Video player inladen...

Waarom rechts en extreemrechts niet van de grond komen in Wallonië

In heel Europa is rechts tot extreemrechts in opmars. Behalve in Wallonië – het lijkt wel het begin van een Asterixverhaal. Wie Galliërs zijn en wie Romeinen is een kwestie van politieke voorkeur, maar zeker is wel dat bezuiden de taalgrens niets op kan tegen links. Hoe komt dat? Waarom komt er geen verandering? Want (bijna) alle ingrediënten zijn aanwezig. 

Als je naar de politieke kaart van Europa kijkt, valt het op hoe snel het continent gekanteld is. In de jaren negentig kleurde de Unie (met haar, toen nog, vijftien lidstaten) voor de overgrote meerderheid rood. Het waren de hoogdagen van Tony Blair, Gerhard Schröder, Lionel Jospin, Wim Kok en – jawel – Steve Stevaert.

Tussen de jaren negentig en nu zaten een paar ingrijpende gebeurtenissen - om de opkomst van de sociale media, terreurdaden, de financiële crisis en de migratiekwestie niet te noemen. Met grote impact, dat weten we: het haast monotone rood van de jaren negentig is helemaal weggetrokken.

Hongarije, Polen, Zwitserland, Oostenrijk en Italië worden vandaag (mee) bestuurd door rechtse tot heel erg rechtse partijen. In Denemarken, Estland, Letland, Noorwegen, Bulgarije, Slovakije en Litouwen steunen ze de regering vanuit het parlement. En in zowat alle andere Europese landen zijn er rechtse, uiterst-rechtse, rechts-nationalistische of alt-right politici met heel erg hoge scores – van Marine Le Pen tot Thierry Baudet.

Maar zie, in Wallonië krijgt rechts geen voet aan de grond. En opdat er geen verwarring over zou bestaan: de MR van premier Charles Michel rekenen we hier niet tot rechts, maar tot het centrum. Om het met de boutade van Didier Reynders uit een recent interview te zeggen: in Vlaanderen zou de MR een centrum-linkse partij zijn.

Het linkse epicentrum

Zonder onverwachte aardverschuiving zal de PS ook na 26 mei het epicentrum van de Franstalige politiek blijven. Bij de provincieraadsverkiezingen van oktober bleven de socialisten van Elio Di Rupo de grootste in Franstalig België. Daar kan geen schandaal of erbarmelijk armoede- of werkloosheidscijfer tegen op. Een zelfde realiteit in de jongste peiling van de VRT, De Standaard, La Libre en de RTBF. Op één: de PS. 

Lees verder onder de grafiek.

Goed, de PS krijgt wat klappen. Maar als de partij verliest, is dat aan andere linkse partijen. Alles samen halen die 61,5 procent – dat komt al aardig in de buurt van het linkse front zoals Walloniës populairste politicus Paul Magnette er één wil vormen. MR en CDH zitten in de hoek waar de klappen vallen, zodat de keuze in Wallonië tussen links en linkser gaat.

Maar waarom slaagt rechts er niet in om onder de taalgrens voet aan de grond te krijgen? Alle ingrediënten voor een succesverhaal zijn aanwezig. Het gewest presteert op economisch vlak ondermaats, met heel veel mensen die achterop blijven. Bovendien doet migratie er de gemoederen net zo hoog oplopen als in Vlaanderen of in Frankrijk, toch nog altijd het gidsland van Franstalig België.

Zo meet de Leuvense universiteit al jarenlang de houding van Walen en Vlamingen tegenover migranten, aan de hand van vier vragen. Heel veel verschil zit er niet op de antwoorden. Dat zegt ook politicoloog en Walloniëkenner Dave Sinardet (VUB). “De Vlaamse en Waalse publieke opinie zijn niet zo verschillend. Voor een hard discours over migratie en voor law and order is ook daar een electorale markt.”

Lees verder onder de grafiek en video.

Video player inladen...

Dank u voor de subsidies

Dus, wat is er aan de hand? Er zijn een paar voor de hand liggende redenen. De linkse traditie in Wallonië, om te beginnen. De PS is daar al jarenlang zo oppermachtig dat het hele gewest uit de palm van haar hand eet.

Rudy Aernoudt, die ooit met zakenadvocaat Mischaël Modrikamen de Parti Populaire oprichtte maar daarna ruzie kreeg, verwoordt het enigszins plastisch: “Dank u voor de subsidies. Iedereen, werkgever én werknemer, is ooit wel eens geholpen door de socialisten. Het cliëntelisme bestaat nog altijd. Je moet maar eens naar een congres van de PS gaan: op de eerste rij zit het vol administrateurs-generaal van overheidsdiensten. De hele administratie is rood, en die bepaalt de dingen. Daarom hebben ze nog zoveel macht.”

Je zou het ook positiever kunnen verwoorden: de PS voert een politique de proximité. Midden de mensen. Ze bezet het terrein heel nadrukkelijk, en verhindert dat haar basis afkalft. Een proces dat de socialisten in Vlaanderen, Nederland of Frankrijk wél hebben moeten ondergaan.

Nog een verschil: de PS is linkser gebleven dan haar zusterpartijen elders, die voor de derde weg gekozen hebben. Sinardet: “Zo slaagt ze erin om haar arbeidersachterban – lager opgeleide kiezers met een lager inkomen – bij zich te houden.” Die maken minder vaak de oversteek naar rechtse partijen, een fenomeen dat bij pakweg de SP.A voor grote erosie zorgde. 

De proteststem in Wallonië gaat in hoofdzaak naar de PTB. En dat weet de partij van Raoul Hedebouw: niet voor niets hoedt ze zich ervoor om al te nadrukkelijk over migratiekwesties te praten. Dat zou te veel linkse kiezers afstoten. Off the record hebben topmensen van de partij weinig moeite om toe te geven dat ze vele procenten zouden verliezen als er een geloofwaardig alternatief op rechts zou bestaan. Want ook – vooral – de linkse, lager opgeleide kiezer is gevoelig voor de verleiding van een rechts migratiediscours. 

Waalse N-VA

Het neemt niet weg dat er ter rechterzijde pogingen ondernomen worden om zoiets als een Waalse N-VA uit de grond te stampen. Krampachtig vaak, maar ze zijn er.

De man die in deze campagne de meeste aandacht wegkaapt, is Brussels parlementslid Alain Destexhe, altijd al een enfant terrible geweest binnen de MR van Charles Michel en opgestapt uit de partij na de goedkeuring van het VN-migratiepact. Doordat hij nog een dissident uit het Waalse parlement meenam, zat de regering van MR-minister-president Willy Borsus daar zelfs plots zonder meerderheid.

Destexhe klaagt over de linkse overmacht. “Niet enkel de PS is links, maar de hele samenleving. Partijen, leraren, universiteiten, ngo’s en, niet te vergeten, de pers. In Franstalig België is er niet eens een debat over zaken als migratie of nucleaire energie.”

Het is opvallend hoe parallel zijn verhaal loopt met dat van Mischaël Modrikamen. Die Brusselse zakenadvocaat – met een niet zo nederig stulpje in Watermaal-Bosvoorde – werd nationaal bekend toen hij de gedupeerden van de Fortis-affaire verdedigde. De man die de kleine aandeelhouders opriep naar het podium te komen tijdens die woelige vergadering in Flanders Expo, waar een schoen werd gegooid naar de Fortistop.

Modrikamen klaagt steen en been over de linkse pers. Tot zijn extreme ergernis is hij al vier jaar niet meer op televisie verschenen, terwijl hij als zakenadvocaat kind aan huis was bij de media. Hij spande zelfs een proces aan tegen de RTBF om toch maar te mogen deelnemen aan het slotdebat op de Franstalige openbare omroep.

“Er is wel degelijk een publiek voor een rechtse partij”, zegt hij, "maar dat hoort onze ideeën niet. En als je uit het publieke debat geweerd wordt, kun je het niet redden. De journalisten denken hier eigenmachtig te mogen bepalen aan welke ideeën het publiek blootgesteld wordt. Als je kritiek hebt op de EU of op de klimaatreligie, als je pro-Israël bent of beperkingen aan migratie wil opleggen, dan kom je er simpelweg niet in. Dat is geen journalistiek meer. Dat is propaganda.”

Het is de schuld van de media? Het klinkt als een vertrouwd riedeltje, maar een recente studie aan Cambridge University legt wel degelijk een verband tussen toegang tot de media en het succes van rechts-populistische partijen. In Vlaanderen bestaat er niet zoiets als een cordon mediatique, in Wallonië en het Groothertogdom Luxemburg wel, en dat verklaart mee de uiteenlopende scores van rechts-populistische partijen op die plekken. 

Hebben ze er niet zelf schuld aan?

Zowel Modrikamen als Destexhe wijzen naar externe factoren, de linkse traditie en de onwillige media. Maar de geschiedenis van rechts in Wallonië is tegelijkertijd erg getroubleerd. Hun povere score hebben ze voor een groot stuk over zichzelf afgeroepen. “Hét grote probleem”, zegt Dave Sinardet, “is dat er geen charismatische leider is."

Vaak is het verhaal van rechts in Wallonië er één van onhandigheid, een gebrek aan goed politiek personeel, in de weg zittende ego’s en een compleet gebrek aan charisma. Dat maakt dat er nogal wat partijen door de rechtse en uiterst rechtse kosmos van Wallonië zweven. Er gaat een grapje dat als je er vier rechtse mensen rond een tafel zet, je een uur later vijf partijen hebt.

Er gaat een grapje dat als je er vier rechtse mensen rond een tafel zet, je een uur later vijf partijen hebt

Er is Listes Destexhe, de PP van Modrikamen, maar ook La Droite van PP-afvallige Aldo-Michel Mungo en partijtjes als – even adem halen – Valeurs Libérales Citoyennes, het Front Wallon, Nation, Agir, Solidarité Unitaire, Wallonie d’Abord, Nouvel Elan Wallon en ga zo nog maar even door.

Sommigen zoals de PP haalden bij vorige verkiezingen rond de vijf procent en zelfs een Kamerlid, anderen bleven hangen op één of twee procent, of zelfs nog minder. Deze keer ziet het er niet veel beter uit, afgaand op de peilingen. Modrikamens PP blijft steken op drie en Listes Destexhe op één procent. Onder de kiesdrempel, dus.

Ondanks die versplintering willen ze wel allemaal ongeveer hetzelfde: een strenger migratiebeleid, vooral géén strikte klimaatregels, geen nucleaire uitstap. Mainstream ideeën in Vlaanderen, dus, en eigenlijk willen mensen als Modrikamen en Destexhe graag een Waalse N-VA. Maar dan zonder confederalisme, in Destexhes geval. Modrikamen gaat zelfs met dat punt van N-VA akkoord. Het verschil tussen de twee is dat Destexhe pro-Europa is, Modrikamen niet. 

Er is geen traditie om zich te verenigen en toegevingen te doen

Aldo-Michel Mungo, voorzitter La Droite

“Er is geen traditie om zich te verenigen en toegevingen te doen”, zegt Aldo Michel-Mungo van La Droite. Hij kan het weten: hij kreeg zelf ruzie met Modrikamen en stapte op om een eigen partij op te richten. Zijn toon illustreert de giftige sfeer. “Het is geen probleem van ego’s, maar van narcisme. Modrikamen heeft iedereen buitengewerkt die niet op zijn lijn zat. En Destexhe heeft de MR verlaten omdat hij geen verkiesbare plaats kreeg. Waar narcisme is het: hij denkt dat hij na de verkiezingen mee zal mogen onderhandelen en regeren.”

Video player inladen...

Schimmige figuren

Ook Rudy Aernoudts commentaar is veelzeggend. “Modrikamen is een narcist, die denkt dat hij de toekomstige Churchill is. Arrogant. Destexhe heeft ook al problemen gehad met valse rapporten voor de Raad van Europa, en die Mungo van La Droite is een heel schimmige figuur. Er is geen enkele figuur naar wie je opkijkt, die de bedoeling heeft de regio op een hoger niveau te tillen. Vaak zijn het opportunisten die elders niet aan de bak raken.”

Het klopt dat de mensen die zich als rechtse leiders willen opwerpen al herhaaldelijk in opspraak kwamen. Mungo werd beschuldigd van sociale dumping en fiscale fraude. Bij de gemeenteraadsverkiezingen werkte hij in Luik overigens samen met ex-doelman Gilbert Bodart, veroordeeld voor zijn betrokkenheid bij een overval op de grotten van Han.

Modrikamen was het voorwerp van vier huiszoekingen voor fraude en gesjoemel met Europese subsidies (ook al is hij voor niets veroordeeld). Destexhe is niet meer welkom in de Raad van Europa omdat hij fouten gemaakt zou hebben bij het opstellen van te vriendelijke verkiezingsverslagen in Azerbeidzjan.

Als je een partij wil oprichten, word je aan stukken gescheurd door media, justitie en de deep state.

Allemaal doen ze die verhalen af als politieke manoeuvres van het establishment. Modrikamen: “Ik leg de vinger op de wonde. Wallonië presteert slecht, maar als je dan een partij wil oprichten, word je aan stukken gescheurd door media, justitie en de deep state.”

Maar los van de juridische perikelen, is iemand als Modrikamen wel geloofwaardig? Hij, die er zo warmpjes inzit en tegelijkertijd op een veeleer kansarm publiek mikt. Hij wuift de vraag weg. “Ik ben van nederige komaf en weet wat de mensen bezighoudt.” Hij, die de Belgische Trump wil zijn, wijst naar zijn Amerikaanse voorbeeld. "Trump is ook rijk, maar hij weet de vinger heel precies op de wonde te leggen."

Hoe het niet moet: Front National

Het is niet dat Wallonië geen rechtse traditie heeft. In de jaren tachtig was er Roger Nols, de roemruchte liberale burgemeester van Schaarbeek. Nols verzette zich tegen het migrantenstemrecht door in djellaba en op een kameel voor het stadhuis te verschijnen. De suggestie was duidelijk: als dat stemrecht er komt, is de burgemeester hier straks een islamiet. “Hij deed dat op een manier die zelfs Filip Dewinter zou doen blozen”, zegt Sinardet daarover.

En dan was er, in de jaren negentig vooral, nog het Front National, dat hoopte een eind mee te surfen op het succes van het Franse FN van Jean-Marie Le Pen en in opspraak kwam met Hitlergroeten tijdens de eedaflegging van enkele gemeenteraadsleden in het Brusselse. Het wedervaren van het FN, dat op een gegeven moment in de Kamer en Senaat belandde, is exemplarisch voor het wel en – vooral – wee van rechts in Wallonië.

Dat vindt ook Patrick Sessler, die een tijdlang ondervoorzitter was, maar uiteindelijk als medewerker bij het Brusselse Vlaams Belang belandde. “Wij vonden eigenlijk geen goede mensen om voor de partij te werken. Het waren veelal marginalen, catastrofaal eigenlijk. Ze kwamen zelfs niet opdagen op het werk. En toen we plots partijfinanciering kregen, bleek dat de voorzitter de kas voor persoonlijke doeleinden gebruikte.” Sessler diende een klacht in tegen partijvoorzitter Daniel Féret en het FN stierf een langzame dood. De genadesteek kwam uit Frankrijk, waar Marine Le Pen het gebruik van de naam in België liet verbieden. 

Nation: tegelijk links en rechts

Intussen zijn er nog wat andere groepen actief ter extreemrechtse zijde. Zij kampen met dezelfde problemen als hun “grotere” rechts-populistische broers. Ze zijn klein en – kort samengevat – bijna niemand is echt geïnteresseerd in hun boodschap. Bij de gemeenteraadsverkiezingen haalden ze hier en daar een procentje, maar ook niet veel meer.

Zo stappen we op druilerige weekdag mee met Nation, een uiterst-rechtse groupuscule met een gewelddadige reputatie. Het handvol leden gaat plakken en bussen in Gembloux, in de provincie Namen. De leider van het gezelschap is Hervé Van Laethem, ooit lid van de Franstalige vleugel van het VMO. Zijn partij noemt hij identitair en solidaristisch. “We komen op voor de Europese identiteit, en laten sociale rechtvaardigheid niet over aan links. Ook mensen die het verdienen, moeten gesteund worden.”

Mensen die het verdienen, moeten gesteund worden

Hervé Van Laethem, voorzitter Nation

Van Laethem is op stap met enkele leden van Nation en Jeune Nation, de jongerenvereniging die in niets op het Vlaamse Schild en Vrienden lijkt, maar vooral lager opgeleide, kansarme jongeren groepeert. De beweging heeft een gewelddadige reputatie, ook al ontkent Van Laethem dat zelf. "Er zijn wat individuele gevallen geweest, maar ook niet meer." Kenners van extreemrechts zeggen dat de partijleiding van Nation nooit zelf betrapt zal worden op geweld, maar wel een geweldcultuur promoot.

Van Laethem, die het Vlaams Belang te soft vindt, is een merkwaardige figuur: met Nation is hij een trouwe gast op de betogingen van de gele hesjes. Hij deponeerde zelfs de merknaam Gilets Jaunes. Tegelijkertijd organiseert hij reizen voor (extreemrechtse) Europese politici naar Syrië en Libanon, mogelijk gemaakt door zijn contacten met het Russische regime.

De Rusland-connectie zorgt voor een vorm van verwantschap met Modrikamen, die zoete broodjes bakt met Steve Bannon, de voormalige campagneleider van Donald Trump. Via The Movement proberen Bannon en Modrikamen – zonder veel succes overigens – rechts-nationalisten in Europa bijeen te brengen. Bannon heeft warme gevoelens voor het Rusland van Poetin. En het is via Russische bemiddeling dat Aldo Carcaci, Kamerlid voor de PP, in 2017 samen met VB-kopman Filip Dewinter een bezoek bracht aan de Syrische  president Assad. (Ook al zegt Van Laethem dat hij die trip niet zelf georganiseerd heeft.)

Video player inladen...

Nation belichaamt wat het betekent om rechts tot extreem-rechts in Wallonië te zijn: volop mee in de versplintering tussen partijen, amper scoren bij verkiezingen, duistere verhalen die spelen op de achtergrond, en ei zo na geen kiezers. 

Als we door Gembloux stappen, is er niemand die op- of omkijkt. Ook niet als het handvol militanten midden op een rotonde gaat staan en wat leuzes tegen immigratie schreeuwt. Geen reactie. Niets, of het moet dat handjevol cafégangers zijn dat wat smaalt om het groepje. "Dat zouden ze eens in Molenbeek moeten doen." Voorspellingen zijn altijd moeilijk. Maar in dit tempo, en met deze reacties, duurt het nog wel even voor Wallonië een omslag naar rechts, laat staan extreemrechts maakt. 

Bekijk hier de reportage, op stap met rechts in Wallonië. Waarom slagen ze er niet om electoraal te scoren. 

Video player inladen...