Universiteit van Cambridge onderzoekt of ze profiteerde van de slavenhandel

De Britse universiteit van Cambridge gaat twee jaar lang onderzoeken of ze voordeel haalde uit de slavenhandel. Mocht dat het geval zijn, dan overweegt ze herstelbetalingen. De onderzoekers gaan ook na of geleerden van de instelling in de periode tussen de achttiende en de twintigste eeuw vooroordelen op basis van ras geloofwaardigheid verschaften of in stand hielden. 

Twee jaar lang gaat de universiteit van Cambridge onderzoeken of ze voordeel haalde uit de slavenhandel. Er zal worden nagegaan of giften en legaten die de centrale departementen, bibliotheken of musea in de loop der tijden mochten ontvangen - financieel of in welke vorm dan ook - voortkomen uit winsten van de trans-Atlantische slavenhandel of andere vormen van dwangarbeid tijdens de koloniale periode. Twee onderzoekers van het Centrum voor Afrikaanse studies worden daarvoor voltijds vrijgemaakt. 

Het is voor het eerst dat dergelijk onderzoek plaatsvindt in Engeland. In Schotland heeft de universiteit van Glasgow vorig jaar een gelijkaardig maar kleinschaliger onderzoek op touw gezet. Daaruit bleek dat de instelling voor een bedrag van ongeveer 200 miljoen pond inkomsten had vergaard die verband hielden met de slavenhandel. De universiteit ontwerpt nu een herstelprogramma , waarbij onder meer een centrum wordt opgericht dat onderzoek zal doen naar slavernij. 

Ook de universiteit van Cambridge kondigt aan dat ze de resultaten van het onderzoek publiek bekend zal maken en dat ze bereid is tot herstelbetalingen.

De drijvende kracht achter het onderzoek is de Canadese jurist Stephen Toope. Hij is gespecialiseerd in mensenrechten en werd twee jaar geleden de nieuwe vicerector van de universiteit van Cambridge. Het onderzoek zal ook nagaan of geleerden van de instelling in de periode tussen de achttiende en de twintigste eeuw vooroordelen op basis van ras geloofwaardigheid verschaften of zelfs versterkten.

Professor Stephen Toope, vicerector van de Universiteit van Cambridge.

We kunnen het verleden niet veranderen, maar we moeten ons er ook niet voor wegsteken.

Prof. Stephen Toope, vicerector van de Universiteit van Cambridge

"Er is sprake van een groeiende belangstelling bij academici en het brede publiek voor mogelijke verbanden tussen de oude Britse universiteiten en de slavenhandel. En het is dan niet meer dan normaal dat Cambridge bekijkt in welke mate het blootgesteld was aan de winsten uit dwangarbeid tijdens de koloniale periode." zegt prof. Toope in de Britse krant The Times.

"We kunnen het verleden niet veranderen, maar we moeten ons er ook niet voor wegsteken. Ik hoop dat dit proces de universiteit zal helpen om haar rol tijdens die donkere periode van de menselijke geschiedenis te begrijpen en te erkennen."

De Universiteit van Cambridge is een van de 52 universiteiten die lid zijn van het Britse "Race Equality Charter". Dat initiatief wil de vertegenwoordiging van etnische minderheden bij studenten en personeelsleden bevorderen. 

Ook in andere universiteiten zijn er initiatieven om in het reine te komen met het koloniale verleden. In Oxford voerde een groep studenten drie jaar geleden campagne om de beeltenis van Cecil Rhodes uit de gevel van een collegegebouw te laten verwijderen. Het beeld mocht uiteindelijk blijven staan, maar een plakkaat dat zijn nagedachtenis loofde werd wel weggehaald. Rhodes is de stichter van diamantbedrijf De Beers en een van de initiatiefnemers van de Britse koloniale expansie. De tegenstanders van het standbeeld vinden dat het een symbool is van de onderdrukking van zwarten door een blanke minderheid.

In de Verenigde Staten heeft de universiteit van Yale onder druk van studenten aangekondigd dat het de naam van één van zijn colleges gaat veranderen. Het is genoemd naar John Calhoun, een vicepresident die destijds een vurig pleitbezorger van de slavernij was.

Ook bij de universiteit van Princeton loopt er een onderzoek naar haar banden met de slavenhandel. En de universiteit van Georgetown heeft de namen van twee gebouwen gewijzigd. Ze waren genoemd naar voorzitters van colleges die slaven verkochten om schulden van hun instelling af te betalen. 

Ook St John's College in Oxford wil een onderzoeker aanstellen om zijn eigen banden met het kolonialisme onder de loep te nemen, en dat kan gaan van monumenten, voorwerpen en schilderijen tot gebouwen die eigendom zijn van het college.

Het onderzoek van Cambridge is grootschaliger, omdat het uitgaat van de centrale universiteit. Haar 31 colleges zijn wettelijk en financieel onafhankelijke instellingen. Maar de overkoepelende universiteit - die met haar centrale instellingen veel kapitaalkrachtiger is - hoopt dat haar onderzoek een model kan zijn en inspirerend kan werken voor de verschillende colleges.