AFP OR LICENSORS

Wat nu na de Spaanse verkiezingen?

Afgelopen zondag wonnen de socialisten van uittredend premier Pedro Sánchez de parlementsverkiezingen in Spanje. Maar om aan een meerderheid in het parlement te geraken, wachten bijzonder moeilijke onderhandelingen met andere partijen. En dat zal nog even duren want eerst moeten de Spanjaarden opnieuw naar de stembus.

analyse
Sven Tuytens
Sven Tuytens is correspondent voor VRT NWS in Spanje.

Wat nu na de Spaanse verkiezingen?

Het antwoord op die vraag is moeilijk, omdat binnen minder dan een maand Spanje opnieuw naar de stembus trekt. Op 26 mei zijn er Europese, regioverkiezingen en verkiezingen in 12 autonome regio's. Het is niet gemakkelijk te voorspellen hoe de volgende Spaanse regering gevormd zal worden, omdat op dit moment geen enkele politieke partij in haar kaarten laat kijken.

De verkiezingscampagne begint officieel op 9 mei, maar ze is eigenlijk al in alle hevigheid losgebarsten. Pas 5 dagen voor de komende verkiezingen worden de resultaten van de parlementsverkiezingen van vorige zondag officieel in het Spaanse parlement voorgesteld.

Die afspraak van de volksvertegenwoordigers zal niet het startschot geven van het begin van coalitieonderhandelingen, maar wordt wel de laatste krachtmeting tussen politieke partijen om zo sterk mogelijk uit de volgende stembusslag te komen. Elke stellingname over de vorming van de volgende regering-Sánchez maakt deel uit van het politieke gevecht.

Pedro Sánchez

De optie van een linkse coalitie

Op dit moment wordt er druk gespeculeerd over de mogelijke coalitieonderhandelingen. Wenst uittredend premier Pedro Sánchez een linkse meerderheid te vormen, dan wordt verwacht dat hij eerst gaat praten met het linkse Unidas Podemos. Maar zelfs met hun steun geraken de Spaanse socialisten niet aan een parlementaire meerderheid van 176 zetels.

Om die te bereiken moet Sánchez onderhandelen met het centrum-linkse Esquerra Republicana de Catalunya (ERC), een Catalaanse separatistische partij die versterkt uit de verkiezingen komt en dus zwaarder dan ooit kan doorwegen op de nationale politiek. In ruil voor steun aan de nieuwe regering van Sánchez, zullen de separatisten duidelijke voorwaarden stellen.

Sánchez heeft weinig zin om met ERC te onderhandelen, niet alleen omdat die in februari zijn regering liet vallen, maar ook omdat hij geen ruimte wil geven aan rechtse partijen die hem verwijten de "uitverkoper" van de Spaanse eenheid te zijn.

AFP or licensors

De voorkeur van de IBEX-35

Een tweede optie voor de PSOE is een coalitie met het rechts-liberale Ciudadanos. De twee partijen zijn samen goed voor een comfortabele meerderheid van 180 zetels. Die optie zou de voorkeur genieten van de grootbanken en de bedrijven van de IBEX 35, de 35 grootste Spaanse beursgenoteerde bedrijven. Ciudadanos profileert zich als uitgesproken economisch neoliberaal en anti-Catalanistisch.

De rechts-liberalen houden echter al een tijdje vol dat ze nooit zullen samenwerken met Sánchez. Voor de parlementsverkiezingen zat Ciudadanos op dezelfde lijn als de rechtse Partido Popular en het uiterst rechtse Vox met als hoofddoel de regering-Sánchez uit het zadel te lichten. Maar het "rechtse trio" is er niet in geslaagd om gezamenlijk een meerderheid in de kamer te bereiken. Het is moeilijk te geloven dat Pedro Sánchez en Albert Rivera, die elkaar tijdens de verkiezingscampagne heel zwaar op de korrel namen, nu in staat zouden zijn om samen een regering te vormen.

Een mogelijke coalitie met Ciudadanos zou Sánchez ook bakken kritiek van een groot deel van zijn achterban bezorgen. Toen de verkiezingsresultaten vorige zondagavond bekend waren, was het voor Sánchez onmogelijk om de stem van zijn militanten voor het PSOE hoofdkwartier in Madrid te negeren. Met "Rivera, no" en "sí se puede" werd hem het postelectorale pad getoond.

Maar ooit boterde het beter tussen beide partijen. In 2016 tekenden ze nog samen het akkoord van de "200 maatregelen".

Albert Rivera AFP or licensors

Na de verkiezingen van afgelopen zondag, die uitdraaiden op een historische nederlaag voor de Partido Popular, werpt Albert Rivera zich nu meer dan ooit op als de nieuwe leider van Spaans rechts. Hij wenst dat Ciudadanos de vervanger van de zieltogende Partido Popular wordt.

Rivera die hoopt om vroeg of laat premier te worden, maakt geen aanstalten om toenadering tot Sánchez te zoeken. Bij de PSOE lusten ze Rivera niet. Zo is het niemand ontgaan dat de leider van Ciudadanos na de verkiezingszege van de PSOE het vertikte om Sánchez op te bellen  om hem te feliciteren. Het is in Spanje de gewoonte dat partijleiders de leider van de winnende formatie feliciteren.

Keuze voor een derde weg

Bij de PSOE zegt men nu van plan te zijn om alleen te regeren. Met die positionering wil de partij haar centrale positie in het Spaanse politieke landschap benadrukken. Noch Sánchez, noch zijn PSOE zijn de laatste dagen spraakzaam over de toekomstige regeringsvorming. De socialisten willen in de aanloop van de verkiezingen van 26 mei vermijden om in een compromitterende situatie te belanden.

De PSOE wil nog stemmen bij Podemos weghalen zonder daarbij het centrum voor de borst te stoten, want er zijn voor de volgende verkiezingen heel wat partijen die op dat centrum azen. Sánchez zou pas na 26 mei akkoorden sluiten zonder daarbij een coalitieregering te vormen.

Deze optie is riskant want de paarse formatie van secretaris-generaal Pablo Iglesias zal niet langer vanop de reservebank blijven supporteren voor een PSOE die solo gaat. Iglesias rekent erop dat de PSOE Unidas Podemos als een volwaardige partner in een nieuwe linkse regering opneemt en maakt duidelijk dat ze de 42 paarse zetels niet zomaar gratis ter beschikking zal stellen. 

De PSOE, die 10 maanden met 85 volksvertegenwoordigers een regering overeind hield, voelt zich nu met 123 zetels de koning te rijk

Sánchez is zelfzeker geworden want hij wist het afgelopen jaar als premier niet alleen zijn persoonlijke positie binnen de PSOE te verstevigen, hij slaagde er met een reeks van sociale maatregelen ook in de PSOE uit het slop te trekken. Na verkiezingsnederlagen in december 2015 en juni 2016 werd Sánchez als de grote schuldige van de teloorgang van de sociaaldemocraten gezien.

De PSOE, die 10 maanden met 85 volksvertegenwoordigers een regering overeind hield, voelt zich nu met 123 zetels de koning te rijk.

Maar of ze het op die manier de komende vier jaar gaan volhouden is niet zo vanzelfsprekend. In juni 2016 moesten de Spanjaarden naar de stembus omdat er geen meerderheid gevonden werd om een regering te vormen. Op dit moment is de samenstelling van het Spaanse parlement nog meer gefragmenteerd dan toen.

AFP or licensors

Een maand te gaan

Het is nu afwachten wat het stemgedrag van de Spanjaarden op 26 mei zal zijn. Pas daarna zal de PSOE met een onderhandelingsronde starten. Intussen wordt er volop campagne gevoerd. Het wordt spannend want de volgende verkiezingsronde zou heel andere resultaten dan bij de parlementsverkiezingen kunnen opleveren. Daar waar de linkse kiezer voorbije zondag tussen PSOE of Unidas Podemos koos, ligt die keuze bij de regioverkiezingen helemaal verschillend, omdat er andere lijsten worden ingediend.

Alleen al voor de regio Madrid is de versnippering bij links groot. Men kan kiezen tussen PSOE, Más Madrid, Unidas Podemos-Izquierda Unida Madrid en Pie en de Partido de los Trabajadores de España. Aan rechterzijde is de kans heel groot dat Ciudadanos in Madrid als grootste rechtse partij uit de bus komt. Vorige zondag won Ciudadanos 25 zetels meer dan in 2016. De partij hoopt die opwaartse trend op 26 mei voort te zetten. Op die manier zou Ciudadanos bij de volgende generale verkiezingen de grote rivaal van de Spaanse socialisten worden.

Hoe dan ook zal Spanje - naar Belgisch model - er zich bij neer moeten leggen dat coalitieregeringen onvermijdelijk zijn. De tijd dat twee grote partijen afwisselend regeerden, is in Spanje definitief voorbij.

AFP OR LICENSORS