Een bladzijde uit het Voynichmanuscript met illustraties van badende naakte vrouwen.

Is de code van het mysterieuze Voynichmanuscript gekraakt?

Een onderzoeker van de University of Bristol zegt dat hij erin geslaagd is de code te kraken van "de meest mysterieuze tekst ter wereld", het Voynichmanuscript. Talloze cryptografen, linguïsten en andere onderzoekers hebben dat al eerder geprobeerd, onder meer ook met computer­programma's, maar faalden. Het manuscript is volgens de onderzoeker een in het proto-Romaans geschreven compendium van informatie, dat in het midden van de 15e eeuw geschreven is door een dominicaanse non voor de vrouwen aan het hof van Maria van Castilië, de koningin van Aragon. Niet iedereen is het daar echter mee eens: andere onderzoekers noemen de 'ontdekking' de zoveelste mislukte poging om het manuscript te ontcijferen.

Het manuscript staat officieel bekend als MS408, het catalogusnummer van de Beinecke Rare Book & Manuscript Library van de Yale University in de VS. 

Het boek van meer dan 200 bladzijden werd op het einde van de 16e eeuw gekocht door keizer Rudolf II van Duitsland voor 600 gouddukaten, en verdween daarna uit het zicht tot 1915. De naam Voynichmanuscript komt van de Poolse handelaar in antieke boeken Wilfred Voynich, die het manuscript in 1912, samen met een dertigtal andere boeken, kocht van de jezuïeten in Frascati bij Rome. Na zijn dood kwam het manuscript onder de hoede van zijn vrouw Ethel, die het naliet aan een vriendin, Anne Nill. Die verkocht het manuscript in 1961 aan een andere boekhandelaar, Hans Kraus, en omdat die er geen koper voor kon vinden, schonk hij het in 1969 aan de Yale University. 

In 1915 werd het boek voor het eerst aan het publiek voorgesteld, en in de daaropvolgende eeuw heeft het tot de verbeelding van heel wat mensen gesproken. Vooral door het feit dat het schrift, ondanks talloze pogingen, niet ontcijferd kon worden. Het Voynichmanuscript is zowat de heilige graal van de cryptografie geworden, en er doen heel wat verhalen en theorieën de ronde over.  

Zo zou het geschreven zijn door historische figuren als de franciscaan Roger Bacon, de alchemist Edward Kelley, de Engelse auteur Anthony Ascham, of zelfs door Wilfred Voynich zelf.  Het boek zou in een oud-Mexicaanse taal geschreven zijn, het zou handelen over magie en alchemie, geheime codes, politieke en religieuze samenzweringen, en het National Securities Agency van de VS, dat in samenwerking met een Duitse codebreker ook een poging deed om de code te kraken, vermoedde zelfs dat het manuscript communistische propaganda zou bevatten. 

Uiteindelijk werd een zekere consensus bereikt dat het manuscript ofwel onmogelijk te kraken was, of anders geschreven was in een nonsenstaal, als een soort van ingewikkelde, ver doorgedreven grap.  

Een bladzijde uit het Voynichmauscript met tal van afbeeldingen van planten.

"Verbazingwekkender dan de mythen en fantasieën"

Hoewel talloze onderzoekers hun tanden al stukgebeten hadden op het manuscript, zegt doctor Gerard Cheshire van de University of Bristol dat hij er in twee weken in geslaagd is om het schriftsysteem van de "ondoorgrondelijke" tekst te doorgronden en de taal ervan te identificeren. Hij deed dat door gebruik te maken van "onorthodox denken en scherpzinnigheid", zoals hij zelf zegt. 

In een door collega's nagelezen studie beschrijft Cheshire hoe hij met succes het handschrift heeft ontcijferd, en zo het enige bekende voorbeeld van een proto-Romaanse taal heeft ontdekt. 

"Ik maakte een reeks eureka-ogenblikken mee terwijl ik de code aan het ontcijferen was, gevolgd door een gevoel van ongeloof en opwinding toen ik me het belang van de verwezenlijking realiseerde, zowel wat betreft het linguïstisch belang als de onthullingen over de oorsprong en de inhoud van het manuscript", zo zei Cheshire in een mededeling van de University of Bristol. 

"Wat het onthult is nog verbazingwekkender dan de mythen en fantasieën die het manuscript heeft doen ontstaan. Zo is het bijvoorbeeld samengesteld door dominicaanse nonnen als een referentiewerk voor Maria van Castilië, de koningin van Aragon, die een groottante was van Catharina van Aragon." Catharina van Aragon was de eerste vrouw van de Engelse koning Hendrik VIII, die hij aan de kant schoof voor Anna Boleyn. Ze was de moeder van Mary Tudor, koningin Maria I van Engeland.

Korte tekstjes voorafgegaan door een ster, mogelijk recepten.

Proto-Romaans

Volgens Cheshire kan het belang van het manuscript voor de linguïstiek van de Romaanse talen moeilijk overschat worden. 

"Het is geen overdrijving te zeggen dat dit werk een van de belangrijkste ontwikkelingen tot nu toe vormt in de Romaanse linguïstiek. Het manuscript is geschreven in proto-Romaans - de voorouder van de hedendaagse Romaanse talen, waaronder Portugees, Spaans, Frans, Italiaans, Roemeens, Catalaans en Galicisch. De gebruikte taal was alomtegenwoordig in het Middellandse Zeegebied in de middeleeuwen, maar ze werd zelden neergeschreven in officiële of belangrijke documenten omdat Latijn de taal was van het koningschap, de kerk en het bestuur. Het resultaat daarvan was dat proto-Romaans niet bewaard was gebleven in de geschiedkundige annalen, tot nu", zo zei hij.

Volgens Cheshire is het manuscript ook op linguïstisch vlak erg ongewoon.

"Het gebruikt een uitgestorven taal. Het alfabet in het manuscript is een combinatie van onbekende en meer bekende symbolen. Het gebruikt geen specifieke tekens voor interpunctie, al hebben sommige letters wel symboolvarianten om interpunctie of fonetische accenten weer te geven. Al de letters zijn kleine letters en er zijn geen dubbele medeklinkers. Het bevat diftongen, triftongen, quadriftongen en zelfs quintiftongen om fonetische componenten af te korten. Het bevat daarenboven ook woorden en afkortingen in het Latijn."

De volgende stap is nu om deze kennis te gebruiken om het gehele manuscript te vertalen en een lexicon op te stellen, zo zegt hij. Cheshire geeft toe dat dit wel enige tijd en fondsen zal vragen, aangezien het manuscript meer dan 200 bladzijden telt. 

"Nu de taal en het schriftsysteem verklaard zijn, liggen de bladzijden van het manuscript open voor geleerden om, voor de eerste keer, de echte linguïstische en informatieve inhoud te onderzoeken en bloot te leggen."  

Een afbeelding van twee vrouwen met vijf kinderen in een bad. De woorden onderaan beschrijven verschillende gemoedstoestanden of eigenschappen: tozosr (zoemend: te luidruchtig), orla la (op de rand: het geduld verliezend), tolora (dwaas/gek), noror (bewolkt: droef/verveeld), or aus (gouden vogel: goedgemanierd), oleios (geolied: glad/onbetrouwbaar). Deze woorden overleven in het Catalaans (tozos en or aus), Portugees (orla,  tolos en oleio), en het Roemeens (noros). De woorden orla la beschrijven het humeur van de vrouw links en kunnen volgens Cheshire aan de basis liggen van de Franse uitdrukking 'oh là là'.

Kaart laat situering toe

Vertalingen van een aantal delen van het manuscript tonen volgens Cheshire aan dat het een compendium - een verzameling - is van informatie over geneeskrachtige planten, therapeutische baden en astrologische lezingen in verband met zaken die de vrouwelijke geest aanbelangen, over het lichaam, de voortplanting, het ouderschap, en aangelegenheden van het hart, en dat allemaal in overeenstemming met de katholieke en Romeinse heidense religieuze overtuigingen van de Europeanen uit het Middellandse Zeegebied in de late middeleeuwen.

 In het manuscript zit een uitvouwbare kaart die de nodige informatie biedt om het manuscript te dateren en er de oorsprong van te achterhalen. En dat verklaart meteen ook de talrijke tekeningen van vrouwen die in verschillende soorten baden zitten, volgens Cheshire.

De kaart zou het avontuurlijke verhaal vertellen van een reddingsmissie per schip om de slachtoffers te redden van een vulkaanuitbarsting in de Tyrreense Zee, die begon op de avond van 4 februari 1444. 

Het manuscript vindt volgens Cheshire zijn oorsprong in Castello Aragonese, een kasteel en citadel op een eilandje voor de kust van het eiland Ischia nabij Napels. Het werd samengesteld voor Maria van Castilië (1401-1458), de koningin van het Spaanse koninkrijk Aragon, die de reddingsmissie leidde als regent tijdens de afwezigheid van haar echtgenoot koning Alfonso V van Aragon. Die was elders druk bezig, aangezien hij nog maar net Napels veroverd had. 

Het eiland Ischia is van oudsher beroemd voor zijn vulkanische baden, die nu nog steeds bestaan. Het manuscript bevat dan ook veel afbeeldingen van naakte vrouwen die erin baden, zowel als therapie als ter ontspanning. Er zijn zelfs afbeeldingen van koningin Maria en haar hofdames die onderhandelen over handelsakkoorden, terwijl ze een bad nemen, zo schrijft Cheshire in zijn studie.  

(lees voort onder de illustraties)

De uitvouwbare kaart in het manuscript. Vignet A toont de uitbarstende vulkaan die de aanleiding vormde voor de reddingsmissie en het tekenen van de kaart. De vulkaan barstte uit vanop de zeebodem en vormde een eilandje dat Vulcanello genoemd werd, en dat later na een nieuwe uitbarsting in 1550 vast kwam te zitten aan het eiland Vulcano. Vignet B toont de vulkaan van Ischia, vignet C toont het eilandje Castello Aragonese, en vignet D stelt het eiland Lipari voor. Elk vignet combineert naïef getekende en enigszins gestileerde tekeningen met aantekeningen met verklaringen en details. De overige vijf vignetten geven meer details over het verhaal.
Een kaart van Ischia en Capri in de Tyrreense Zee. NormanEinstein/Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

Academisch belang

Het vellum - fijn perkament, gemaakt van de huid van dieren - waarop het manuscript is geschreven, is met de koolstof 14-methode gedateerd tussen 1404 en 1438. Dat wijst erop dat het vellum al enige jaren oud was toen het gebruikt werd. Het zou ook kunnen dat een deel van het manuscript geschreven en geïllustreerd werd voor de kaart rond 1444-1445 getekend werd. 

De taal van het naburige Napels was in die periode al aardig op weg om vroeg Italiaans te worden, en het schriftsysteem dat er gebruikt werd was vroeg italiek. Maar in het manuscript zijn de taal en het schriftsysteem van Ischia gebruikt, volgens Cheshire. En die waren duidelijk lokaal en anachronistisch, wat te wijten was aan de socioculturele, politieke en religieuze isolatie van het eiland. Het schriftsysteem was duidelijk uniek voor Ischia. Het verschilt immers te veel van italiek om als proto-italiek te kunnen worden omschreven:  de symbolen voor de klinkers zijn dezelfde, maar de symbolen voor de medeklinkers zijn compleet verschillend, aldus de onderzoeker. 

Nu Cheshire dankzij die inzichten meer te weten zou zijn gekomen over het Voynichmanuscript, is volgens hem gebleken dat het manuscript veel interessanter en informatiever is dan al de voorstellingen die men zich er vroeger over heeft gemaakt. 

Het is niet geschreven door een historische figuur, maar door een volkomen onbekend en gewoon iemand uit het verleden, zonder een opzettelijke geheime code, maar in een taal en een schriftsysteem die normaal waren in deze tijd en op deze plaats, en die dagelijks gebruikt werden, zo schrijft Cheshire. En toch zijn de linguïstische en historische informatie die erin vervat zitten, van een nooit gezien belang. En het blijkt dus dat het manuscript wel degelijk opmerkelijk is, maar dan op een academische manier, en niet op een sensationele en gefantaseerde manier, zo schrijft hij. 

De studie van Gerard Cheshire is gepubliceerd in Romance Studies.

Nog meer vrouwen in verschillende baden uit het manuscript.

Zoveelste mislukte poging

Niet iedereen is er echter van overtuigd dat Cheshire in zijn opzet geslaagd is. Een van de felste critici is Lisa Fagin Davis, directeur van de Medieval Academy of America.

Na het verschijnen van de studie tweette zij: "Sorry mensen, 'proto-Romaanse taal' bestaat niet. Dit is enkel nog meer circulaire, self-fulfilling onzin, waarbij de wens de vader is van de gedachte."

Gevraagd naar commentaar door de website Ars Technica, antwoordde Fagin Davis dat Cheshire dezelfde fout maakt als de meeste andere mensen die een interpretatie van het Voynichmanuscript hebben gegeven. Ze noemt de logica achter zijn voorstel circulair en zegt dat de wens de vader is van de gedachte. 

Volgens haar vertrekt Cheshire vanuit een theorie over wat een bepaalde reeks van schrifttekens zou kunnen betekenen, "meestal omdat het woord dicht bij een afbeelding staat waarvan hij denkt dat hij ze kan interpreteren". Dan doorzoekt hij een aantal woordenboeken van middeleeuwse Romaanse talen tot hij een woord vindt dat zijn theorie lijkt te ondersteunen. En vervolgens beweert hij dan dat zijn theorie juist moet zijn omdat hij een woord uit een Romaanse taal heeft gevonden dat past in zijn theorie. ""Zijn 'vertalingen' van wat in essentie koeterwaals is en een amalgaam van verschillende talen, zijn dan ook eerder wensdromen dan echte vertalingen", zo liet ze aan Ars Technica weten. 

Bovendien heeft Fagin Davis ook een probleem met de fundamentele redenering die de basis vormt van het werk van Cheshire. Volgens haar zijn er geen bewijzen dat er zoiets zou bestaan als proto-Romaans, en is dat in strijd met de paleolinguïstiek, de studie van oude talen.  

Ook in de associatie van bepaalde schrifttekens met bepaalde Latijnse lettertekens heeft ze niet veel vertrouwen, ook die is niet bevestigd, zo meldde ze aan Ars Technica.

Bovendien is volgens haar de studie van Cheshire niet echt "peer reviewed", nagelezen door vakgenoten, ook al beweert Cheshire van wel. Ze ziet de publicatie van de studie van Cheshire in Romance Studies dan ook niet als een blijk van vertrouwen van zijn vakgenoten.

In een andere tweet somt Fagin Davis op welke criteria haar zouden kunnen overtuigen: "Criteria voor een geloofwaardige Voynich-oplossing: 1) solide eerste beginselen; 2) reproduceerbaar door anderen; 3) overeenstemming met de linguïstische en codicologische feiten; 4) tekst die zinvol is; 5) logische overeenkomst van tekst en illustratie. Niemand heeft tot nu al die vakjes kunnen afvinken.

Fagin Davis is niet de enige die sceptisch is. Andere onderzoekers wijzen erop dat Cheshire enkel een paar zinnetjes en woorden vertaald heeft en geen langere passages. Fagin Davis zelf verwijst naar een blog van J.K. Peterson voor een diepgaande analyse van bezwaren die onderzoekers hebben bij het werk van Cheshire. Intussen is er nog een update van die blog over de zaak.

Wordt ongetwijfeld vervolgd.