Waarom de Vlaamse en federale verkiezingen ook Europese verkiezingen zijn

Het is een misvatting te denken dat Europese maatregelen genomen worden door anonieme ambtenaren. Nationale politici die Europa voor alles de schuld geven, belazeren de kluit, schrijven Rob Heirbaut en Hendrik Vos. Want in werkelijkheid zijn het zij die in Europa aan de knoppen zitten. Europa's toekomst wordt dan ook in even grote mate bepaald door de politici die straks in onze Vlaamse en federale regeringen zullen zitten.

analyse
Rob Heirbaut en Hendrik Vos
Rob Heirbaut is Europa-journalist bij VRT NWS. Hendrik Vos is hoogleraar aan de Universiteit Gent, waar hij directeur is van het Centrum voor EU-studies. Samen brachten ze recent het boek "Europa in woelig water" uit.

Laten we eens een paar zinnen plukken uit de verkiezingsdebatten van de voorbije week:

"De brexit bedreigt 28.000 banen in Vlaanderen."
"De volgende regering zal onder Europese druk meer dan 7 miljard moeten besparen."
"Zolang de buitengrenzen van de Unie niet goed bewaakt worden, blijven er aan het Noordstation transmigranten opduiken."
"De btw-verlaging op de aankoop van fietsen moet goedgekeurd worden door Europa en een vliegtuigtaks heeft pas echt zin als ook andere landen hem heffen."

De meeste onderwerpen die vandaag in de Vlaamse of de federale kiescampagne opduiken, hebben iets te maken met Europa. De ene keer zegt de Unie in detail wat wij horen te doen. Een andere keer trekt ze krijtlijnen waarmee onze nationale en regionale politici rekening moeten houden. Over de afwikkeling van de brexit worden straks beslissingen genomen met een grote impact op onze economie. Vele thema’s waarover de kandidaten momenteel debatteren, kunnen maar krachtig aangepakt worden als het in Europees verband gebeurt. Van klimaat over privacy op het internet tot vluchtelingen: het is dweilen met de kraan open als de rest van Europa niet mee wil.

Europa is de noodrem waaraan politici gaan hangen als ze zelf de oplossing niet vinden.

Het is de schuld van Europa

Een geoefend volger van verkiezingsprogramma’s weet dat Europa weleens opduikt aan de debattafels. Bijna altijd gebeurt dat om er de schuld op af te schuiven: "Er is geen geld, want Europa dwingt ons tot bezuinigingen", "Er zijn vluchtelingen, want Europa houdt ze niet tegen", "We zullen dit of dat moeten doen, want Europa laat ons geen keuze".

Europa is de noodrem waaraan men gaat hangen als men zelf de oplossing niet vindt, als een probleem te groot is om te vatten of als een verkiezingsbelofte wordt gebroken.

Het is in andere landen overigens niet anders. Een brug die instort, bijen die sterven of migranten die verdrinken, het is altijd en overal de schuld van Europa. Het is eigenaardig dat de brand in de Notre Dame nog niet in de schoenen van de Unie is geschoven.

Treitermachine

Maar wie of wat is dat eigenlijk, Europa? De Unie wordt aan de debattafels voorgesteld als een ongrijpbaar, slijmig ding, zwevend boven ons. Er worden daar op ondoorgrondelijke wijze beslissingen genomen die vervolgens als de Heilige Geest op ons nederdalen. Bureaucraten braken wetten en regels uit zonder dat er lijn in zit. Op het ene vlak is Europa een hyperactieve treitermachine, bezeten van een grote regeldrift. Op het andere domeinen is de Unie dan weer stom, doof, blind en geheel afwezig.

Aderen openzetten

Het is nuttig om toch eens in de zwarte doos te gluren. Die is minder duister, minder vaag en minder onbevattelijk dan ze lijkt. Alle Europese wetten worden goedgekeurd door een grote meerderheid onder de lidstaten en haast altijd ook door het Europees Parlement. Dat parlement timmert aan de voorstellen tot er een tekst komt die een meerderheid kan overtuigen. Concurrentieregels of milieunormen, voedselveiligheid of privacy, passagiersrechten of dierenwelzijn: de afspraken zijn vastgelegd door vertegenwoordigers die wij rechtstreeks verkiezen.

Parlementsleden hebben weinig tijd om het bad te laten vollopen en hun aderen open te zetten. Als er vandaag strenge begrotingsnormen gelden, dan is het niet omdat bureaucraten ons dat opleggen vanuit hun Brusselse bunker. Het komt omdat een meerderheid in het Europees Parlement daarvoor stemde, na lang en heftig debat.

Als Europa een vergunning aflevert voor het gebruik van glyfosaat als onkruidbestrijder, dan is dat niet het werk van een anonieme ambtenaar die is platgelobbyd door duistere firma’s met veel geld en weinig scrupules.

Lidstaten zitten aan de knoppen

Over enkele heel gevoelige kwesties, zoals fiscaliteit of defensie, heeft het Europees Parlement echter weinig te zeggen. Dat is ook het geval als er in volle crisis beslissingen moeten worden genomen. Als de Unie op onbetreden paden komt, dan zijn het de lidstaten die de macht grijpen. Meestal komen dan de staatshoofden en regeringsleiders bij elkaar. Zij stippelen in onderling overleg de route uit. Of ze doen dat níét. Als zij geen akkoord vinden omdat ze niet bereid zijn om naar elkaar te luisteren en compromissen te sluiten, raken de zaken geblokkeerd. Dat zagen we de voorbije periode wel vaker.

Als het gaat om de regeling van ogenschijnlijk kleine, technische kwesties, zit het Europees Parlement evenmin aan de knoppen. Bij ons, in de nationale politiek, is dat overigens ook niet het geval: via koninklijke besluiten of regeringsbeslissingen worden wetten concreet ingevuld. In Europa is het de Europese Commissie die deze zaken voorbereidt, maar ze heeft altijd het akkoord nodig van de lidstaten.

De Europese Raad van staatshoofden en regeringsleiders Christophe Licoppe

Als Europa een vergunning aflevert voor het gebruik van glyfosaat als onkruidbestrijder, dan is dat niet het werk van een anonieme ambtenaar die is platgelobbyd door duistere firma’s met veel geld en weinig scrupules. Het is de beslissing van een grote meerderheid onder de lidstaten. Zij zetten er willens en wetens hun handtekening onder. De lidstaten, dat zijn in de praktijk de regeringen van de landen. Aan de Europese onderhandelingstafels zitten onze premier of andere leden van de regering.

Alhoewel. Onze ministers durven weleens brossen, vaker dan hun collega’s uit andere lidstaten. De meeste Europese vergaderingen gaan nochtans door op minder dan een kilometer afstand van de Belgische ministeriële kabinetten. Als regeringsleden spijbelen, dan sturen ze een diplomaat of een ambtenaar. Maar ook die zit daar dan in naam van de regering.

Is het nu A of B?

Toch zijn het precies de nationale politici die een neiging vertonen om Europa als een anoniem monster voor te stellen waar zij geen greep op hebben. In werkelijkheid maken ze er gewoon deel van uit. Ze proberen te ontsnappen aan de taak om uit te leggen wat voor beslissingen er gezamenlijk genomen zijn, waarom die eruitzien zoals ze eruitzien en wat hun rol was in de totstandkoming. Soms vinden politici het blijkbaar moeilijk om zich te verantwoorden voor hun betrokkenheid bij die besluiten, bijvoorbeeld omdat ze ingaan tegen hun campagnetaal. Dan laten ze maar uitschijnen dat Jean-Claude Juncker en zijn trawanten de boel beduvelen.

In 2013 fulmineerden Vlaamse en Franstalige socialisten tegen een verordening die lidstaten verplichtte om hun ontwerpbegroting voor te leggen aan de Europese Commissie. Ze vreesden dat dit zou leiden tot besparingen. De regering-Di Rupo, mét socialisten, had de beslissing aan de Europese onderhandelingstafel echter expliciet goedgekeurd.

Het zijn precies de nationale politici die de neiging vertonen om Europa als een anoniem monster voor te stellen waar zij geen greep op hebben. In werkelijkheid maken ze er gewoon deel van uit.

In 2016 maakte de N-VA van haar oren: het was onverantwoord om nog financiële steun aan Turkije te geven. Maar op hetzelfde moment stemde de Belgische regering, met de N-VA als grootste partij, in de Raad van Ministers wel in met dat geld voor Turkije.

Omgekeerd willen haast alle partijen meer energiebesparing, terwijl de Belgische regering aan de Europese tafel tegen een richtlijn stemde om hier werk van te maken. Recent vonden allerlei politici het schandalig dat Saudi-Arabië niet strenger werd aangepakt voor schendingen van de mensenrechten. Maar toen er een voorstel op tafel lag om het land op een zwarte lijst te zetten, heeft België zich daar, net als andere lidstaten, tegen verzet.

Mistig geleuter

Anders gezegd: de hele tijd door neemt "België" standpunten in over Europese dossiers. Achter het zwart-geel-rode vlaggetje zit een minister of een diplomaat die in naam van ons land tussenbeide komt, stemt, protesteert of boos wordt. "België", dat is de federale regering, samen met de regeringen van de deelstaten.

Als de partijen straks, na de verkiezingen, regeringen vormen, zullen zij mee bepalen wat er Europees wordt afgesproken, van de gevoeligste kwesties tot de kleinste details.

Het zou bijgevolg gek zijn om het thema "Europa" af te vinken na het debat tussen de lijsttrekkers voor het Europees Parlement. Europa’s toekomst wordt in even grote mate bepaald door de politici die straks in onze Vlaamse en federale regeringen zullen zitten.

Mogen we alstublieft weten wat ze daar gaan uitspoken, verdedigen of blokkeren? Welke compromissen willen ze aanvaarden? Waar gaan ze echt voor strijden? Zal het Europaluik in het regeerprogramma straks, zoals gewoonlijk, bestaan uit wat mistig geleuter en enkele vage algemeenheden? Of zullen de partijen zich duidelijk willen profileren? En vooral: zijn onze regeringen ook bereid om achteraf uitleg te geven? Of gaan ze blijven doen alsof ze weinig te maken hebben met wat er Europees wordt afgesproken?