Hoe willen de partijen de stijgende energiefactuur aanpakken? Een overzicht

De stijgende energiefactuur heeft veel partijen ertoe aangezet dit thema in hun verkiezingsprogramma op te nemen. Voor de SP.A is de verlaging van de btw op elektriciteit zelfs een breekpunt voor regeringsdeelname. Maar hoe bekijken de partijen het energievraagstuk? Hoe willen ze de stijgende energiefactuur de komende jaren aanpakken? Wij maakten een overzicht. 

Btw op elektriciteit

Het eerste en meest concrete programmapunt met betrekking tot de energiefactuur is de btw op elektriciteit. De SP.A is hierover zeer duidelijk. Elektriciteit is een basisbehoefte en daarom moet de btw op elektriciteit van 21 naar 6 procent worden teruggebracht. Voor hen is het zelfs een breekpunt om in een volgende regering te stappen. Ook Vlaams Belang is voorstander van een verlaging. Zij noemen het “vanzelfsprekend” dat het laagste btw-tarief wordt toegepast op elektriciteit.

De PVDA zit op dezelfde lijn en ijvert al jarenlang voor een btw-verlaging. De partij wil ook allerlei kosten, bijvoorbeeld voor de groenestroomcertificaten, uit de factuur halen. “Het is niet normaal dat de elektriciteitsfactuur steeds meer lijkt op een belastingbrief. De rekening sturen we naar Electrabel”, luidt het.

Bij de andere partijen klinken andere geluiden. Open VLD betwist dat een verlaging van de btw ook effectief tot een verlaging van de energiefactuur leidt. In plaats daarvan moeten in de eerste plaats de “niet-energie gerelateerde kosten” uit de factuur worden gehaald, klinkt het. Zij worden daarin gevolgd door Groen. Een verlaging naar 6% is voor hen  “niet sociaal en niet groen”. In de eerste plaats zijn het de grootverbruikers die moeten worden gestimuleerd om minder te verbruiken.

Ook N-VA bevindt zich op min of meer dezelfde lijn. Zij noemen een verlaging van de btw een “verkapte indexsprong.” Dat zou volgens hen geen effect hebben op de werkelijke kostprijs van energie. Die redenering is ook terug te vinden in het standpunt van CD&V. Een btw-verlaging leidt tot een uitgestelde indexering en dus niet tot een stijging van de koopkracht van gezinnen, klinkt het daar. 

Lees verder onder de foto. 

Kernuitstap

Een tweede punt van politieke discussie in het energievraagstuk is de veel besproken kernuitstap (de geplande stop van het gebruik van kernenergie in België in 2025). Zoals bekend is de N-VA hier openlijk tegen. Zij pleiten ervoor om de twee jongste kerncentrales minstens 10 jaar langer open te houden. Dat is volgens hen noodzakelijk om de bevoorradingszekerheid te kunnen blijven garanderen.

Vlaams Belang gaat hierin nog een stap verder. Zij pleiten voor het bouwen van nieuwe kerncentrales van het Thorium-type. Deze nieuwe kernreactoren hebben namelijk niet de nadelen van de op uranium gebaseerde reactoren. 

Alle andere partijen zijn wel allemaal voorstander van de kernuitstap. Groen, de SP.A en ook de PVDA gebruiken hiervoor vooral het argument dat het langer inzetten van kernenergie de investeringen in hernieuwbare energie ontmoedigt en zo de energietransitie onnodig wordt vertraagd. Ook de  onbetrouwbaarheid van onze kerncentrales is een vaak gebruikt argument door de voorstanders van de kernuitstap. Dat is het geval bij de PVDA, Groen en CD&V.

Opvallend is dat Open VLD het als enige heeft over “kleine en flexibele gascentrales” om de transitie mogelijk te maken. Voorts benadrukken ook de liberalen het belang van energiebesparing, hernieuwbare energie en innovatie. 

Lees verder onder de foto. 

Plaatsing van nieuwe windmolens

De derde grote politieke twistappel die indirect te koppelen is aan de energiefactuur is de plaatsing van nieuwe windmolens. Hier draait de discussie vooral om de vraag of gemeentebesturen minder mogelijkheden moeten krijgen om de plaatsing ervan in hun gemeenten tegen te kunnen houden.

Open VLD is hierover het duidelijkst: “Vandaag wordt er bijna tegen elke geplande windmolen beroep aangetekend, ook door gemeentebesturen zelf. Daarom willen we kijken welke maatregelen genomen kunnen worden om het plaatsen van windmolens makkelijker te maken.” Ook Groen vindt dat “lokale besturen die de transitie naar hernieuwbare energie systematisch boycotten overruled moeten kunnen worden.”

Lees verder onder de foto. 

De andere partijen zijn minder uitgesproken. CD&V noemt het belangrijk dat de gemeentebesturen rekening kunnen houden met de bezwaren van burgers. Er moet voor hen wel steeds beroep mogelijk zijn bij de hogere overheid. De SP.A benadrukt het belang van “maatschappelijke afwegingen met het oog op een maximaal draagvlak.” De socialisten willen ook een plan uitwerken voor zogenaamde “windenergie-zones”. Een vergelijkbaar standpunt is te vinden bij de N-VA. Zij pleiten ervoor dat Vlaanderen eventueel “prioritaire zones kan aanduiden.” Voorts wijzen ook zij op het belang van lokaal draagvlak en de betrokkenheid van de gemeentes.

Vlaams Belang ziet bij tegenstrijdige meningen een uitweg via volksraadplegingen, die bindend advies moeten kunnen geven. 

De PVDA gaat in deze kwestie nog iets verder. Zij noemen de inspraak van buurtbewoners een voorwaarde voor investeringen in groene stroom. Windenergie moet volgens hen in handen van burgercoöperaties en publieke energiebedrijven komen te liggen. Op die manier kunnen de opbrengsten terugvloeien naar de gemeenschap, klinkt het. 

Dus?

Kortom, alle partijen zijn het erover eens dat de energietransitie naar meer hernieuwbare bronnen er moet komen. Maar hun recepten verschillen. Ze zijn het dan weer wel eens over het feit dat eventuele kosten niet zomaar mogen worden doorgerekend aan de consument.