Moederdag tussen New York en Ingelmunster: "Het was moeilijk om moeder te zien lijden aan andere kant van de oceaan"

De Britse schrijver E.M. Forster zei ooit dat er geen oorlog zou bestaan als alle moeders uit alle landen mekaar konden ontmoeten. We leven helaas wél in een aards tranendal, en we voelen ons elke dag wel een paar ogenblikken of langer onzeker. Behalve over de liefde van onze moeder. Op Moederdag schrijft Björn Soenens, onze correspondent in de VS, hoe moeilijk het was om zijn moeder te zien lijden terwijl hij aan de andere kant van een oceaan stond: "Elke dag belde ik trouw naar de dienst Intensieve Zorg. Elke dag bekroop me de twijfel: ga ik naar haar toe?"

Mijn moeder werd acht maanden geleden ziek. Het nieuws werd me gemeld uitgerekend op de verjaardag van 9/11 in 2018. Later die dag moest ik ijlings het vliegtuig op naar Raleigh, in North Carolina, waar ik de dagen erna met en vaak ook zonder elektriciteit de verwoesting zou verslaan van Orkaan Florence. De lengte van een oceaan zat er tussen mij en mijn moeder.

Moeder kreeg haar kankerverdict nog geen 100 dagen na de dood van mijn vader, haar man gedurende meer dan een halve eeuw. Mondkanker. Nog nooit van gehoord. Een hele zware operatie volgde, eind september. Meer dan twaalf uur duurde de eerste poging tot reconstructie van tong en onderste verhemelte. Het mislukte: het stuk spierweefsel van de arm dat was gebruikt, stierf vrijwel meteen af door een bloedklonter. Een nieuwe operatie volgde, met spoed, op een zondag: nu lukte het wel. 

Mijn moeder zeurde niet. Ze zeurt nooit. De ene dag schijnt de zon, de andere dag valt er regen, is haar filosofie. Mijn moeder aanvaardt het leven zoals het komt. Zo gaat ze door het leven. Haar man kon dat niet. Het enige wat mijn moeder absoluut niet meester is: het verval van iemand anders voor haar ogen zien voltrekken. Het maakt haar machteloos en kwaad. En ze zag het bij mijn vader. Het nekte haar bijna.

Video player inladen...

Mutter Courage

Er zijn niet zo veel moedige mensen in de wereld. Mijn moeder is zo'n zeldzaam exemplaar. Mutter Courage. Mijn moeder vecht niet tegen kanker. Dat doen de dokters en de geneeskunde. Als patiënt ben je eigenlijk min of meer een slagveld waarop alles gebeurt. 

Op 28 september ging ze onder het mes. Het was de dag dat de omstreden rechter Brett Kavanaugh snoof en snoefde tijdens zijn hoorzitting in de Amerikaanse Senaat. Kavanaugh schoffeerde zijn ondervragers terwijl mijn moeder onder volledige narcose werd gebracht. Beiden vochten op hun manier voor hun voortbestaan. Ik was ver van mijn moeder, maar erg dicht bij Kavanaugh in Washington. De wereld draait soms niet zoals hij hoort te draaien. Ik voelde mij in een niemandsland, tussen leven en dood.

Daar stond ik dan, live in DC. Mijn moeder 5.000 kilometer ver weg, in een operatiekwartier in Roeselare, in het westen van Vlaanderen. Tussen ons: de lengte van een oceaan. Dan ben je net 50 en je mist opeens verschrikkelijk je moeder. Mommy! Ben ik wel een goede zoon, dacht ik, zo ver weg van haar. Mijn kinderen waren ook op lange afstand: mijn zoon Gilles zat in Oeganda op medische stage. Mijn dochter Hannah was net vertrokken naar Hamburg om er te studeren. 

Video player inladen...

Ik was niet waar ik hoorde te zijn, dacht ik, en even later zakte mijn moeder weg in een coma. Er traden complicaties op. Ik weet nog goed hoe mijn nichtje Emilie de telefoon voor de ogen van mijn moeder hield, toen ze eventjes uit haar diepe narcose ontwaakte, een week later. Face Time kan wreed zijn.

Ik schrok hard: buisjes uit de neus, een snee over de hele lengte van haar keel, de beide polsen omzwachteld, haar haar compleet in oorlogsmodus. Ik zal nooit die ogen vergeten die me zo verwilderd aanstaarden, terwijl ik met de telefoon voor me rondliep op Pennsylvania Avenue. Dicht bij de Amerikaanse president, ver weg van mijn moeder. Het leek alsof ze alleen nog een schim was, klaar om dood te gaan.

Tussen ons: de lengte van een oceaan. Ik was niet waar ik hoorde te zijn

Elke dag belde ik trouw naar de dienst intensieve zorg van het ziekenhuis. Elke dag bekroop me de twijfel: ga ik naar haar toe? Vertrek ik dadelijk? Moet ik niet daar zijn, in plaats van in Amerika? Toegegeven, ik voelde me verscheurd. Nooit heb ik meer verlangd naar een dag zonder Trump.

Mijn moeder slingerde heen en weer tussen leven en dood, tussen wilskracht en opgave. Het duurde weken, die onzekere toestand. Maar dan, langzaam - met een gat in haar keel - kwam ze terug. Ze leerde traag weer ademen, ze leerde weer spreken en een beetje schrijven, maar dat ging moeizaam omdat de pezen van haar pols waren doorgeknipt om haar tong te reconstrueren. Het gat in haar keel werd weer dichtgemaakt.

Verdiende ik wel de liefde en aandacht van mijn moeder, in Amerika? ‘A child needs your love when he deserves it least,’ schreef de Amerikaanse columniste Erma Bombeck. Helemaal juist. Zij had mij nodig en ik was er niet. Maar ik had haar nog méér nodig. Ik leefde met bestaansangst: niet in één jaar én je vader én je moeder moeten begraven. Ik kreeg veel nachtmerries.

Honderd dagen na haar operatie stond ik bij haar, ingevlogen via Newark en München tot Brussel. Ze lachte. Ze omhelsde me, van op afstand, want ze worstelde ook nog een keer met een ziekenhuisbacterie. Het was alsof ik nooit was weggeweest.

Later die dag, op Kerstmis, dronk ze schuimwijn met een lepeltje. Echt slikken lukte haar nog altijd niet, maar ze was gretig die middag. Ze werd gevoed via een sonde in haar maag. Een katheter, omdat ze niet op een normale manier kon eten. Daar zat ze: 79 jaar oud, en met een enorme lust voor het leven. En de gesprekken met haar, zoals moeders alleen dat kunnen: zij hoort altijd precies wat ik haar niét vertel. 

Herinneringen

Herinneringen komen opgeweld. Zelf ben ik een redelijk mateloze reiziger, mijn moeder niet. Bij elke vlucht die ik nam, dacht mijn moeder elke keer dat ik geheid neer zou storten. Ooit vlogen we een keer samen. Naar Lourdes, het beroemde bedevaartsoord. Ik was een jaar of 13. Als kind was ik geregeld ziek: allergieën, astma, ziekenhuis. Lourdes zou me voor altijd genezen, dacht moeder. En daar had ze zelfs een vliegreis naar Zuid-Frankrijk voor over.

Why do we give up our hearts to the past? And why must we grow up so fast?

"Pretty Maids", Eagles

Mijn moeder is een reusachtige boom in mijn leven. Een soort waakgodin. Mijn moeder was thuis de chef-trooster. Door weer en wind reed ze voor mij van en naar het ziekenhuis, toen ik er als vijfjarige eens een week of drie werd opgenomen met ademhalingsproblemen. Ze kon niet met de auto rijden, dus fietste ze, heen en terug 25 kilometer, elke dag. Ze had een ijzeren wil.

Als er zo'n 20 familieleden op bezoek waren geweest waar ze voor had gekookt, ging ze niet slapen voor het huis weer op orde was. Als de talloze flessen wijn en likeur leeggedronken waren, de asbakken uitpuilden van de sigaren- en sigarettenpeuken, en het huis eruitzag als één rokende schoorsteen, begon mijn moeder nog aan de afwas. Desnoods ging ze door tot zes uur 's ochtends. Geen halve werken. Moeder hield van orde en netheid. Ik nam dat van haar over, onvermijdelijk, als een speling van de genen. 

Ik heb haar altijd goed begrepen. Ik weet wat haar motor deed draaien. Die drang om dingen erg grondig te doen, tot op de bodem. Daardoor ben ik wellicht ook journalist geworden: de drang om mezelf tegen haar te verklaren, de drang om de wereld te verklaren.

Ik herkende ook de woede in haar. Haar onverwerkte verleden. Haar moeilijke moeder die haar ertoe bracht om het helemaal anders te doen. Desnoods zou ze zichzelf uithongeren om de kinderen genoeg te kunnen geven. Ze was bijna hysterisch als het aankwam op je hart tonen en geven. Maar een engel was ze ook niet. Ze durfde wel eens in stilte, in het geheim revolteren, als niemand het zag. Maar ze deed het als een grappig, stout meisje van 16. Terwijl niemand keek.

Zo stond ze midden in de nacht op om stiekem aan een sigaret te lurken, als haar man aan het slapen was. Geen gezeur. Ze stond op om verder te lezen in één van haar vele dikke boeken. Ze kon goed alleen zijn, met zichzelf, en met vele gedachten. Tussendoor kon ze ervan genieten om ongezien en ongegeneerd met de vinger in de mayonaise te graaien. Die kleine opstandigheid vond ik altijd prachtig. Dat kwajongensachtige heeft ze tot vandaag behouden. Zelfs nog meer dan vroeger, nu ze de tachtig nadert. Heerlijk!

Welkom in Ingelmunster

Welkom in Ingelmunster. Mijn oude thuis, waar alleen nog mijn moeder is overgebleven. Ingelmunster is anno nu een halve ruïne voor mij. Het spoorwegstation bestaat nog, maar er is geen personeel meer. Wegbezuinigd. Het oude restaurant bestaat niet meer. De brug over het kanaal: afgebroken. De oude bakkerij in het centrum: verdwenen. De slager: dood.

Dan, en pas dan, weet je dat je ouder bent geworden, veel ouder. Plots dringt het tot je door dat je zelf al meer dan een halve eeuw oud bent, dat je een zoon hebt van 24, en een dochter van 22. The circle of life. Zoals Perry Como zo prachtig en zo zachtjes zingt in Sunrise, sunset: "When did she get to be a beauty? When did he grow to be so tall? Wasn’t it yesterday when they were so small?" 

Leven als nomade

Een leven als nomade brengt ook het nodige verdriet met zich mee. Het is onvermijdelijk. Mensen komen en gaan in je leven, in een veel sneller tempo dan normaal. Je kunt je niet blijven vastklampen aan een wereld die van je wegdrijft. Je bewegen tussen twee werelden is altijd moeilijk. Zeker in de richting van de oude wereld. 

Het heelt mij om even op de geboortegrond te vertoeven, maar het breekt me ook een beetje. Ik sta emotioneel naakt. De botten liggen bloot. Het leven dat raar voelt op deze plek. Als brak, troebel  water dat niet meer stroomt. Ik stroom ergens anders nu, ik mond elders uit, in Amerika.

Je leeft zolang je kan, volgens het ritme van je hart. Je bent gedoemd om te leven in je eigen lot. De tijd, die erodeert. Onherroepelijk, niets aan te doen. Tijd doet alles slijten. Niets blijft, alles gaat voorbij.

Behalve mijn moeder.