"Een gezichtsreconstructie is een combinatie van wetenschap en creativiteit", zegt professor Poblome. © Sagalassos Archaeological Research Project - Bruno Vandermeulen & Danny Veys

Archeologen reconstrueren twee eeuwenoude gezichten in Turkije

Het verleden recht in de ogen kijken. Meestal blijft het enkel bij beeldspraak, maar archeologen Jeroen Poblome en Sam Cleymans van de KU Leuven hebben het werkelijk gedaan.  Samen met de universiteit van Burdur  in Turkije hebben ze de gezichten gereconstrueerd van twee eeuwenoude inwoners van Sagalassos, die ze Rhodon en Eirènè genoemd hebben.

Al dertig jaar bestuderen KU Leuven-onderzoekers de stad Sagalassos. Laagje per laagje reconstrueren ze het verleden van deze antieke stad in het huidige Turkije

"Sagalassos is een archeologische site ongeveer een honderdtal kilometer ten noorden van Antalya. Het is een fantastische plek op de wereld. De KU Leuven voert er al 30 jaar onderzoek. Qua toerisme is het groeiende. Ik kom juist vandaar en op één dag waren er bijna 800 bezoekers", vertelt archeoloog Jeroen Poblome.

"Waar we de laatste jaren mee bezig zijn geweest is de gewone man naar voren brengen. Hoe leefde de gemeenschap? Hoe woonden ze? Hoe werkten ze? Wat aten ze? Dat hebben we allemaal onderzocht. Alleen ontbrak er nog één iets: hoe zagen ze eruit?." 

“Rhodon en Eirènè zijn het resultaat van wetenschappelijke nieuwsgierigheid”, zegt professor Poblome. “Als directeur van het Sagalassos Archaeological Research Project heb ik altijd de ambitie gehad om het dagelijkse leven in Sagalassos beter in beeld te brengen. Archeologen zijn vaak bezeten door superlatieven – de eerste, de grootste, het mooiste – maar ons onderzoek richt zich bewust op het leven van de doorsnee man en vrouw. Deze gezichtsreconstructies passen perfect in die visie. Rhodon en Eirènè geven een gezicht aan het jarenlange onderzoek op de site. Ze zijn de kers op de taart.”

De 'lage agora' van Sagalassos in 2005. Tijl Vereenooghe/Wikimedia Commons/CC BY-SA 2.5

De opgraving

Het startpunt van de reconstructie is – logischerwijze – de opgraving van de menselijke resten op de archeologische site. “In Sagalassos hebben we tot nu toe 188 skeletten opgegraven, maar slechts een vijftal schedels kwamen in aanmerking om een reconstructie op te baseren”, zo zegt Poblome in een persmededeling van de KU Leuven. 

“Het skelet van Eirènè is al in 1995 gevonden onder leiding van het onderzoeksteam van mijn voorganger Marc Waelkens. Haar laatste rustplaats bevond zich op een grafveld rondom een kapel. De stoffelijke resten van Rhodon ontdekten we op de laatste dag van de opgravingen in 2016. Hij lag begraven in een bakstenen grafkamer die deel uitmaakt van een groter complex met meerdere graven. Volgens ons onderzoek behoren die waarschijnlijk toe aan één familie. Beide skeletten waren vrijwel volledig en goed bewaard.” 

De onderzoekers met hun creaties: (vlnr) Rhodon, professor Jeroen Poblome, Eirènè en postdoctoraal onderzoeker Sam Cleymans.. © KU Leuven - Rob Stevens

Twee levensverhalen

Hun levens hebben zich dan wel afgespeeld op dezelfde plaats, maar hun paden hebben elkaar nooit gekruist. Rhodon leefde aan het begin van de derde eeuw na Christus. Op dat moment was Sagalassos een provinciestad in het Romeinse Keizerrijk. Eirènè leefde tussen de elfde en dertiende eeuw na Christus, in het Byzantijnse Sagalassos. De stad was drastisch veranderd, onder meer door een zware aardbeving in de zevende eeuw, maar ze bleef wel belangrijk als militair, administratief en kerkelijk centrum. 

De begraafplaatsen en skeletten geven de onderzoekers meer inzicht in het leven van deze bewoners. “We schatten dat de Romeinse man ouder dan vijftig jaar was bij zijn overlijden”, zegt postdoctoraal onderzoeker Sam Cleymans. “Uit zijn begraafplaats kunnen we afleiden dat zijn familie tot de middenklasse behoorde. Zo vonden we enkele mooie grafgiften: een epistomion – een gouden blaadje dat op de mond van de overledene werd gelegd – gedecoreerd met de afbeelding van een bij, en een vergulde bronzen ring.” 

“De stoffelijke resten tonen aan dat de man fysiek een zwaar leven achter de rug had. We stelden verschillende gewrichtsaandoeningen en botbreuken vast. De ouderdom speelt uiteraard een rol, maar ook de fysieke arbeid in een lastig landschap met veel hoogteverschillen heeft duidelijk een impact gehad op zijn lichaam.” 

Voor de Byzantijnse vrouw zijn er minder aanknopingspunten. Naar schatting was ze tussen 30 en 50 jaar toen ze aan haar einde kwam. Er werden minder gewrichtsaandoeningen vastgesteld, wat mogelijk te verklaren is door haar jongere leeftijd. In vergelijking met de Romeinse man was haar begraafplaats ook een stuk soberder, wat aansluit bij de christelijke tradities in de Midden-Byzantijnse periode. 

“Ook al was het lichaam van Rhodon erg toegetakeld, toch kunnen we stellen dat in Sagalassos de gemiddelde Romein gezonder was dan de gemiddelde Midden-Byzantijn”, zegt Cleymans. “Volgens ons onderzoek komt dat doordat de publieke infrastructuur beter was uitgewerkt in de Romeinse periode. Zo waren er publieke toiletten en badhuizen die de persoonlijke hygiëne bevorderden en via aquaducten en fonteinen was er toegang tot zuiver water. De stedelijke infrastructuur speelde een belangrijke rol in de volksgezondheid van Romeins Sagalassos.” 

Op een rijtje: Jeroen Poblome, Rhodon, Sam Cleymans en Eirènè. © KU Leuven - Rob Stevens

Gezichtsreconstructie

"Zo hebben we twee gezichten gereconstrueerd van inwoners van Sagalassos. We hebben gekozen voor een Romein uit de derde eeuw na Christus en een dame uit de elfde tot dertiende eeuw na Christus", vertelt Jeroen, "De opgravingen van hun skeletten gebeurden in 1995 en 2016." 

De gezichtsreconstructie bestaat uit twee stappen, legt archeoloog Sam Cleymans uit: "Eerst hebben we de schedels ingescand met een 3D-scanner. Daarna werd er een digitale reconstructie gedaan. Daarmee werd de vorm van het gezicht, neus, mond, en ogen duidelijk. Dit is met 75 procent nauwkeurigheid. En dan moesten wij creatief zijn. De kleur van de haren, ogen en huidskleur moesten bepaald worden en daarvoor baseerden we ons vooral op de hedendaagse bevolking." 

De meeste bewoners van Ağlasun, de gemeente waar de site zich bevindt, hebben bruine ogen, donkerbruin haar en een eerder lichte huidskleur. Dat is het dan ook geworden voor Rhodon en Eirènè. 

Voor het kapsel en de baardsnit baseerden de onderzoekers zich op historische bronnen. “Uiterlijk vertoon was zeker niet onbelangrijk in de Romeinse tijd. IJdelheid is de Romeinen niet vreemd: zo weten we uit geschreven bronnen dat mannen het doorgaans niet fijn vonden om kaal te zijn. Het schoonheidsideaal voor de Romeinse mannen in de twee eeuw na Christus is gebaseerd op Keizer Hadrianus. Daarom kreeg Rhodon relatief kort haar en een verzorgde baard”, zo zei Cleymans.

“In de Byzantijnse periode besteedde de doorsnee bevolking minder aandacht aan uiterlijk vertoon. Bescheidenheid en soberheid waren de norm. Uit de beperkte beschrijvingen en afbeeldingen kunnen we afleiden dat vrouwen meestal kozen voor lang haar, los of in een lange vlecht. Voor Eirènè kozen we voor los haar met een dunne vlecht.”

Een aantal kunstvoorwerpen uit Sagalassos in het museum van Burdur. Ben Pirard/Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

Belle en het beest

De twee individuen  kregen de naam Rhodon en Eirènè, maar al snel werden ze Belle en het beest genoemd: "Die vergelijking werd inderdaad snel gemaakt. De man is iets ouder, met veel haar en een baard. De vrouw was verbazend genoeg vrij aantrekkelijk", lacht Sam.  

Vanaf 25 mei zijn de gezichtsreconstructies te bewonderen op een tentoonstelling in de Universiteitsbibliotheek in Leuven. Daarna keren de gezichten terug naar hun thuisland, Turkije. 

Een emotioneel afscheid wordt dat blijkbaar niet. “Eens een voorwerp achter de vitrine belandt, is het een beetje ‘dood’ voor ons”, lacht Jeroen Poblome. “De gezichten horen thuis in hun historische context. In het najaar start in Istanbul een grote overzichtstentoonstelling over Sagalassos en daarna krijgen de gezichten een permante plaats in het Museum van Burdur. Maar mocht de rector het vragen, dan maken we met plezier twee replica’s voor zijn kantoor.”