Een superminister is onze enige garantie voor een welverdiend pensioen

Onze pensioenen waren deze week volop verkiezingsnieuws. En terecht, vindt Philip Neyt. In deze opinie fileert hij de discussie over het verhogen van de wettelijke pensioenleeftijd. Zijn conclusie: een superminister dringt zich op om onze pensioenen veilig te stellen.

opinie
Philip Neyt
Philip Neyt is pensioenexpert en de voorzitter van de Belgische vereniging van pensioenfondsen

Pensioenen worden eindelijk een thema in deze verkiezingsstrijd. En terecht. Want er is wel wat aan de hand met ons pensioen.  Het wettelijk pensioen, de eerste pijler, is de laatste decennia sterk uitgehold. Voornamelijk sluipenderwijs: we zijn nu eenmaal collectief sterk gestegen in welvaart. De sterke welvaartstoename heeft systematisch het pensioen in een relatieve versnelling achteruit gezet. 

De realiteit vandaag rond pensioen is dat naast die eerste pijler, burgers steeds vaker een beroep doen op andere middelen om een pensioen veilig te stellen. Het eigen woningbezit is het voornaamste. Maar de meeste gepensioneerden dichten de kloof met het laatste verdiende arbeidsinkomen met een combinatie van bedrijfspensioen, pensioensparen en roerend vermogen, in het bijzonder het spaarboekje en de financiële beleggingen.  

Een ruwe rekensom leert ons dat dit om serieuze bedragen gaat. Om je rusthuis te financieren moet je je wettelijk pensioen aanvullen met een “spaarpot”. Die moet stevig zijn: je moet 6 procent van je loon gemiddeld opzij zetten gedurende je ganse loopbaan.

Een appeltje voor de dorst is geen luxe als het over pensioen gaat

Bovendien moet je dan nog behoorlijk rendement halen; 2% jaarlijks na inflatie wat in het huidig renteklimaat verre van eenvoudig is omdat je hiervoor risico moet nemen. Bovendien ben je nog onzeker hoe die “spaarpot” zal belast worden op het moment dat je hem nodig hebt op pensioenleeftijd… Om maar te zeggen: een appeltje voor de dorst is dus geen luxe als het over pensioen gaat.

Bovendien stelt men nu ook nog de betaalbaarheid van dit mager pensioen in vraag. Elke regering sleutelt wel met de kaasschaaf aan de structuur en parameters om de groei van de pensioenuitkering af te remmen of voert pensioenhervormingen door die slechts op lange termijn voldoende effect hebben.

Dat is niet de oplossing. Want we moeten breder durven kijken in dit debat dan pensioenen alleen. In essentie is het pensioenvraagstuk een afgeleid tewerkstellingsvraagstuk. Je kan niet over pensioenen discussiëren als je niet naar heel de arbeidsmarkt kijkt. Het is dus de volgende minister van Werk, eerder dan die van de pensioenen, die een échte impact zal hebben op onze uitdagingen. Immers, de cruciale beleidsbeslissingen die op korte en middellange termijn onmiddellijk impact kunnen hebben op de pensioenen komen vandaag toe aan de minister van Werk.

In essentie is het pensioenvraagstuk een afgeleid tewerkstellingsvraagstuk

Het echte debat is eigenlijk het arbeidsmarktbeleid. Waarom werken de Zweden 7 tot 8 jaar langer dan de Belgen en waarom werkt 75 procent van de Zweden tussen 60 en 65 jaar en bij ons nauwelijks 30 procent? Het antwoord zit hem in het feit dat de Zweden gewoon helemaal anders hun loopbaan beleven

Arbeidsintensieve economische groei is de sleutel. Veel belangrijker dan de pensioenleeftijd “an sich” is dus de invulling en de duur van de beroepsloopbaan. Vaak wordt de verhoging van de pensioenleeftijd geopperd met als ultiem doel om mensen die onvoldoende loopbaanjaren hebben langer aan de slag te houden.

De onzin van de absolute leeftijd

Maar die fetisj op een absolute leeftijd is natuurlijk onzin. Als voldaan is aan de “loopbaanduur”, waarom is dan geen flexibele pensioenleeftijd mogelijk? En waarom niet een stuk keuzevrijheid? Waarom moet een arbeider die vroeg is gestart met zijn loopbaan op dezelfde datum op pensioen gaan als een hogeropgeleide die veel later met zijn beroepsloopbaan is gestart? En waarom kan geen pensioenbonus en -malus voor zij die langer of minder lang werken dan de loopbaanduur voor een volledig pensioen?

Veel belangrijker dan de pensioenleeftijd “an sich” is dus de invulling en de duur van de beroepsloopbaan

Het systeem is eenvoudig en helder: zij die dan langer werken krijgen een “pensioenbonus”, omdat ze dan ook langer RSZ-bijdragen betalen, en zo het systeem onderstutten. Zij die onvoldoende loopbaan hebben, krijgen een “pensioenmalus”. Als je immers 5 loopbaanjaren mist voor een volledig pensioen, en je dus eigenlijk 5 jaar te vroeg met pensioen gaat, komt dit overeen met een extra kost van 60.000 euro voor de overheid, zonder rekening te houden met de 5 jaar RSZ-inkomsten die de overheid verliest op je loon in die 5 jaar zou je wel gewerkt hebben.

In de kering kan dit uiteraard tellen, maar tegelijk zit er een hoge graad van rechtvaardigheid in ten opzichte van de maatschappij. En meteen is de echte discussie over zware beroepen dan herleid tot de vraag hoeveel men zo’n "malus" mildert voor zware beroepen.

Maar misschien is het belangrijkste effect van zo’n maatregel niet het negatieve, het "bestraffende", maar het stimulerende effect: als je meer werkt dan de loopbaanvereiste voor een volledig pensioen kan je rekenen op een pensioenbonus. Want dan draag je ook langer bij en in de jaren dat je bijdraagt geniet je niet van een uitkering. Wie heeft daar iets op tegen?

Langer werken kan je niet opleggen, want dwang kan ertoe leiden dat mensen die uitgeblust zijn in burn-outsituaties of in de ziekteverzekering belanden

Verschillende studies tonen overigens aan wat iedereen met gezond boerenverstand ook weet:  langer werken kan je niet opleggen, want dwang kan ertoe leiden dat mensen die uitgeblust zijn in burn-outsituaties of in de ziekteverzekering belanden. Dit is overigens behoorlijk massaal gebeurd de afgelopen vijf jaar. 

Het duurzaam maken van de arbeidsgeschiktheid

Een écht doortastend arbeidsmarktbeleid is dus nodig; het duurzaam maken van de arbeidsgeschiktheid. Met daarbij een focus op het aanleren van nieuwe vaardigheden door de digitale transformatie. Doorgedreven inzetten op reskilling en levenslang leren.  

Ook de mobiliteit van job naar job en van werkloosheid of inactiviteit naar werk moet onder de loep genomen worden. Is ons loonvormingsmechanisme in het algemeen een hinderpaal voor deze transities? En hoe kunnen de arbeidsrechtelijke regels en de regels in de sociale zekerheid er voor zorgen dat mensen vlugger, vlotter en duurzamer kunnen worden heringeschakeld in de arbeidsmarkt?

Het zijn allemaal vragen die op het eerste zicht niet direct te maken hebben met de pensioendiscussie, maar in werkelijkheid door en door verweven zijn met de centrale vraag: "Hoe houden we mensen langer in een loopbaan?".

Het antwoord is dat we een gigantische krachttoer nodig hebben op de arbeidsmarkt. Pensioen, wonen, zorg én arbeidsmarktbeleid vergen één globale en gecoördineerde aanpak. Dus waarom in de volgende regering niet één superminister voor Werk én Pensioenen, die op doorgedreven manier dit probleem aanpakt?

De overheid moet staalharde garanties geven dat de spaarpot van de  2e, 3e en 4e pijler niet wegbelast wordt

De financiering van onze wettelijke pensioenen moet een voldoende draagvlak hebben en houden. Maar dit kan alleen door een uitgebalanceerde visie op de levensloop van loopbanen. Dit zal een engagement zijn van iedereen, werkgever en werknemers, en een overheid die voldoende flankerende maatregelen neemt en een gecoördineerde aanpak heeft.

Natuurlijk heeft de burger zelf meer dan genoeg verantwoordelijkheidsbesef en heeft hij zelf ondertussen “zijn eigen” weg gekozen om zijn pensioen aan te vullen via een som van 2e, 3e en 4e pijler en in heel veel gevallen de eigen woning. Dit geeft hem houvast: kan je hem of haar ongelijk geven?

In die zin moet de overheid staalharde garanties geven dat deze spaarpot niet straks wegbelast wordt. In plaats van naar die fiscale pleisters te grijpen, om de eigen financiële problemen van de overheid op te lossen, rust er een verpletterende verantwoordelijkheid op de schouders van onze beleidsmakers voor ons welzijn en welbevinden. De mensen hebben recht op een duurzame oplossing, en zekerheid rond hun zuur verdiende pensioen.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.