Copyright by MaxPixel

67, 68 of toch weer 65? Hoe we bekvechten over een pensioenleeftijd die we nog lang niet halen

Moet de wettelijke pensioenleeftijd verhoogd worden of net weer verlaagd? Of moeten onze loopbanen gewoon langer? Te midden van het gegoochel met pensioenstandpunten dezer dagen valt één ding op: in realiteit sluiten we onze loopbaan gemiddeld nog altijd een pak vroeger af dan de wet voorschrijft. Dit zijn de harde cijfers waarover het pensioendebat vandaag gaat.

1. Even een stapje terug: hoe zat het ook weer met die pensioenleeftijd?

Vandaag ligt de wettelijke pensioenleeftijd op 65. Een volledige loopbaan - goed voor een volledig rustpensioen - bedraagt volgens de wet 45 jaar. Maar u kunt met "vervroegd pensioen" vanaf 63 als u een loopbaan heeft van 42 jaar. Wie 43 jaar gewerkt heeft, mag op 61 met pensioen en voor wie 44 jaar gewerkt heeft, is 60 jaar de minimumleeftijd. 

Vanaf 2025 zal de wettelijke pensioenleeftijd op 66 liggen, vanaf 2030 op 67, zo besliste de regering-Michel 5 jaar geleden. De minimumleeftijd en loopbaanvoorwaarden blijven hetzelfde. De verhoging van die pensioenleeftijd is een reactie op de vergrijzing van de bevolking: meer mensen moeten langer werken om de pensioenen van de groeiende groep oudere mensen te kunnen betalen. 

2. Houden we ons aan die wettelijke pensioenleeftijd?

Nee, niet echt. De gemiddelde effectieve pensioenleeftijd in ons land (de leeftijd waarop Belgen écht stoppen met werken) lag in 2017 voor mannen op 61,7 jaar, zo meldt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Voor vrouwen ligt die leeftijd op 60,1. Ook het Planbureau heeft cijfers: daar komen ze in 2017 uit op een gemiddelde effectieve pensioenleeftijd van 61,3 jaar, nog altijd onder de minimumleeftijd voor vervroegd pensioen dus. 

De laatste jaren stijgt de echte pensioenleeftijd wel, maar niet minder dan 5 jaar geleden lag die voor mannen en vrouwen onder de 60, met een dieptepunt midden jaren 90. Best opmerkelijk, omdat we in de jaren 70 vlot aan een pensioenleeftijd van 64 en meer geraakten. 

"Sinds de jaren 70 is de overheid allerlei vervroegde uittredestelsels beginnen ontwikkelen", legt pensioenexpert Marjan Maes van de KU Leuven uit. Maes was in het verleden pensioenadviseur op het kabinet van voormalig minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA). "Werknemers krijgen een aanzienlijke financiële stimulans om zo snel mogelijk te stoppen met werken en uit te treden via rustpensioen of brugpensioen in België. En zij gedragen zich ook naar die stimulansen."

Toch is er dus wel wat aan het veranderen. In alle OESO-landen zijn burgers sinds ongeveer het jaar 2000 weer gestaag langer aan het werken. "Dat is puur het gevolg van allerlei pensioenhervormingen, zowel van rustpensioenstelsels als van de vervroegde uittrederegelingen, die sindsdien door de Europese Commissie en de OESO geadviseerd worden", weet Maes nog. "Ook bij ons is er een stijging, maar in de andere OESO-landen gaat die toch sneller."

Op de grafieken hierboven is in elk geval te zien dat tijdens de voorbije regeerperiode, waarin de meest recente pensioenhervorming is gestemd, de echte pensioenleeftijd voor mannen met bijna 2 jaar is gestegen en voor vrouwen met bijna een jaar.

3. Oké, die wettelijke pensioenleeftijd halen we nog niet. Maar is onze effectieve loopbaan dan wel lang genoeg?

Cijfers van de Europese Commissie tonen aan dat Belgen tijdens hun loopbaan gemiddeld net geen 33 jaren werken. Daarin zijn gelijkgestelde periodes als ziekte en periodes van werkloosheid niet meegerekend. Zulke gelijkgestelde periodes zijn bij gewone werknemers goed voor ongeveer een derde van de loopbaan (en dus pensioenopbouw). Bij ambtenaren is dat een tiende, bij zelfstandigen hoogstens 5 procent. 

Belgische loopbanen liggen zo nog een heel eind onder het Europese gemiddelde van 35,9 jaar. We zitten met onze cijfers ook echt in de staart van het Europese peloton, met enkel Italië, Griekenland, Turkije en een paar Oost-Europese landen achter ons. Ter vergelijking: in IJsland, Zweden en Zwitserland werken ze vlot meer dan 40 jaar lang. 

Het Planbureau berekende in 2017 dan weer dat mannen gemiddeld een carrière konden voorleggen van 39,2 jaar, gelijkgestelde periodes incluis. Bij vrouwen ligt dat op 34,2 jaren. 

Welk cijfer je ook kiest, het is duidelijk dat het nog ver onder de huidige doelstelling van 45 jaar ligt voor een volledige loopbaan of 42 jaar om met vervroegd pensioen te mogen gaan. 

Nochtans is die loopbaanduur wel een belangrijk onderdeel van de politieke pensioendiscussie die vandaag woedt. Volgens SP.A moeten we stoppen met ons te richten op het verhogen van de wettelijke pensioenleeftijd - SP.A wil die terug naar 65 - en gewoon kijken naar die loopbaan. Voor de socialisten is een carrière van 42 jaar het streefdoel om een minimumpensioen van 1.500 euro te krijgen. Vandaag is dat minimumpensioen 1.200 euro.

4. Wat zeggen de pensioenexperts daarover?

De meningen zijn verdeeld. Marjan Maes had vorige week al aangegeven dat ze een verlaging van de pensioenleeftijd "waanzin" vond. Ze zei toen dat we in vergelijking met andere landen eigenlijk al veel te laat hebben gereageerd om die leeftijd op te trekken. "In heel veel landen is vandaag de wettelijke pensioenleeftijd al 66, 67 of 68 jaar, en wordt die vervolgens aangepast aan de levensverwachting. Dat is overal zo, behalve in België."

Verhogen of verlagen van die wettelijke pensioenleeftijd: gezondheidseconoom Erik Schokkaert (KU Leuven), die ook zetelt in de Academische Raad van Pensioenen (de opvolger van de Pensioencommissie), vindt het een beetje een symbooldiscussie. Al geeft hij toe dat er altijd een richtcijfer nodig zal zijn voor die wettelijke pensioenleeftijd.

Volgens Schokkaert zou die relatieve vrijheid en flexibiliteit ook het draagvlak voor langer werken kunnen vergroten. "Ik begrijp eigenlijk niet dat deze rechts-liberale regering dat voorstel zelfs niet eens heeft bekeken." Het gevolg is ook wel dat de budgettaire impact ervan nooit echt berekend is.

Wij hebben ooit gesuggereerd om met correcties te werken: wie langer wil werken, krijgt een hoger pensioen en vice versa

Gezondheidseconoom Erik Schokkaert (KU Leuven), die ook zetelt in de Academische Raad van Pensioenen

Maar, zo zegt hij, "wij hebben met de Pensioencommissie ook altijd voorgesteld om vooral te kijken naar de loopbaanduur van mensen. Dat biedt veel meer vrijheid. Hoe lang die loopbaan dan idealiter moet zijn, dat moet dan wel nog worden onderzocht. Wij suggereerden destijds zelfs om met correcties te werken: wie langer wil werken, krijgt een hoger pensioen en vice versa." 

Econoom Jozef Pacolet (KU Leuven) vindt de wettelijke pensioenleeftijd van 67 die eraan komt tegen 2030 wel positief. "Als je die leeftijd optrekt, trek je automatisch de leeftijdsgrens van alles mee: het vervroegd pensioen, andere eindeloopbaanstelsels, … En dat is een goede zaak. Want het signaal moet zijn dat we met z'n allen langer moeten werken." Het alternatief is, zegt hij, "dat we allemaal meer sociale bijdragen moeten betalen, dat de pensioenen lager liggen, dat er minder geld beschikbaar zal zijn voor een goede gezondheidszorg".

Die wettelijke pensioenleeftijd weer verlagen, zoals SP.A suggereert, noemt Pacolet dan ook een "achterhoedegevecht". Maar hij vindt wel dat er iets in de plaats mag komen voor die hogere pensioenleeftijd: "Trek dan ook de wettelijke pensioenen over de hele lijn op. Dat is de ruil. Niet alleen die minimumpensioenen dus, want dan riskeer je een pensioensysteem te ontwerpen dat enkel bedoeld is om armoede te vermijden."

Meest gelezen