Rapporten van politici: ze zijn nuttig, maar hebben eigenlijk een waarschuwing nodig

In de aanloop naar de verkiezingen publiceren verschillende kranten en magazines een rapport van de ministers en parlementsleden. Sommigen kunnen met een mooi rapport uitpakken, anderen zijn gebuisd. Zulke evaluaties hebben een zeker nut, stellen politicologen Bart Maddens, Nicolas Bouteca en Richard Schobess. Maar ze zouden beter ook met een waarschuwing komen.

opinie
BELGA/VERGULT
Bart Maddens, Nicolas Bouteca, Richard Schobess
Bart Maddens doceert politieke wetenschappen in Leuven, Nicolas Bouteca en Richard Schobess zijn politicologen aan de Universiteit Gent.

Politici hebben alvast dit met studenten gemeen: op het einde van de rit worden ze geëvalueerd. Krantenredacties pakken uit met allerlei rapporten. Welke ministers zijn geslaagd? Welke ministers zijn gebuisd?  Wie waren de beste parlementsleden? Wie heeft er niets van gebakken? Toch is er ook een belangrijk verschil met studenten. Die moeten examen afleggen. Er wordt getoetst of de studenten een aantal vooraf bepaalde leerdoelen hebben bereikt. Maar de politici? Wat zijn precies de criteria die de redacties hanteren om een parlementslid te maken of te kraken via die fameuze rapporten?

De meeste kranten lichten hierover wel een tipje van de sluier op. Ze geven bijvoorbeeld aan dat ze niet enkel rekening houden met de kwantiteit, maar ook met de kwaliteit van het parlementaire werk. Niet enkel het aantal voorstellen en vragen telt, maar ook de impact in de media. Er wordt op de redacties serieus gedelibereerd over de scores.  Men gaat daarbij zeker niet over één nacht ijs, wordt beweerd.   

Maar kunnen we die krantenredacties zomaar op hun woord nemen?  Uit nieuwsgierigheid zijn wij eens gaan kijken welke factoren bepalend waren voor de scores die  bij de verkiezingen van 2014 aan de politici werden toegekend. Zowel in de De Morgen als De Standaard kregen alle parlementsleden toen een score.  In hoeverre kon die toen worden voorspeld op basis van een aantal meetbare criteria? De gedetailleerde resultaten van dit onderzoekje kan men hier terugvinden. In wat volgt vatten we de belangrijkste resultaten samen.

Journalisten gooien er niet zomaar met hun pet naar

Een eerste bevinding pleit vóór de krantenredacties. De evaluaties van De Morgen en De Standaard waren sterk gelijklopend. Parlementsleden die in de ene krant een hoge score kregen werden doorgaans ook sterk gewaardeerd in de andere.

Dat de journalisten er niet zomaar met hun pet naar gooien blijkt nog uit iets anders. De scores van de parlementsleden kunnen tot op zekere hoogte worden voorspeld op basis van hun parlementaire output. Hoe meer wetsvoorstellen een parlementslid indient, of hoe meer vragen hij of zij stelt, hoe hoger de score.  

Maar de evaluaties worden slechts ten dele daardoor bepaald. Het klopt dus dat het produceren van zoveel mogelijk output niet alleen zaligmakend is voor een parlementslid. Zeker wat de vragen betreft zien we bovendien dat er een verzadigingseffect optreedt. Vragen kunstmatig uitsplitsen,  een parlementair medewerker aan het werk zetten om tientallen vragen per week te spuien: het helpt niet om een goed rapport te krijgen.

Parlementsleden van Vlaams Belang significant lager beoordeeld

Tot zover het goede nieuws. Als het aantal parlementaire initiatieven slechts een deel van het verhaal vertellen, wat zijn dan de andere factoren die de score bepalen? Veel factoren waarvan je zou denken dat ze een effect hebben blijken helemaal niet mee te spelen. Zo blijken noch de politieke ervaring, noch de cumulatie met een lokaal mandaat verband te houden met de score. Ook de  krantenaandacht voor een parlementslid tijdens de campagne lijkt geen rol te spellen. Het maakt ook niets uit of een parlementslid in de Kamer dan wel in het Vlaams Parlement zetelt.

Twee factoren die er eigenlijk niet toe zouden mogen doen blijken wel bepalend voor de scores. Om te beginnen de partij-aanhorigheid: parlementsleden van Vlaams Belang worden significant lager beoordeeld door de journalisten, ook als we controleren voor alle hoger genoemde factoren.

Mogelijk dat ten aanzien van uiterst-rechtse parlementsleden negatieve stereotypen spelen

Hoe valt dit te verklaren? Het is mogelijk dat Vlaams Belang-parlementsleden minder kwaliteit leveren. De mate waarin een parlementslid echt weegt op het debat valt moeilijk objectief te meten.  Misschien maken de journalisten een correcte inschatting dat de Vlaams Belang-parlementsleden minder impact hebben in het parlement. Maar het is ook mogelijk dat er ten aanzien van de uiterst-rechtse parlementsleden bepaalde negatieve stereotypen spelen, die verband houden met het cordon sanitaire.

Vrouwen significant negatiever beoordeeld dan mannen

Vreemd genoeg heeft ook het geslacht een robuust effect op de beoordeling van parlementsleden. Vrouwelijke parlementsleden worden significant negatiever beoordeeld dan mannen. Ter herinnering: we spreken hier over een effect in een multivariaat model, waarbij we controleren voor een hele reeks andere variabelen. 

We kunnen moeilijk geloven dat vrouwen in het parlement door de band slechter werk leveren dan mannen

We kunnen moeilijk geloven dat vrouwen in het parlement door de band slechter werk leveren dan mannen. Hier loopt kennelijk iets mis met de evaluatie.  De rapporten worden misschien voornamelijk door mannelijke journalisten gemaakt.  Het zou ook kunnen dat er bepaalde evaluatie-criteria worden gehanteerd die vrouwelijke parlementsleden benadelen. De rapporten zouden bijvoorbeeld last kunnen hebben van stereotypering: vrouwelijke politici worden vaak geassocieerd met "zachte" thema’s (zoals familie, welzijn, gezondheid) en mannen met "harde thema’s" (zoals economie, financiën, mobiliteit). Wie weet beschouwen de (mannelijke) beoordelaars die hardere thema’s onbewust als belangrijker… 

Waarschuwing

Rapporten en evaluaties van politici hebben een zeker nut omdat kiezers in ons representatief systeem hun democratische macht voor vijf jaar uit handen geven. Dan wil je natuurlijk weten of degene die je stem kreeg er iets van gebakken heeft in het parlement. Het ligt niet voor de hand om dit zelf op te volgen of om het werk van een politicus te evalueren, maar aangezien partijen en politici graag uitpakken met een mooi rapport om hun imago van goeie bestuurders kracht bij te zetten zouden ze net zoals peilingen van een waarschuwing voorzien moeten worden. Ze zijn het resultaat van een subjectieve inschatting en hebben enkel betrekking op het parlementaire werk van de politicus. 

Ze zijn het resultaat van een subjectieve inschatting en hebben enkel betrekking op het parlementaire werk van de politicus

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.