van de nieuwe stad. De toenmalige gemeenteraad kondigde de weg aan als de "opening van eenen buurtweg van het Dorp naer het zeestrand".

De weg kreeg namen mee als "Staatsweg" of "Steenweg naar Zee", maar werd in 1894 definitief de Lippenslaan. Het was immers de familie Lippens die de poldergronden verkocht had waarmee een bouwconsortium aan de slag kon gaan. Goed 100 jaar later zou de zanderige weg van Schlobach het schoppen tot prijzige straat in het Monopoly-spel, maar dan als Lippenslaan.

De verovering van een nog een onbezoedeld landschap

De weg zoals Schlobach hem schilderde, doorklieft de duinen en is bestoven met zeezand. Het is een impressie van een rauw en natuurlijk duinlandschap. Waarschijnlijk was het niet bedoeld door de schilder, maar de priemende kasseiweg lijkt wel het symbool van de verovering van dit nog onbezoedelde landschap.

Willy Schlobach heeft "De Zeeweg" in 1883 in openlucht geschilderd, vermoedelijk ongeveer ter hoogte van de kruising tussen de huidige Lippenslaan en de Elisabethlaan. Hij schilderde weg van de zee. In de verte is het oude Knokke te zien met de molen Vandamme en de toren van de Heilige Margaretakerk. Van deze veertiende eeuwse kerk blijft enkel de 23 meter hoge toren over. De molen Vandamme zou goed tien jaar na het schilderen een zware storm niet overleven. Schlobach zou trouwens nog een tijd verblijven in het bakkershuis aan het kerkje, waar ook het kunstenaarspension "Le Cygne" lag.

Vijf jaar later kwam de eerste villa

Daarna ging het snel met het duinendorp. Al in 1887 werd een groots verkavelingsplan vastgelegd dat de structuur van het huidige Knokke zou tekenen. In rastervorm werden rechte straten en gesloten huizenblokken uitgetekend. Snel volgde een eerste periode van bouwwoede. Nog vijf jaar zou het duren voor in het tableau van Schlobach de eerste villa zou verrijzen. De oude "Zeeweg" werd steeds breder gemaakt en volgebouwd met herenhuizen en hotels. In 1889 werd 200 meter zeedijk aangelegd en verscheen het eerste hotel op de dijk. Sindsdien volgden golven van bouwen, slopen en weer bouwen. Knokke werd van langsom meer geëxploiteerd als dure badstad.

De Lippenslaan in 1920

Het buitengewone licht

Goed vijftien kilometer verder was Blankenberge al veel eerder een florerende kuststad. Een trein reed tot het ook al snel groeiende "Heyst". Maar vandaar moest het lange tijd verder met paard en kar. Knokke was een zanderige duinvlakte met boerderijen en vissershutten, met buitengewoon licht, voortjagende wolken en glooiende duinen. Net dat lokte schilders en ook schrijvers. Ze logeerden of vestigden zich in de nieuwe hotels en herbergen. Op het einde van de negentiende eeuw hadden schilders als Theo Van Rysselberghe, Alfred Verwee, Anna Boch en Willy Schlobach er een vaste stek. Maurice Maeterlinck, Georges Rodenbach, James Ensor, Henry Van de Velde en Emile Verhaeren, het kruim van de kunst op het einde van de eeuw, logeerden geregeld in de Knokse pensions.

Beschimpte knokkekunst

Zelden komt het voor dat kunstenaars een invloed hebben op de reguliere geschiedenis. Maar misschien waren zij het die zonder het te beseffen in het oude “Knocke” een bruisende gemeenschap hebben gesticht. Een gemeenschap die plannenmakers op het idee heeft gebracht van grote urbane ambities.

Schilders bleven in vervoering voor Knokke tot na de Eerste Wereldoorlog. Met de tanende belangstelling voor het impressionisme verdwenen de tenoren van de schilderkunst uit de stad. "Knokkekunst" werd zelfs een tijdlang een schimpwoord in de artistieke wereld.

"De Zeeweg" van Willy Schlobach hangt in Sincfala, Museum van de Zwinstreek in Knokke-Heist

Meest gelezen