Dongju Zhang, Lanzhou University

Denisovamens geeft onderkaak en geheimen prijs: 160.000 jaar geleden ook al op de Tibetaanse hoogvlakte

De denisovamens, een uitgestorven mensachtige waarvan het bestaan pas in 2010 werd bewezen, leefde 160.000 jaar geleden ook op de Tibetaanse hoogvlakte. Wetenschappers kwamen tot die conclusie na onderzoek van een onderkaak die op 3.300 meter hoogte werd gevonden. Het is veruit de oudste vondst van menselijke resten op die hoogte.

Rond de Homo denisova hangt een waas van mysterie. Al wat we erover weten, komt van één enkele reeks fossielen die in de Denisova-grot in het Altajgebergte in Siberië gevonden zijn. Die reeks fossielen bestaat uit drie kiezen en een vingerbeentje van vier verschillende individuen. Pas in 2010 konden die aan een nieuwe, nog niet eerder geïdentificeerde mensensoort worden toegewezen.

Algemeen wordt aangenomen dat de denisova tienduizenden jaren geleden in Azië leefde, nog voor de moderne mens (Homo sapiens) zich vanuit Afrika over de hele wereld verspreidde. Doorgedreven onderzoek van de fossielen uit Siberië heeft intussen uitgewezen dat de denisovamens zijn genen heeft achtergelaten in het genoom van de moderne mens. Die bijdrage zien we vooral bij inwoners uit Oceanië, maar ook bij mensen uit Oost- en Zuid-Azië.

Nu hebben wetenschappers voor de allereerste keer een fossiel van een denisovamens geïdentificeerd op een andere site. Het gaat om een stevige onderkaak met grote tanden, gevonden in een grot op de Tibetaanse hoogvlakte. De onderkaak is 160.000 jaar oud. Het is de oudste vondst van menselijke resten in dit gebied op grote hoogte.

Onderkaak van 160.000 jaar oud

De onderkaak werd in 1980 gevonden in de Baishiya-karstgrot, een grot bij het bergdorp Xiahe, in de provincie Gansu, in het noordoosten van China. De grot ligt in de Tibetaanse hoogvlakte, op een hoogte van 3.280 meter. Pas enkele jaren geleden zijn wetenschappers de kaak grondig beginnen te onderzoeken.

Via een zogenoemde uranium-thoriumdatering in een laboratorium in Taiwan werd de leeftijd van de onderkaak bepaald: minstens 160.000 jaar oud. Daarmee is het veruit de oudste vondst van menselijke resten in dit gebied op zulke grote hoogte. Tot nu toe werden er alleen resten gevonden van mensen die hier maximaal 40.000 jaar geleden leefden.

Jean-Jacques Hublin, MVI-EPVA, Leipzig

Het fossiel bevatte geen sporen van DNA, maar de onderzoekers slaagden er wel in om proteïnen (eiwitten) te onttrekken aan een van de kiezen. "Via een proteïne-analyse stelden we vast dat de onderkaak in Xiahe behoorde tot een populatie die zeer dicht verwant is met de denisovamens in Siberië", zegt Frido Welker van de Universiteit van Kopenhagen, in Denemarken, coauteur van de studie.

De ontdekking in Xiahe kan verklaren waarom de individuen in Siberië een genenvariant hadden die hen beschermde tegen hypoxie (gebrek aan zuurstof) op grote hoogtes. Dat was tot nu toe een raadsel, omdat de grot in Siberië slechts op 700 meter hoogte ligt.

Verrassing

De mogelijkheid om te overleven in zulke extreme omstandigheden werd tot nu toe alleen geassocieerd met de moderne mens, de Homo sapiens. De vondst van een archaïsche mensensoort op de Tibetaanse hoogvlakte kwam dan ook als een verrassing, zegt Jean-Jacques Hublin van het Max Planck Instituut voor Evolutionare Biologie in Leipzig (Duitsland), coauteur van de studie.

"Bij archaïsche mensensoorten - neanderthalers, denisovamensen, vroege verschijningen van de Homo sapiens - blijkt duidelijk dat ze beperkt waren in hun mogelijkheden om in extreme omgevingen te overleven", zegt Hublin aan BBC. "De hoogste sites die we in Europa hebben, liggen op 2.000 meter. Er zijn er niet veel, de neanderthalers gebruikten ze om tijdens de zomer te verblijven."

Maar op de Tibetaanse hoogvlakte liep dus wel een archaïsche mensensoort rond die op zulke hoogtes kon overleven en zich kon aanpassen aan de extreme omstandigheden daar. En die voorvader van de mens lijkt een gen te hebben doorgegeven dat de moderne mens helpt om hetzelfde te doen.

Onderzoekers aan het werk in de Baishiya-karstgrot. Dongju Zhang, Lanzhou University

De mensen die nu op de Tibetaanse hoogvlakte wonen, hebben namelijk dezelfde genenvariant als de denisovamens, die hen beschermt tegen zuurstofgebrek op grote hoogtes. Bij hen ook de Sherpa's, die bekendstaan om hun uitzonderlijke vaardigheden in hoge gebieden. Het was tot nog toe een raadsel waarom en hoe zij die beschermende genen gekregen hebben.

"We kunnen alleen maar speculeren dat elke genmutatie die gunstig was om te ademen in een zuurstofarme omgeving, door natuurlijke selectie zou overblijven", zegt professor Hublin. "Het is een waarschijnlijk scenario dat kan verklaren waarom de mensen die vandaag in dat gebied wonen, die genenvariant hebben."

Meer lezen?