Arkhane is een allosauriër, een vleesetende theropode, en hoogstwaarschijnlijk is het een nieuwe soort. Museum voor Natuurwetenschappen

"Arkhane" (raadselachtige khan), een nieuwe vleesetende dino in het Museum voor Natuurwetenschappen

Vanaf morgen 7 mei wordt een nieuwe dinosaurus tentoongesteld in het Museum voor Natuurwetenschappen in Brussel. Het gaat om "Arkhane", een bijna 8 meter lange allosauriër, die zo'n 152 tot 157 miljoen jaar oud is. Allosauriërs zijn theropoden, voornamelijk vleesetende tweevoetige dinosaurussen, en Arkhane is zeker een nieuwe soort. Het uitzonderlijk goed bewaarde skelet is eigendom van een privéverzamelaar die anoniem wenst te blijven en het is door de experten van het museum bestudeerd. Het zal 11 maanden in het museum tentoongesteld worden.

De naam "Arkhane" is een samenvoeging van het Latijnse Arcanus (raadselachtig, geheim - een verwijzing naar de nieuwe soort) en 'Genghis Khan' (de machtige veroveraar - een verwijzing naar zijn positie als vleeseter aan de top van de voedselketen) en is gekozen door zijn eigenaar.

Het fossiel is uitzonderlijk goed bewaard: het is voor 70 procent volledig. De ontbrekende beenderen zijn ribben, halswervels en delen van de schedel,  die voor 50 procent volledig is.

Arkhane is 8,7 meter lang en 2,6 meter hoog. Hij stamt uit het bovenjura-tijdperk, meer precies uit het kimmeridgien, 157 tot 152 miljoen jaar geleden. 

Arkhane was een rover met een geduchte bek vol indrukwekkende tanden. Hij liep op zijn achterpoten en kon wel 30 tot 55 km per uur halen. Zijn gespierde staart vormde het tegengewicht voor zijn massieve borstkas en kop. Allosauriërs waren slank en beweeglijk en wogen ‘slechts’ tussen 700 en 1.500 kilogram.

Hij werd in 2014 opgegraven op de vindplaats Barnum-Kaycee, Wyoming, in de Morrison-formatie, op nauwelijks 250 meter van het terrein waarop het team van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) al twee jaar opgraaft. Deze formatie bevindt zich aan de voet van de Rocky Mountains en is een mekka voor dinosaurusjagers: op een oppervlakte van 1,5 miljoen km² liggen ontelbare goed bewaarde fossielen van zo'n 156 tot 147 miljoen jaar oud.

Herbekijk hieronder de reportage in Het Journaal (lees verder onder de video):

Video player inladen...

De vindplaats Barnum-Kaycee is samengesteld uit slibafzettingen, waarschijnlijk van overstromingen. Op het terrein zijn veel afzonderlijke en uitstekend bewaarde skeletten van verschillende dinosauriërs ontdekt, waaronder Arkhane. Ze stierven dicht bij de rivieren en door overstromingen raakten hun krengen al vlug door sedimenten bedekt, wat  ideale omstandigheden voor een geslaagde fossilisatie zijn. 

Opgravingen op de vindplaats Barnum-Kaycee in Wyoming. KBIN

Zeker een Allosaurus

Paleontoloog Pascal Godefroit van het KBIN onderzocht het skelet zes maanden lang, en kwam tot de bevinding dat het specimen zeker tot het genus Allosaurus behoort. 

De schedel heeft het typische opvallende profiel van de allosauriërs, met een – vermoedelijk gehoornd – benig uitsteeksel boven de oogkas, bij het traanbeen.

Allosaurus is de belangrijkste rover van de bovenjura-periode in Noord-Amerika: 60 procent van de theropoden van de Morrison-formatie behoren tot het genus Allosaurus. Zijn prooien waren sauropoden, Diplodocus, Apatosaurus, Brachiosaurus, Camarasaurus …, ornithopoden, onder andere Nanosaurus, en Stegosauridae, zelfs nu en dan andere rovers. Misschien jaagde hij in een roedel: op de vindplaats van de Cleveland-Lloyd Dinosaur Quarry, in Utah, zijn minstens 44 uit elkaar gerukte skeletten door elkaar gevonden, van verschillende leeftijden en groottes. Dit wijst erop dat ze waarschijnlijk in groep leefden.

Het genus Allosaurus omvat tegenwoordig vier beschreven soorten en één niet-beschreven soort: A. fragilis, waarvan 60 min of meer volledige skeletten bekend zijn,  A. maximus en ‘A. jimmadseni’, waarvan een bijna volledig specimen en een schedel bekend zijn, allemaal uit de Morrison-formatie, en dan nog A. europaeus, de allosauriër die in de Portugese vindplaats Porto Novo ontdekt is.

Arkhane is opgesteld in een natuurlijke jachtpositie. Museum voor Natuurwetenschappen

Zeker een nieuwe soort

Uit het onderzoek van Godefroit bleek ook dat het om een nieuwe soort gaat in het genus Allosaurus.

Dat blijkt uit verschillende anatomische kenmerken, zoals:

  • het heel fijne onderkaakbeen, met tandjes die veel kleiner zijn dan die van de bovenkaak;
  • de klauw van de eerste vinger, die verhoudingsgewijs veel massiever is dan die van Allosaurus fragilis;
  • het schaambeen – met een punt in de vorm van een voet – dat kleiner is dan dat van Allosaurus fragilis, maar dan weer een bredere basis heeft;
  • de hoek van de kop van het dijbeen, die groter is dan bij Allosaurus fragilis.

"Uit het gedetailleerde onderzoek blijkt dat Arkhane heel wat unieke osteologische kenmerken vertoont, die nog niet bij andere allosauriërs zijn waargenomen. Deze details lijken misschien onbeduidend voor een ongeoefend oog, maar dinosauriërkenners vinden die heel belangrijk," zegt paleontoloog Godefroit in een persmededeling van het museum.

"Arkhane behoort dus meer dan waarschijnlijk tot een nieuwe soort voor de wetenschap, binnen het genus Allosaurus.  In de Morrison-formatie zijn buitengewoon veel soorten ontdekt die potentiële prooien waren van Arkhane: minstens dertig soorten reusachtige sauropode dinosauriërs - ‘langnekken’. We kunnen ons voorstellen dat hier verschillende soorten grote roofdinosauriërs kwamen smullen!” 

Arkhane heeft nog geen wetenschappelijke naam: de nieuwe soort kan die pas krijgen als het 'type' (of holotype) volgens de regels van de kunst in een wetenschappelijk werk gepubliceerd wordt en als het specimen in de collectie van een erkende stichting of instelling is opgenomen, zodat de paleontologen het in de toekomst kunnen blijven bestuderen.

Arkhane en ‘Allosaurus jimmadseni’ stammen uit hetzelfde tijdperk, het kimmeridgien, 152-157 miljoen jaar geleden; ze zijn iets ouder dan A. fragilis, die in het bovenste deel van de Morrison-formatie voorkomt.

In tegenstelling tot Big Al, een andere beroemde allosauriër, vertoont Arkhane geen overduidelijke sporen van verwondingen - herstelde breuken - of ziekte. Het is dus niet bekend waaraan hij stierf.

De mogelijkheid bestaat dat er nog andere specimens van dezelfde soort als Arkane aan het licht komen in Barnum-Kaycee en omgeving: andere allosauriërs uit de streek werden verkocht als Allosaurus fragilis, onder andere een schedel die op 16 april 2019 in Parijs door het huis Drouot geveild werd, maar behoren dus mogelijk ook tot de nieuwe soort.

Het volledige beeld van bovenaan: Arkhane liep op zijn krachtige achterpoten, had stevige klauwen en een massieve borst en kop. Museum voor Natuurwetenschappen

Hoe kwam Arkhane in het museum terecht?

Het fossiel werd zoals gezegd in 2013 ontdekt en in 2014 opgegraven op een opgravingsterrein in Wyoming, naast de site waar de teams van het KBIN de voorbije twee jaar opgravingen deden.

De onderzoekers weten dus precies waar het skelet vandaan komt en hebben de hele weg achterhaald die het aflegde vóór het in het museum aankwam - het gebeurt overigens heel zelden dat een te koop aangeboden fossiel volledig traceerbaar is. Dat is de reden waarom het KBIN het wetenschappelijk onderzoek op zich heeft kunnen nemen. Bovendien weten de onderzoekers dat het fossiel correct geprepareerd is en welke stukken geconstrueerd zijn. Dat is goed gedaan, alleen de schedel moet in het KBIN-lab opnieuw worden gedaan.

Arkhane is in het museum terechtgekomen dankzij een gepassioneerd privéverzamelaar - een beginner in het verzamelen van fossielen - die anoniem wenst te blijven. Hij kocht het fossiel op een veiling in Frankrijk. Hij wilde de geheimen van het specimen doorgronden en het aan zo veel mogelijk mensen tonen. Omdat hij ervan overtuigd is dat wetenschappers onpartijdig werken en hij de internationale expertise van het KBIN op dit gebied kent, stelde hij voor om een privaat-publieke samenwerking aan te gaan die voor beide partijen gunstig kan zijn.

Deze samenwerking heeft twee doelstellingen: het specimen identificeren en dus door wetenschappelijk onderzoek nagaan of het om een nieuwe soort gaat; het skelet aan zoveel mogelijk mensen tonen, belangstelling wekken voor wetenschap en mogelijk ook jongeren voor het beroep van paleontoloog te laten kiezen. Daarom wordt het in het museum tentoongesteld.

Toen het fossiel in juni 2018 verkocht werd, schreeuwde een deel van de wetenschappelijke wereld zijn verontwaardiging uit: de prijs van de veilinghuizen is veel te hoog, waardoor openbare instellingen vaak geen exemplaren meer kunnen verwerven. De vrees bestond dus dat Arkhane voor altijd voor wetenschap en publiek verloren zou zijn. Maar meestal kopen rijke verzamelaars dergelijke schatten niet om ze bij hen thuis tentoon te stellen of om ze in een bankkluis te stoppen. De meesten van hen delen hun aanwinst graag met de wetenschappers en het grote publiek. Dit is zeker het geval bij de nieuwe eigenaar van Arkhane, die niet alleen onmiddellijk aan de paleontologen van het KBIN vroeg om deze allosauriër in detail te bestuderen, maar ook of het museum deze prachtige dinosaurus wilde tentoonstellen.

Het is dus een win-winsituatie voor beide partijen, zo zegt het museum. Het KBIN krijgt hier een voorkeursbehandeling voor dit unieke specimen. Dankzij de expertise van onze wetenschappers kan de eigenaar er zich van vergewissen of dat wat de verkoopscatalogus beweerde – een nieuwe soort – inderdaad waar is, want helaas is dat vaak wel anders. Hij kan er ook van uitgaan dat de museumwerkers over alle vakmanschap beschikken om dit kostbare skelet het perfecte podium en de juiste context te geven. 

In het geval van Arkhane is nauwgezet rekening gehouden met alle wettelijke aspecten rond de wijze waarop hij ontdekt, opgegraven en uitgevoerd werd. Alles wat gebeurd is toen hij ontdekt en geprepareerd werd, is nauwkeurig gedocumenteerd. Zo zijn de onderzoekers zeker dat Arkhane niet uit beenderen van verschillende individuen is samengesteld. Bovendien konden ze aantonen dat het skelet voor ongeveer 70 procent volledig was, zoals de veilingcatalogus beloofde. En meer dan waarschijnlijk gaat het om een nieuwe soort binnen het genus Allosaurus. Bij het prepareren van de schedel zijn wel enkele foutjes gemaakt, maar de gespecialiseerde technici lossen dit intussen in het lab op.

In de paleontologie bleven openbare musea en verzamelaars tot vandaag voorzichtig uit elkaars vaarwater.  "Of we het nu leuk vinden of niet, er bestaat een – wettelijke – markt voor de particuliere verkoop van uitzonderlijke fossielen", zo zegt het Museum voor Natuurwetenschappen. "Spijtig genoeg kunnen ook wij evenmin concurreren met rijke verzamelaars. Maar we kunnen met hen samenwerken, onder voorbehoud van de wettelijkheid, de authenticiteit en het belang van het specimen in kwestie. Het is aan ons om privéverzamelaars ervan te overtuigen dat onze wetenschappelijke expertise uniek is. En dat de openbare natuurhistorische musea onmisbaar zijn in de verspreiding van wetenschappelijke kennis bij het grote publiek."

De Morrison formatie in Wyoming, met de kenmerkende horizontale banden. Michael Overton/Wikimedia Commonbs/CC BY-SA 2.5

Fossielen verkopen is een oude traditie

De particuliere verkoop van opmerkelijke fossielen is overigens een oude traditie.

Toen Duitse groevearbeiders het eerste exemplaar van Archaeopteryx ontdekten in 1861, kocht een plaatselijke arts het fossiel op. Die zag er onmiddellijk de commerciële mogelijkheden van in en bood het aan verschillende musea aan tegen een exorbitante prijs. Alleen het British Museum kon het zich op dat moment veroorloven.

Het tweede exemplaar, rond 1874 ook in Duitsland opgegraven, kwam in het bezit van de zoon van diezelfde arts. Die stelde het op zijn beurt te koop en het Berlijnse Museum für Naturkunde hapte toe, dankzij financiering van de familie Siemens.

De handel in fossielen gaat dus terug tot de begindagen van de paleontologie.

Eind 19e eeuw groeven teams van ‘avonturiers’ in het Amerikaanse Wilde Westen veel dinosaurusskeletten op. Ze verkochten die vervolgens aan beroemde Amerikaanse musea, die de financiële steun kregen van rijke mecenassen zoals George Peabody of Andrew Carnegie. Die financierden ook de bouw van natuurhistorische musea in Pittsburgh, het Carnegie Museum of Natural History, en in New Haven, het Peabody Museum of Natural History.

Recenter, in 1997, veilde Sotheby's het skelet van de beroemde T.rex ‘Sue’, dat ontdekt, opgegraven en geprepareerd was door een privéfirma. Het Field Museum of Natural History in Chicago haalde het prachtexemplaar binnen voor liefst 8,3 miljoen dollar, vooral dankzij de steun van Mc Donald's en Walt Disney Parks and Resorts.

Tyrannosaurus rex 'Sue' (cat.nr. FMNH PR 2081) in het Field Museum, is met 8,3 miljoen dollar het duurste dinosaurusfossiel dat ooit verkocht werd. Zissoudisctrucker/Wikimedia Commons/CC BY-SA 4.0

Te zien in de Galerij van de Evolutie

Opvallend is dat Arkhane in de Galerij van de Evolutie een plaatsje heeft gekregen en niet in de Galerij van de Dinosaurussen, de grootste in Europa, twee verdiepingen lager. 

Volgens het museum komt de nieuwe dinosaurus perfect tot zijn recht in de Galerij van de Evolutie, die de evolutie van het leven op aarde in een strikt chronologische orde toont. In het verste uiteinde van de zaal, halverwege de tijdlijn, komt inderdaad het jura-tijdperk aan bod, en de nieuwe allosauriër stamt precies uit deze periode.  

Tot nu toe zijn er in die zone van de galerij alleen fossielen van zeedieren tentoongesteld, en het museum is dus heel gelukkig dat een landdier bijna een jaar lang dit deel van het evolutieverhaal helpt illustreren.

Bovendien staat Arkhane op een plaats – halverwege het tijdsparcours in de Galerij van de Evolutie – waar zich tien jaar lang een zijsprongetje buiten de tijd bevond, waarin de evolutiemechanismen uitgelegd werden. Deze verouderde zone slaagde niet genoeg in zijn opzet en is daarom vervangen door de nieuwe opstelling.

Ook bleek het volgens het museum onmogelijk de nieuwe allosauriërsoort op een elegante manier te doen passen in de thema’s die in de – nochtans heel ruime – Galerij van de Dinosauriërs aan bod komen: de fossielen, de levenswijze van de dinosauriërs, hun uitsterving en het overleven van de groep die tot de vogels zou leiden. 

In de tentoonstelling is het skelet in zijn originele context geplaatst. Daarom zijn er ook andere specimens uit dezelfde tijd – eigenlijk potentiële prooien van Arkhane – zoals een kleine primitieve plantenetende dinosauriër, een verre verwant van onze Iguanodon van Bernissart, en een schedel van Camarasaurus - een vierpotige, plantenetende sauropode, een 'langnek' - die op enkele meters van het skelet van Arkhane is opgegraven.

Op een scherm kunnen de bezoekers een film zien over de wetenschappelijke expertise bij deze ontdekking: ze volgen het onderzoek en zien hoe de specialisten werken. Ze vernemen er ook de eerste resultaten van het onderzoek.  

Arkhane wordt elf maanden lang in het Museum tentoongesteld, vanaf 7 mei 2019, en gedurende die periode worden er een aantal activiteiten rond georganiseerd. Voor meer bijzonderheden kan u terecht op de website van het museum.

Reconstructie van een Camarasaurus, een tijdgenoot van Arkhane uit Wyoming. Dmitry Bogdanov/Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0