Flip Franssen

Hoe tv-flaters tijdens verkiezingscampagnes voor kantelmomenten zorgen

Partijen geven miljoenen uit aan de campagne. Maar dan zijn er vijf ongelukkige woorden, gestameld in een onbewaakt ogenblik, op het einde van een debat.  En alles is om zeep. Dat is inderdaad het nachtmerriescenario voor elke partij, stelt politicoloog Bart Maddens. Maar hij ziet ook de positieve kant hiervan.  Zoiets wekt de interesse voor de politiek.  Het trekt de aandacht van wie anders nooit kijkt.

opinie
BELGA/VERGULT
Bart Maddens
De auteur doceert politieke wetenschappen in Leuven.

Autoracen interesseert me geen snars.  Ik kijk er nooit naar.  Tenzij er een grote crash is.  Dan kan ik moeilijk aan de verleiding weerstaan om het filmpje daarvan te bekijken.  Zeker als er doden vallen.   

Ik vermoed dat veel mensen op dezelfde manier tegenover politiek staan.  Ze hebben weinig of geen interesse in politieke debatten.  Ze kijken er amper naar.  Tot er doden vallen.   

Blunderende kandidaten zorgen voor entertainment

Zouden er op 9 november 2011 veel mensen gekeken hebben naar het zoveelste tv-debat tussen de Republikeinse kandidaten in de Amerikaanse voorverkiezingen?  Wellicht niet.  Tot een van de grote kanshebbers, Rick Perry, voor de politieke blooper van de eeuw zorgde.  Hij kondigde met veel aplomb aan dat hij drie ministeries wilde wegbezuinigen.  Hij noemde er twee, maar kon niet op het derde komen.    ‘Oops’ zei hij.  Het filmpje daarvan ging meteen viraal.  Exit Rick Perry.

Dan kwam Mark Rutte er iets gemakkelijker van af met zijn fameuze blackout tijdens het slotdebat voor de Nederlandse provincieraadsverkiezingen.  Maar ook het filmpje daarvan zal oneindig veel meer bekeken zijn dan het debat zelf.

Tijdens de vaak saaie campagnes zijn het de blunderende kandidaten die voor entertainment zorgen.   Denk aan de campagne van 2007 bij ons.  CD&V pakte toen uit met verruimingskandidaat Rudy Verhoeven, de verbondscommissaris van de scouts.  In Terzake07 kon Verhoeven het niet over zijn lippen krijgen dat hij voor de splitsing van de gezondheidszorg was.  Ook niet na herhaald aandringen van Kathleen Cools.  Nochtans stond dat duidelijk in het kartelprogramma van CD&V-N-VA. 

Het was Siegfried Bracke (toen nog journalist) die het genadeschot gaf:  "Mag ik samenvatten dat u tegen een splitsing bent, maar dat niet wilt zeggen?", vroeg hij.  “Dat mag u zo zeggen”, stamelde Verhoeven.  Een beginnersfout, schreven de kranten.  Alleen is nadien niet zoveel meer over Verhoeven vernomen. 

Dat was een kantelmoment in de campagne, schreven de analisten nadien.

Overigens was het in dezelfde uitzending dat die andere verruimingskandidate, Christine Van Broeckhoven van SP.A, eveneens voor hilariteit zorgde.  Zij blonk vooral uit in gekuch en in gênante stiltes.

Erger was de flater van Dirk Van Mechelen in 2009.  Hij was kandidaat minister-president voor Open VLD.  Maar bizar genoeg zong hij in een verkiezingsuitzending de lof van uittredend minister-president Kris Peeters : “Met Kris was het perfect”.   Dat was een kantelmoment in de campagne, schreven de analisten nadien.  Tijdens de daaropvolgende legislatuur bleef het “perfect met Kris”, maar wel zonder Open VLD en Van Mechelen.

Hoe tragisch is dat niet

De partijen geven miljoenen uit aan de campagne.  Er worden honderden uren vergadertijd besteed aan brainstorming over de campagnestrategie, de slogans, de kleur van de affiches, de kledij van de boegbeelden…  Tientallen experts sloven zich maandenlang uit in het uitwerken van programmapunten en het opstellen van gesofisticeerde debatfiches.  En dan zijn er die vijf ongelukkige woorden, gestameld in een onbewaakt ogenblik, op het einde van een debat.   “Met Kris was het perfect”.   En alles is om zeep.

Het nachtmerriescenario voor elke partij : een kandidaat die plots iets doms zegt in een debat.

Ik heb medelijden met de kandidaten.  Ze slepen zich van het ene debat naar het andere.  Maar wat levert het op voor de partij ?  Slechts heel weinig politici hebben genoeg retorisch talent om via een sterke debatprestatie stemmen te winnen.  Zouden ze op één hand te tellen zijn ?  Sommigen beweren dat één vinger tegenwoordig volstaat.

Voor alle andere kandidaten is het zaak om geen brokken te maken.  In het beste geval is het debat een nuloperatie voor de partij.  In het slechtste geval is het een ramp.  Over de kandidaat die gewoon zijn of haar ding doet, spreekt niemand.  Maar als die kandidaat gaat flateren, dan ontploft het internet.

Dat is inderdaad het nachtmerriescenario voor elke partij : een kandidaat die plots iets doms zegt in een debat, die afwijkt van de debatfiches, die – godbetert – een persoonlijke opvatting verkondigt.  Geen wonder dat de partijen er niet zo tuk op zijn om ‘gewone’ kandidaten naar debatten te sturen.  Ze kiezen liever voor veiligheid.  Ze laten de klus klaren door een beperkt clubje van goed getrainde toppolitici. 

Maar ook die professionals blunderen soms.  Gelukkig maar.  Zo maken we af en toe nog eens een echte politieke crash mee tijdens de race.  Dat wekt de interesse voor de politiek.  Het trekt de aandacht van wie anders nooit kijkt.  Zeker als er doden vallen.  

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.