Louis Tobback snoeihard voor eigen SP.A: "De ene dag vloeken we op PS, de andere dag gaan we ermee op campagne"

Louis Tobback duwt op 26 mei de SP.A-lijst van de opvolgers voor de Kamer. De ex-burgemeester van Leuven is intussen 81 jaar oud en is daarmee een van de oudste kandidaten van het land. Anderhalve week voor de verkiezingen haalt Tobback zwaar uit naar zijn partij. Die is volgens hem niet rechtlijnig en het cumulverbod blijft een doorn in het oog.

SP.A vaart volgens Tobback geen rechtlijnige koers. "Een kat vindt er haar jongen niet meer in terug. De ene dag vloeken we op PS en de andere dag gaan we campagne voeren met hun voorzitter Paul Magnette. Als we als basislijn kiezen voor "zekerheid", maar een vooraanstaande figuur komt dan aanzetten met "minder belastingen", dan heb je een probleem als partij", vindt Tobback.

"Dwaas" cumulverbod

SP.A legt eigen politici al een tijdje een cumulverbod op. Zo mogen bijvoorbeeld burgemeesters van de partij geen parlementslid zijn en omgekeerd. Hans Bonte, de burgemeester van Vilvoorde, liet eerder al verstaan dat hij dat verbod - bij een gunstig resultaat - aan zijn laars zal lappen. Ook Tobback noemt het cumulverbod "een dwaze maatregel". "Als ik toch nog verkozen zou worden als Kamerlid - wat zeer onrealistisch is - dan ga ik in de Kamer zitten. Dan moeten ze niet afkomen met kritiek op mijn leeftijd of vragen om mijn plaats af te staan. En dan combineer ik dat met mijn job als provincieraadslid, ja. Ze mogen dan nog altijd een congres organiseren om mij uit de partij te zetten, maar dan nog ga ik zetelen. Ik ben dan een verkozene des volks en niet van de partij." Toch is Tobback niet tegen een cumulverbod in de politiek. "Ik vind ook dat één persoon slechts één mandaat kan uitoefenen. Maar dan wel alleen als alle andere partijen dat ook doen. Nu strijden we met ongelijke wapens, alsof je aan een boksmatch begint met één arm op je rug gebonden."

Ondanks de harde kritiek is Tobback ook dankbaar: "Ik heb alles te danken aan die partij en aan alle militanten die al die jaren voor mij zijn gaan flyeren en plakken", zegt Louis Tobback. "Zolang ik met bevende hand nog een kruisje kan zetten op een blad om te bevestigen dat ik wil mee doen, zal ik op een lijst gaan staan. Op één voorwaarde: dat ze het mij komen vragen. Ik wil mij niet opdringen." Tobback mag dan in oktober nog verkozen zijn als provincieraadslid, een extra mandaat is niet meer zijn ambitie. Zijn plaats op de SP.A-lijst is louter als steun bedoeld voor zijn partij. "Ik wil zoveel mogelijk stemmen halen, maar ik heb niet meer de intentie om een vooraanstaande rol te spelen. Een stem voor mij is een stem voor SP.A. Ik doe een beroep op de mensen die mij kennen en mij vertrouwen om meer stemmen te halen voor de partij." 

Kiezersbedrog

Echt campagne voeren zit er voor de lijstduwer van de opvolgers dan ook niet meer in. "Ze hebben affiches van mij laten drukken, maar ik had dat niet eens gevraagd. Ik dring er ook niet op aan om die overal op te hangen, maar je zal hier en daar wel mijn aanminnelijk gelaat in het straatbeeld zien. (lacht) Zwaar campagne voeren als één van de laatste opvolgers vindt Tobback een vorm van kiezersbedrog. "Ik zie dat bij sommige andere kandidaten nochtans gebeuren. Het is compleet onlogisch om allerlaatste op een lijst te gaan staan en dan een campagne te beginnen alsof je eerste minister wil worden."

Slechte peilingen

Op de politieke barometer van VRT NWS, De Standaard, RTBF en La Libre van eind april scoort SP.A niet zo goed. De peiling geeft de Vlaamse socialisten slechts een kleine 13% van de stemmen. "De peilingen zijn niet goed, nee. Terwijl de omstandigheden wel gunstig zijn om met SP.A toch 20% te halen. Een slechte peiling kost je stemmen, een goede peiling levert extra stemmen op. Daar moeten we niet flauw over doen. Ik kom nog vaak genoeg op straat om aan te voelen dat mensen niet gelukkig zijn met hoe de regering het de afgelopen jaren heeft aangepakt. Een aantal mensen zal daardoor bijvoorbeeld naar het Vlaams Belang lopen omdat ze teleurgesteld zijn in N-VA. Er zijn nog nooit zoveel erkende vluchtelingen geweest als in de periode-Francken. Waarom die mensen niet naar ons komen, daarover zullen we ons moeten bezinnen", besluit Tobback.