AFP PHOTO/JOSE CENDON

Stuurt België een signaal -en minder ontwikkelingsgeld- naar Rwanda?

Het nieuwe zogenoemde "samenwerkingsprogramma" met Rwanda, met een looptijd van vijf jaar (2019-2023), beschikt over 120 miljoen euro. Dat heeft de regering vlak voor de paasvakantie in een korte mededeling bekendgemaakt. Maar er is iets merkwaardigs aan de hand met dat afgesproken budget: het is amper de helft van wat er beschikbaar was in de voorgaande jaren. Een officiële verklaring daarvoor komt er niet.

In de geschiedenis van de Belgische ontwikkelingssamenwerking is een halvering van het budget voor een zogenoemd concentratieland nooit eerder voorgekomen. Het gebeurt wel af en toe dat het beschikbare geld niet uitgegeven kan worden omdat een militaire of politieke crisis het normale ontwikkelingswerk blokkeert. In de regio van de Grote Meren (Congo, Rwanda, Burundi) was dat de afgelopen decennia niet ongewoon.

Maar na de genocide en de oorlog van 1994 was de samenwerking met Rwanda weer helemaal op kruissnelheid gekomen. De afgelopen vijftien jaar steeg de jaaruitgave van officieel Belgisch ontwikkelingsgeld voor het getormenteerde landje zelfs eens tot meer dan 57 miljoen euro. Gewoonlijk schommelde het tussen 30 en 40 miljoen. Dergelijke schommelingen zijn niet ongewoon. Ontwikkelingssamenwerking werkt met meerjarige programma's en projecten. Die besteden niet elk jaar exact evenveel. En dan schrapt de minister plots de helft.

Na de genocide en de oorlog van 1994 was de samenwerking met Rwanda weer helemaal op kruissnelheid gekomen

Voor het vorige, pas afgelopen, samenwerkingsprogramma (2015-2018), over vier jaar dus, was er 160 miljoen euro beschikbaar plus een mogelijke bonus van nog eens 40 miljoen als Rwanda verbeteringen zou boeken op het vlak van democratisering en persvrijheid. Minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo heeft die bonus niet willen uitkeren, tot grote ergernis van het Rwandese regime.

In totaal was er dus 200 miljoen euro Belgisch geld beschikbaar, gemiddeld 50 miljoen euro per jaar, zoveel als er de afgelopen tien jaar gemiddeld is uitgegeven. Dat betekent dat de noden er waren (en zijn) met voldoende goede projecten en programma's. Dat is in andere ontwikkelingslanden niet altijd het geval maar in het strak beheerde Rwanda wel.

Toch wordt het beloofde pakket geld vanaf dit jaar dus gehalveerd tot gemiddeld 24 miljoen per jaar, zijnde 120 miljoen over vijf jaar.

Waarom werd de bonus niet toegekend?

De afgelopen jaren zitten er alsmaar meer krassen op de relatie tussen het dictatoriale Rwanda en de gulle Westerse partners. Ondanks de massale Westerse hulp na de genocide en de oorlog van 1994 is de ongelijkheid tussen rijk en arm in Rwanda alleen maar toegenomen. Die is nu dubbel zo groot als in de periode voor 1990, toen de oorlog begon. Adviseurs bij de Europese Commissie wijzen erop dat de overdadige hulp in de afgelopen twintig jaar eerder het Rwandese regime en de elite versterkt heeft dan de bevolking.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt trouwens dat de landbouwpolitiek van het huidige Rwandese regime vooral ten gunste komt van de handelaars uit de steden en niet van de eenvoudige boerenfamilies op de heuvels. Op verschillende plaatsen in het binnenland heerst er hongersnood al is die, volgens de autoriteiten, te wijten aan de moeders "die niet weten hoe ze hun kinderen moeten voeden" (sic). Mogelijk heeft dit alles een rol gespeeld bij de opmerkelijke Belgische ingreep in het budget.

Volgens cijfers van de Rwandese overheid, overgenomen door de Wereldbank, zou de armoede drastisch verminderd zijn in de afgelopen vijftien jaar. Maar die gegevens worden met de cijfers in de hand betwist door academici.

Het beeld van een vooruitstrevend Rwanda dat sneller groeit dan welk ander Afrikaans land ook en tegen 2020 een middelinkomen-land moest zijn geworden, vertoont dus zware barsten.

Het is geen toeval dat het regime graag uitpakt met de moderne hoofdstad Kigali en het luxetoerisme terwijl de bittere armoede op de heuvels verborgen blijft voor de buitenwereld. Van enige opening van de politieke ruimte en de vrijheden is daarenboven nauwelijks sprake. Dat was ook de reden waarom België de bonus van 40 miljoen euro onder het vorige samenwerkingsprogramma niet toegekend heeft.

Alexander De Croo

"Gewijzigde budgettaire context"

Een duidelijke verklaring voor de daling van het ontwikkelingsgeld geeft minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo niet, ondanks herhaaldelijk aandringen. Zijn woordvoerder verwees alleen naar "de gewijzigde budgettaire context".

Het klopt dat de Belgische ontwikkelingssamenwerking de afgelopen jaren mee heeft moeten besparen, al blijft het totale pakket uitgegeven Belgisch geld aan ontwikkelingssamenwerking al tien jaar lang redelijk stabiel: iets meer dan 1 miljard euro per jaar. Maar een halvering van het beschikbare budget voor één bepaald land is wel bijzonder drastisch en ongewoon. 

Een antwoord op de vraag over de halvering van het Belgisch ontwikkelingsbudget komt er dus niet. De vraag blijft dus hangen of dit een politiek signaal is. En of dat signaal in Kigali aankomt.

"Donor darling" Rwanda

Opmerkelijk is alvast dat het hoofd van de Belgische ontwikkelingssamenwerking in Kigali bij de voorstelling van de plannen voor de komende jaren in alle talen (letterlijk) zwijgt over de forse inkrimping van zijn budget. Wel integendeel. In een interview met een lokaal televisiestation suggereert hij zelfs dat het jaarbudget zou stijgen, wat dus niet klopt. Deze kwestie mag duidelijk de ogenschijnlijk rimpelloze relaties tussen België en Rwanda niet verstoren.

Hoe dan ook was Rwanda de afgelopen decennia de lieveling ("donor darling", heet dat) van de westerse donoren, ook van België. Terwijl Rwanda gemiddeld zo’n 50 miljoen euro Belgisch geld per jaar kreeg, was dat voor het zeer vergelijkbare Burundi niet eens 40 miljoen euro.

In totaal krijgt Rwanda, van alle donoren samen, de afgelopen jaren telkens meer dan 1 miljard dollar. Voor Burundi is dat minder dan de helft. En nog een opmerkelijk cijfer: per hoofd van de bevolking kreeg Rwanda in 2017 bijvoorbeeld meer dan 100 dollar, voor Burundi was dat amper 40 dollar, minder dan de helft.