Markante plekken: het Koninklijk Salon, het geheim van station Brussel-Centraal 

In de reeks "Markante plekken" gaat onze fotograaf Alexander Dumarey elke week op zoek naar een opvallende plaats met een verhaal. Soms bekend, soms vergeten. Soms druk, soms verlaten. Maar allemaal hebben ze een boeiende geschiedenis. Vandaag: het Koninklijk Salon in Brussel-Centraal.

Elke dag haasten duizenden reizigers zich voorbij een donkere, ietwat onopvallende deur in het station Brussel-Centraal. Weinigen beseffen het, maar achter de dubbele deur gaan enkele luxueuze ruimten schuil. Alleen het wapenschild met de leuze "L'union fait la force" geeft een hint over voor wie de deur bestemd was: de koning. De deur leidt immers naar een ruimte waar de vorst op de trein kon wachten: het Koninklijk Salon.

Ooit hadden vier Belgische stations een koninklijk salon: Brussel-Noord, Zuid en Centraal, en Oostende. De salons in Oostende en Brussel-Noord zijn verdwenen, dat in Zuid wordt gebruikt als vergaderzaal. Alleen het salon in Brussel-Centraal heeft zijn oorspronkelijke grandeur bewaard. 

Het station Brussel-Centraal is ontworpen door de architect Victor Horta, maar het salon is van de hand van zijn leerling, Maxime Brunfaut. Hij neemt de werkzaamheden aan het station in 1945 over van Horta. Het salon heeft twee ingangen: eentje op straatniveau, recht tegenover de Ravensteingalerij, en eentje een paar verdiepingen lager, op de tussenverdieping boven de sporen. Beide deuren zijn omgeven door een lijst van zwart graniet, de enige plaatsen waar dat materiaal gebruikt is in het station.

Tussen de straat en het salon loopt een traphal. De lift is afgewerkt met een laagje bladgoud en ooit lag er een rode loper op de trap. De muren van de gangen zijn met marmer bedekt. Dit is met veel aandacht gedaan, de tekening van de steen sluit mooi aan over de verschillende tegels.

Het salon wordt op 4 oktober 1952 tegelijk met het station door koning Boudewijn ingehuldigd. Het is de eerste en direct ook de laatste keer dat het salon als wachtruimte gebruikt wordt. Boudewijn zal er in de loop van de jaren 50 wel nog een aantal staatshoofden ontvangen, waaronder de sjah van Iran, de president van Argentinië en de keizer van Ethiopië.

Later raakt het salon volledig in onbruik, de deuren blijven gesloten. Het is pas bij de renovatie van het station in 2000 dat het salon opnieuw een functie krijgt. De architecten van het project gebruiken de ruimte acht jaar lang als bureau. Hierna wordt het salon sporadisch gebruikt voor theaterstukjes en lezingen. Ook wordt het een deel van de rondleidingen door het station. Ooit was het salon eigendom van het Hof, sinds 2007 is de NMBS ervoor verantwoordelijk. De koninklijke familie behoudt wel de mogelijkheid om het salon weer op te eisen.

Volg onze fotograaf op Instagram en Facebook