De Cueva del Chileno-rots in het zuidwestelijke deel van de Boliviaanse Andes.
Juan V. Albarracin-Jordan en José M. Capriles

Snuifdoosje, spatels en cocaïne: zo hallucineerde een sjamaan in Bolivia 1.000 jaar geleden

In een grot in Bolivia zijn een tasje van aan elkaar genaaide vossensnuiten, een gedecoreerde houten snuifpijp en resten van (onder meer) cocaïne gevonden van 1.000 jaar oud. De rituele toolkit was waarschijnlijk van een sjamaan. De vondst laat zien dat de kennis over en ervaring met geestverruimende planten toen al heel uitgebreid was.

De mensheid heeft een lange geschiedenis in het gebruik van natuurlijke middelen om andere dan "normale" bewustzijnservaringen op te wekken. Onderzoek wijst uit dat mensen duizenden jaren geleden al hun toevlucht zochten tot stoffen op basis van planten. Zeker voor alcohol en cafeïne zijn er archeologische bewijzen. Voor andere psychotrope stoffen (een verzamelnaam voor stoffen die inwerken op het centrale zenuwstelsel en tot afhankelijkheid kunnen leiden, nvr) was het moeilijker bewijzen te vinden.

Daar is nu verandering in gekomen door de vondst van een tasje in een grot in het zuidwesten van Bolivia. In het tasje werden de restanten van vijf hallucinerende stoffen geïdentificeerd. Het tasje is 1.000 jaar oud, waarschijnlijk was het van een sjamaan, zeggen onderzoekers in het wetenschappelijke blad PNAS.

"Schoen" bevat een archeologische schat

José Capriles, antropoloog aan Penn State University in de Verenigde Staten, voerde in 2010 archeologisch onderzoek in de Cueva del Chileno, een grot in de Boliviaanse Andes, in het zuidwesten van het land. De grot deed ooit dienst als graftombe. Plunderaars roofden de grot leeg en lieten achter wat zij als afval beschouwden. Kralen, haarvlechten... en iets wat leek op een schoen.

Dat dacht Capriles ook, tot hij de "schoen", een grote grijze bundel, van naderbij bestudeerde. In die bundel bleek een archeologische schat te zitten. Een leren tasje van in elkaar gedraaide vossensnuiten, een kleurrijke gevlochten hoofdband, spateltjes uit lamabotten, houten snuifdoosjes en een gedecoreerde houten snuifpijp. Capriles kon achterhalen dat de spullen tussen 900 en 1170 gebruikt werden, ze zijn dus ongeveer 1.000 jaar oud.

Volgens de onderzoekers ging het overduidelijk om het materiaal van een sjamaan. Dat is een soort "geestelijke" of ziener die in contact staat met een andere wereld en magie aanwendt om zieken te genezen, voorspellingen te doen of gebeurtenissen te verklaren. Om contact te maken met die andere wereld, nemen sjamanen hallucinerende middelen. Welke, dat is de vraag.

Juan V. Albarracin-Jordan en José M. Capriles

Vijf hallucinogene stoffen

In de bundel zelf zaten nog gedroogde plantenresten, maar Capriles en zijn team konden niet met zekerheid bepalen welke planten dat precies waren. De wetenschappers vroegen zich af welke andere planten de sjamaan ooit in zijn tas bewaarde. Ze onderzochten daarom de chemische samenstelling van de binnenkant van het vossentasje.

De onderzoekers ontdekten dat in het tasje ooit verschillende psycho-actieve stoffen gezeten hebben. De analyse toonde restanten van bufotenine, dimethyltryptamine (DMT), harmine, cocaïne en benzoylecgonine, een afbraakproduct van cocaïne. Mogelijk zat er ook psilocine in, een hallucinogene stof in bepaalde paddenstoelen.

Volgens de onderzoekers suggereert dit dat zeker drie planten tot de uitrusting van de sjamaan behoorden: de cocaplant (Erythroxylum coca, cocaïne), de yagé (Banisteriopsis caapi, bron van harmine) en de chacruna (Psychotria viridis, bron van DMT).

(lees verder onder de foto's)

Het vossentasje en de hoofdband
Juan V. Albarracin-Jordan en José M. Capriles
Detail van de snuifpijp

Buitengewone krachtige hallucinaties

Het onderzoek biedt veel inzichten in het Bolivia van 1.000 jaar geleden, omdat het aantoont hoe belangrijk het sjamanisme in die oude culturen was. Bovendien blijkt de kennis over en ervaring met hallucinogene planten toen al heel uitgebreid te zijn, zegt Capriles.

En wat nog meer is: niet alle planten waarvan sprake komen voor in het zuidwesten van Bolivia, maar zijn in heel andere ecologische gebieden terug te vinden. Dat moet erop wijzen dat er in die tijd al over honderden kilometers handel gedreven werd, of dat de sjamaan in kwestie zelf in staat was om ver te reizen.

Bovendien moet hij ook buitengewoon sterke "spirituele" ervaringen gehad hebben. De combinatie van harmine en DMT veroorzaakt zeer krachtige hallucinaties en gaat dikwijls gepaard met misselijkheid en braken. Die twee stoffen vormen de ingrediënten van het brouwsel ayahuasca, dat onder meer door indianenstammen in het Amazonegebied als geestverruimend middel gebruikt wordt.

Van ayahuasca wordt gezegd dat het al heel oud is, maar over de geschiedenis ervan is nog niet veel bekend. De vondst van Capriles zou het tot nu toe oudste bewijs kunnen zijn van het gebruik van ayahuasca. Al is er geen manier om te bewijzen dat de sjamaan in de Cueva del Chileno effectief ayahuasca maakte of toediende.

Meer lezen?

Meest gelezen