Honderdtachtig landen stemmen in met regulering export van plastic afval

Zowat 180 landen zijn vrijdag in Genève overeengekomen om de export van plastic afval beter te reglementeren. Op die manier moet een antwoord worden geboden aan de grote hoeveelheid plastic die in de oceanen terechtkomt, zo hebben de organisatoren van de conferentie meegedeeld.

De landen die deel uitmaken van de Conventie van Bazel hebben twaalf dagen lang gedebatteerd over "een van de meest urgente" bedreigingen voor het leefmilieu. Jaarlijks komt zowat acht miljoen ton plastic in de oceanen terecht.

De Conventie van Bazel is een wereldwijde overeenkomst die het internationaal transport van gevaarlijk afval beperkt. In een amendement op die tekst werd nu beslist om ook de handel in plastic afval aan striktere regels te onderwerpen.

"Ik ben trots dat de partijen die deelnemen aan de Conventie van Bazel een akkoord hebben gesloten over een globaal en juridisch bindend mechanisme voor het beheer van plastic afval", zo deelde Rolph Payet van het VN-Milieuprogramma (UNEP) vrijdag mee.

Het netwerk IPEN, dat wereldwijd honderden ngo's vertegenwoordigt, toont zich in een reactie erg enthousiast over het akkoord. "Met dit amendement zullen veel ontwikkelingslanden voor het eerst informatie krijgen het over plastic afval dat hun grondgebied binnenkomt en zullen ze het recht hebben om het te weigeren", zegt Sara Brosché, wetenschappelijk adviseur van IPEN.

"Al te lang hebben industrielanden zoals de VS en Canada hun plastic en giftig afval geëxporteerd naar Aziatische landen, daarbij bewerend dat het zou worden gerecycleerd. Maar het grootste deel van het vervuilde afval dat niet kon worden gerecycleerd, werd weggegooid of verbrand, of bevindt zich op de bodem van de oceaan."