"Maak van de aanpak van seksueel geweld een topprioriteit"

Het Belgische gerecht moet van de aanpak van seksueel geweld een topprioriteit maken. Dat stelt de Hoge Raad voor de Justitie (HRJ). Ze organiseerde een rondetafelgesprek over seksueel geweld met dertien experts en komt op basis daarvan nu met een reeks aanbevelingen.

Eén van de aanbevelingen is dat het gerecht van seksueel geweld een topprioriteit moet maken. "Als je seksueel geweld onaanvaardbaar vindt, maak je er een topprioriteit van. Dan is boter bij de vis nodig, en moet je er voldoende mensen en middelen voor uittrekken", zegt Christian Denoyelle, de voorzitter van het Nederlandstalig College van de HRJ. 

Daarnaast moeten de Zorgcentra voor Seksueel Geweld verder worden uitgebouwd. Die centra bundelen medische en psychische zorg voor slachtoffers. "De nood om bewijs te vinden moet gepaard gaan met de nodige zorg. Daarom zijn zorgcentra zo belangrijk, omdat welzijn daar op kop staat mét aandacht voor het verzamelen van bewijs", aldus Denoyelle.

Parketmagistraten moeten ook zo veel als mogelijk mondeling toelichting geven wanneer er besloten wordt een zedenzaak te seponeren. "Vaak begrijpen slachtoffers niet dat een zaak wordt geseponeerd. Je moet objectief blijven als magistraat, maar dat neemt niet weg dat je de moeite kan doen om het slachtoffer een aantal dingen uit te leggen”, zegt Denoyelle nog.

De aanleiding voor de HRJ om deze aanbevelingen te doen, was een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 2 mei 2017. België werd toen veroordeeld omdat het gerecht het strafrechtelijk onderzoek naar een seksueel misdrijf niet goed genoeg gevoerd had. De bevoegde autoriteiten werkten te passief, alle coördinatie ontbrak en het strafrechtelijk onderzoek duurde veel te lang. 10 jaar na de feiten, in 2008, werd de zaak definitief geseponeerd wegens onvoldoende bewijs. Daarop trok het slachtoffer naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat ons land dus veroordeelde tot het betalen van een schadevergoeding.