Brussels Gewest bestaat 30 jaar: hoe zag dat "Belgische compromis" het licht? En waar moet het naartoe?

In 1989 kreeg ook het wat aparte Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn plaats in de complexe Belgische staatsstructuur. Gisteren werd in het Brusselse parlement die 30e verjaardag gevierd. Maar hoe kwam het eigenlijk tot dat "typisch Belgische compromis"? En wat kan er nog beter?

"Het heeft ongeveer 20 jaar geduurd voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in 1989 tot stand kwam", herinnert Daniël Buyle zich. Buyle was lang wetstraatjournalist, onder meer bij de vroegere BRT, werkte in de jaren 90 voor de SP (nu SP.A) en was tussen 2000 en zijn pensioen in 2015 griffier van de raad van de Vlaamse gemeenschapscommissie in Brussel. 

"Vlamingen en Franstaligen hadden lang een andere kijk op Brussel", legt hij uit in "De ochtend" op Radio 1. "Op het statuut, op de grenzen en op de rechten van Vlamingen in Brussel." 

Derde gewest

Zo wilden de Franstaligen van Brussel een volwaardig derde gewest maken. "Maar de Vlamingen zagen dat niet zitten, omdat ze vreesden dat Brussel zou samenspannen met Wallonië en het dan 2 tegen 1 zou worden." 

De Vlamingen richtten zich bovendien meer op Brussel als resultaat van 2 gemeenschappen, weet Buyle nog. "Brussel moest door die gemeenschappen bestuurd worden, vonden de Vlamingen. De Franstaligen pinden zich vast op het gewest, het grondgebied." Zij wilden Brussel ook groter maken, maar dat viel slecht in Vlaanderen. "Vlamingen wilden de Brusselse olievlek net indammen, geen nieuw Vlaams grondgebied prijsgeven."

En dan was er het heikele punt van de bescherming van de Vlaamse minderheid in Brussel. "De Vlamingen vonden dat die gekoppeld moest worden aan de bescherming van de Franstalige minderheid in het federale België. Er moesten gelijkaardige beschermingsmechanismen komen, met onder meer pariteit in de regering, gewaarborgde vertegenwoordiging in het parlement."

(Lees verder onder de foto)

Nicolas Maeterlinck

"Hybride" statuut

Het resultaat was dus dat typisch Belgische compromis in 1989. "Er kwam een derde gewest, maar dat is niet helemaal gelijkwaardig aan de andere", vertelt Buyle. Zo keuren het Brusselse parlement en de regering "ordonnanties" goed, geen "decreten" zoals in Vlaanderen en Wallonië. 

"Zulke decreten hebben dezelfde rechtskracht als federale wetten. Ordonnanties staan niet op dezelfde hoogte. Zij kunnen bijvoorbeeld getoetst worden door om het even welke rechter, dat kan met decreten niet. De federale kamer kan ook Brusselse ordonnanties 'evoceren', een soort tweede lezing vragen ter controle."

Verder is er ook een verplicht samenwerkingsorgaan tussen de Brusselse en federale regering dat de hoofdstedelijke, internationale rol van Brussel behandelt. "Het statuut is dus een beetje hybride: in de praktijk is het wel een derde gewest, maar juridisch is het niet helemaal hetzelfde."

Brusselse identiteit

Dat wat gewrongen statuut liet zich de eerste jaren ook voelen. Maar Buyle vindt dat de verstandhouding in het Brussels Gewest wel een pak beter is geworden. "Na 30 jaar is bewezen dat Franstaligen en Vlamingen Brussel samen kunnen besturen. Er is een soort communautaire vrede ontstaan, zij het dan wel dat de taalwetgeving toch nog niet volledig wordt nageleefd, bijvoorbeeld in de openbare ziekenhuizen of bij bepaalde gemeentediensten."

Na 30 jaar is bewezen dat Franstaligen en Vlamingen Brussel samen kunnen besturen

Daniël Buyle, voormalig griffier van de raad van de Vlaamse gemeenschapscommissie in Brussel

Buyle merkt ook "een soort Brusselse identiteit": "Een gemeenschappelijk, stedelijk gevoel: Brusselaars voelen zich Brusselaar, zoals Antwerpenaars zich Antwerpenaar voelen. Dat gevoel was er lang niet en het was aanvankelijk meer de ene tegen de andere. Maar intussen krijgen ze toch al meer gemeenschappelijke inzichten over het besturen van hun "stadsgewest". Want één stad, nee, dat is het helaas nog niet."

Fuseren dan maar?

Wat er vandaag nog beter kan? Buyle vindt zelf dat net die ingewikkelde structuur, met verschillende overheden en overlappende bevoegdheden, op termijn een pak eenvoudiger moet. "Het gevolg van die complexiteit is dat niemand zich echt verantwoordelijk voelt als het er echt om draait, bijvoorbeeld bij een grote crisis. Dat moet in de toekomst veranderen."

Volgens hem moet Brussel een écht stadsgewest worden, waarbij de 19 gemeenten van Brussel opgaan in of fuseren met dat grotere geheel. "Zo kan je toch een eenduidig beleid voeren." Ook de politiezones moeten volgens hem volgen: "Naar het voorbeeld van grote steden als Londen, Berlijn, Parijs zou er 1 grote politiezone moeten zijn."

De kwaliteit van het Franstalige onderwijs is de oorzaak van de hoge jeugdwerkloosheid in Brussel, dus daar moet echt werk van gemaakt worden

Daniël Buyle, voormalig griffier van de raad van de Vlaamse gemeenschapscommissie in Brussel

Zo'n fusie staat de nabijheid van het bestuur niet in de weg, vindt Buyle. "De gemeentehuizen kunnen nog altijd als lokale dienstencentra worden ingeschakeld. Je kunt zelfs de inspraak van wijken vergroten door met districten en zelfs wijkraden te werken. Die kunnen dan bevoegd zijn voor heel lokale dingen."

Een tweede pijnpunt vindt Buyle vooral de kwaliteit van het Franstalige onderwijs in Brussel. "Dat scoort heel laag in de PISA-ranking. Dat is de oorzaak van de hoge jeugdwerkloosheid in Brussel, dus daar moet echt werk van gemaakt worden. Het Nederlandstalig onderwijs heeft op dat vlak heel hard zijn best gedaan, maar aan Franstalige kant is het nog lamentabel."

Engels

En de twee talen in Brussel? Moet daar iets aan gebeuren? Buyle is voorzichtig. "Brussel wordt nu bevolkt door een veelheid aan bevolkingsgroepen en gemeenschappen en is heel kosmopolitisch geworden met heel wat talen en culturen. Frans en Nederlands zullen altijd wel de twee officiële talen blijven."

Toch lijkt het Buyle niet onwaarschijnlijk dat bijvoorbeeld ook het Engels er niet officieel, maar wel in de praktijk bij zou komen "als een soort werktaal, een administratieve taal".

Beluister hier het gesprek met Daniël Buyle in "De ochtend" op Radio 1: