Ex-marathonloopster Ria Van Landeghem krijgt geen schadevergoeding van BOIC

De rechtbank in Brussel heeft de vraag om schadevergoeding van voormalig marathonloopster Ria Van Landeghem afgewezen. De gewezen sportster had een schadevergoeding geëist voor haar onterechte uitsluiting door het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC) op de Olympische spelen van Seoel in 1988. De rechtbank oordeelde dat de zaak verjaard is en wees haar eis af.

“De vordering tot schadevergoeding werd inderdaad afgewezen door verjaring”, zegt de advocaat van het BOIC, meester Sébastien Ledure. “Van Landeghem had op het proces ook aangehaald dat het BOIC en oud-voorzitter Jacques Rogge haar enkele jaren geleden nog afschilderden als dopingzondaar, maar dat gedeelte achtte de rechtbank niet gegrond." 

Van Landeghem werd op de vooravond van de start van de Spelen in Seoel in 1988 onderworpen aan een dopingcontrole. Zowel het A- als het B-staal testte positief, waarna het BOIC haar naar huis stuurde. De marathonloopster, die op dat moment op het hoogtepunt van haar carrière zat, verloor haar sponsors en haalde nooit meer haar topniveau. Achteraf bleek dat de dopingtest foutief was verlopen en dat Van Landeghem onterecht was uitgesloten. Ze werd enkele maanden later vrijgesproken voor de Beroepscommissie van de Vlaamse Atletiekliga op basis van procedurefouten.

In 2016 en 2017 voerde de ex-marathonloopster een reeks gesprekken met het BOIC over de zaak, waaruit ook excuses voortvloeiden voor haar onterechte uitsluiting in 1988. Nadien besloot de voormalige atlete het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité te dagvaarden voor de rechtbank omdat er volgens haar sprake was van blijvende reputatieschade. De zaak werd vorige maand behandeld op de burgerlijke rechtbank van eerste aanleg, maar die oordeelt nu dus dat het grootste deel van haar vordering verjaard was en een ander deel ongegrond. Tegen het vonnis kan wel nog beroep worden aangetekend.