Zijn onze pensioenen dan echt geen ernstiger debat waard?

De - al dan niet - verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd zit weer volop in het nieuws, na het debat tussen John Crombez (SP.A) en Bart De Wever (N-VA). Volgens hoogleraar Ria Janvier is het hoog tijd om een paar zaken op een rijtje te zetten. "Want onze pensioenen zijn een ernstig debat waard."

opinie
Ria Janvier
Ria Janvier is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Zij maakt(e) deel uit van de Commissie Pensioenhervorming 2020-2040, nu de Academische Raad (voor de pensioenen). Haar onderzoeksspecialisatie bevindt zich op het snijpunt van het ambtenarenrecht, het socialezekerheidsrecht en het arbeidsrecht.

Daar waar de verkiezingscampagne tot hiertoe weinig gedurfde standpunten heeft opgeleverd, is daar plotsklaps verandering in gekomen. Het verhogen van de wettelijke pensioenleeftijd, wat ter sprake kwam in het debat tussen John Crombez (SP.A) en Bart De Wever (N-VA) in "Terzake", zorgde voor een storm aan reacties. Het lijkt nuttig om enkele kanttekeningen te plaatsen bij deze discussie, vanuit sociaal-maatschappelijk oogpunt en bij het principe op zich.

Wat betekent dat nu precies, die wettelijke pensioenleeftijd?

Laat mij beginnen met de sociaal-maatschappelijke impact. Om de weerslag van het verhogen van de wettelijke pensioenleeftijd correct te begrijpen, is het van belang goed te beseffen wat de wettelijke pensioenleeftijd precies betekent. Het gaat om de leeftijd waarop iedereen, ongeacht de duur van zijn of haar loopbaan, aanspraak kan maken op een wettelijk rustpensioen.

Vervroegde pensionering is mogelijk als men 63 jaar oud is en bovendien 42 loopbaanjaren op de pensioenteller heeft staan. Als men minder loopbaanjaren kan inbrengen, zal men nog geen toegang krijgen tot het pensioen. Wie bijvoorbeeld maar dertig loopbaanjaren heeft, zal sowieso moeten "wachten" – wat iets anders is dan werken (zie verder) – tot de wettelijke pensioenleeftijd om het recht op een rustpensioen te openen. Een bijkomende moeilijkheid is dat een persoon zijn loopbaan niet kan overdoen in de zin van "als ik het had geweten, dan zou ik geen vijf jaar thuis zijn gebleven om te zorgen voor de kinderen"

Het zal allicht niemand verwonderen dat vooral vrouwen vaak onvolledige loopbanen hebben. Zij kunnen daardoor niet met vervroegd pensioen. Verder komen zij vaak pas in aanmerking voor een rustpensioen bij het bereiken van de fameuze wettelijke pensioenleeftijd. Als die pensioenleeftijd verhoogt, leidt dit tot pensioenuitstel.

Los van de mogelijke indirecte discriminatie rijst de vraag of dit echt wel een besparing zal opleveren

Misschien is de reactie dat dit dan toch een goede zaak is, omdat dan nog enkele jaren wordt bespaard op de pensioenuitgaven. Los van de mogelijke indirecte discriminatie (zie boven) rijst de vraag of dit echt wel een besparing zal opleveren. Het gevaar is niet denkbeeldig dat er zich een verschuiving voordoet naar de andere sectoren van de sociale zekerheid. Zestigplussers die hun werk verliezen of die om gezondheidsredenen niet langer kunnen werken, zullen verkassen naar de werkloosheid of de ziekteverzekering. En dan is het een kwestie van te "wachten" tot de wettelijke pensioenleeftijd om een rustpensioen te kunnen krijgen.

De eerste, niet onbelangrijke boodschap is: alvorens een verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd door te voeren, moet de maatschappelijke/sociale impact daarvan worden "gemeten". Voor alle duidelijkheid: die oefening is eigenlijk ook (nog) niet gebeurd op het ogenblik dat de regering-Michel op een drafje heeft beslist tot een verhoging van de pensioenleeftijd tot 66 jaar in 2025 en tot 67 jaar in 2030. Volgens minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) zullen weinig mensen effectief tot die leeftijd moeten werken (of wachten…). Ik durf dat te betwijfelen.

Volgens minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) zullen weinig mensen effectief tot die leeftijd moeten werken (of wachten…). Ik durf dat te betwijfelen

Wat met de uitspraken van De Wever? Houden die steek? Of niet?

Houdt de ballon die De Wever heeft opgelaten (of is het losgelaten?), dan geen steek? Toch wel. Er zit wel degelijk een logica in deze stelling. Hoe langer we leven, hoe langer een pensioen zal moeten worden betaald. Dit wordt zeer mooi geïllustreerd in de volgende grafiek. Die geeft de gemiddelde overlevingsduur weer van degenen die het geluk hadden en hebben om de leeftijdskaap van 65 jaar te overschrijden.

Lees verder onder de grafiek:

Bron: Human Mortality Database (data voor 1841-2012) en demografische projectie 2013 van het Federaal Planbureau (data voor 2013-2060), verwerkt door Isabelle Devos (UGent).

Waar in 1965 nog ongeveer 13 jaar een pensioen moest worden betaald aan de 65-plussers, zitten we nu toch stilaan aan 20 jaar en volgens de vooruitzichten is het einde van deze evolutie nog niet in zicht.

Waar in 1965 nog ongeveer 13 jaar een pensioen moest worden betaald aan de 65-plussers, zitten we nu toch stilaan aan 20 jaar 

Daarbij komt dat wij nog altijd te vroeg vervroegd uittreden, waardoor de tijdspanne tussen de startdatum van het rustpensioen en het moment van overlijden nog langer wordt, maar dat is een discussie apart. Wel wil ik in de marge toch even meegeven dat bijvoorbeeld in de ambtenarenpensioen­regeling sinds 1844 (!) de wettelijke pensioenleeftijd altijd 65 jaar is geweest, zowel voor mannen als voor vrouwen. Eigenlijk is het pas fout beginnen te lopen eind jaren 1970, begin jaren 1980. Om het hoofd te bieden aan de hoge werkloosheid bij de jongeren, werd de mogelijkheid geboden aan de ouderen om vanaf zestig jaar met pensioen te gaan. Intussen was en is iedereen zo gewend geraakt aan het idee dat de klok maar moeilijk terug te draaien valt. Het is opboksen tegen het idee van, wat ik doorgaans noem, de verworven "verwachtingen". Elke enquête bevestigt dit: we willen niet langer werken, we willen genieten.

Elke enquête bevestigt dit: we willen niet langer werken, we willen genieten

Enkele correcties

Terug dan naar het debat over de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd. Hierbij zijn drie correcties op hun plaats.

  1. In plaats van zich vast te pinnen op het leeftijdscriterium zou de lengte van de loopbaan een beter uitgangspunt zijn. Het is niet onlogisch dat hogergeschoolden pas op latere leeftijd met pensioen kunnen gaan dan minder hooggeschoolden omdat de hogergeschoolden nu eenmaal later aan het werk zijn gegaan. Bovendien leven hogeropgeleiden langer dan minder hoogopgeleiden, zo blijkt uit studies. Dat is een reden te meer om de voorrang te geven aan de loopbaanduur boven de leeftijd.
  2. In dezelfde logica moeten degenen die een "ongezonde" functie hebben gehad, de mogelijkheid krijgen om eerder met pensioen te gaan. Ongezond is niet hetzelfde als zwaar. Ongezond betekent dat deze groep een hogere mortaliteit heeft, met andere woorden gemiddeld genomen minder lang leeft dan de doorsnee bevolking. Als vaststaat dat bepaalde beroepsgroepen het risico lopen om een aantal jaar vroeger te overlijden dan volgens het gemiddelde, dan is het toch niet meer dan rechtvaardig dat deze personen de kans krijgen om eerder van hun oude dag te gaan genieten.
  3. Een zware functie is nog wat anders. Jawel, er moet dringend werk worden gemaakt van werk- en wendbaar werk voor de werkenden, in plaats van vooral tot voordeel van de werkgevers. Het mag duidelijk zijn dat er op dat punt nog veel werk aan de winkel is. Het probleem van de zware functies zou men op een andere manier kunnen aanpakken. Wie een zware functie heeft (gehad), zou daarvoor beter betaald moeten worden. Wie goed verdient, kan dan wat geld opzijleggen voor later. Dan is het een kwestie van opnieuw wat meer flexibiliteit in te bouwen, waardoor het mogelijk wordt om toch vóór de normale pensioenleeftijd / na een kortere loopbaan met pensioen te gaan. Omdat dan langer een pensioen zal moeten worden betaald, is een correctie nodig. Ik geef een heel eenvoudig voorbeeld, ervan uitgaande dat men na de leeftijd van 65 jaar gemiddeld nog 20 jaar leeft. Stel dat iemand op 60 met pensioen gaat, dan moet nog 25 jaar een pensioen worden betaald. Die persoon zal ten eerste allicht geen volledig pensioen hebben, maar ten tweede moet dan zijn "pensioenkapitaal" gespreid worden over 25 jaar, dus door het toepassen van een malus. In het omgekeerde geval, als iemand zou werken tot 70 jaar, zal aan die persoon nog maar 15 jaar een pensioen moeten worden uitgekeerd. Zijn "pensioenkapitaal" wordt dan gespreid over 15 jaar en die krijgt dan als het ware een bonus.

Wat hebben wij geleerd vandaag?

Ten eerste: dat één tot gisteren goed verborgen zin in een partijprogramma plotseling de pensioenproblematiek tot het nieuwsitem van de dag kan maken.

Ten tweede: dat geen enkele politieke partij in volle verkiezingsstrijd het aandurft om één – allicht onpopulaire – maatregel voor te stellen om onze pensioenen betaalbaar te houden, laat staan om met een samenhangend hervormingsvoorstel op de proppen te komen.

Ten derde: dat we pas na 26 mei, langzaamaan, zullen te weten komen wat de plannen van onze toekomstige regerings- en parlementsleden zijn.

De pensioenen belangen ons allemaal aan, dat blijkt ook uit de vaak heftige reacties. Hebben wij dan als burgers niet het recht om te weten hoe onze politici het denken aan te pakken tijdens de volgende regeerperiode? Eén ding weten we al: vrijwel alle politieke partijen garanderen een minimum­pensioen van 1.500 euro voor iedereen, koste wat het kost. Zijn onze pensioenen dan echt geen ernstig(er) debat waard?

Hebben wij als burgers niet het recht om te weten hoe onze politici het denken aan te pakken tijdens de volgende regeerperiode?

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.