Beeld: Herman Heijenbrock 1890

De glorie en het lange verval van de Britse staalindustrie

Het faillissement van British Steel heeft ongetwijfeld te maken met de nakende brexit, maar mogelijk heeft die enkel de ondergang van een groot deel van de Britse staalindustrie versneld. Want de staalsector over het Kanaal is al langer een kopzorg.

Het was ooit anders: Groot-Brittannië nam eind de 18e eeuw de koppositie van de Industriële Revolutie die zich over een groot deel van de wereld zou uitstrekken. Staal zou daarin een grote rol spelen en het uitrollen van grote gebouwen, fabrieken, bruggen, treinen en spoorwegen, schepen en modern wapentuig mogelijk maken. 

Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved.

Heel kort samengevat wordt ijzererts onder hoge temperatuur ontdaan van onzuiverheden zoals silicium, fosfor en overtollig koolstof en worden materialen zoals mangaan, nikkel of chroom toegevoegd, al naargelang het soort staal dat men wil bekomen. Nu was staal al vanaf de 11e eeuw bekend in China, Japan en India en later ook in Europa, maar pas midden de 19e eeuw ontdekte de Engelsman Henry Bessemer het naar hem genoemde procedé om goed staal op grote schaal te produceren.

Groot-Brittannië nam de "poleposition" in de staalindustrie in, maar werd snel gevolgd door Frankrijk, Duitsland en de Verenigde Staten, en de Britten voerden al snel staalproductie in in hun kolonie India. De verspreiding van staaltechnologie over de wereld en de uiteenrafeling van het Britse imperium na de Tweede Wereldoorlog deed de afzetmarkt voor Brits staal echter fors slinken.

Naar een gigant: British Steel, en dan?

In de jaren 50 miste het Verenigd Koninkrijk de trein van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), de pionier van de Europese eenmaking. De naamgeving toont aan hoe belangrijk kolen en staal toen nog waren.

Labour-premier Harold Wilson dacht in 1967 het wondermiddel gevonden te hebben om de Britse staalindustrie te redden, toen hij 14 staalbedrijven nationaliseerde en samensmolt in British Steel Corporation (BSC), toen goed voor 90 procent van de Britse staalproductie. De trein van stakingen nadien toonde aan dat het niet werkte. Van de weeromstuit begon de Conservatieve premier Margaret Thatcher met het omgekeerde en in 1988 werd British Steel geprivatiseerd en werd het een belangrijk onderdeel van de FTSE-100, de beursindex van Londen.

De schaalvergroting ging verder en in 1999 fuseerde British Steel met Koninklijke Hoogovens uit Nederland tot Corus, toen de grootste staalgroep van Europa en de derde in de wereld. U herinnert zich misschien nog die andere megafusie kort nadien: die waaruit de absolute staalkampioen ArcelorMittal zou ontstaan. 

A passage to India?

Dat gigantisme van steeds grotere staalgroepen was deels een gevolg van de enorme groei van de Chinese staalindustrie, die geleidelijk de globale staalmarkt zou gaan domineren en grotendeels verantwoordelijk is voor de huidige overcapaciteit en overproductie. 

Dat een gigant als Corus in 2007 overgenomen werd door de Indiase groep Tata Steel was daar deels een antwoord op, maar ook de Indiërs konden het tij niet keren. In 2016 viel het verdict: Tata wou af van de Britse filialen en even dreigde een sluiting. Zo ver kwam het niet: Tata Steel behield de grote site van Port Talbot in Wales en bleef zo de nummer 1 op de Britse markt. De rest werd voor een symbolisch pond "weggeschonken" aan de investeringsgroep Greybull Capital. 

Greybull herdoopte die afdeling opnieuw tot British Steel en even leken de meer dan 4.000 banen gered. Toen verzonk het VK in het brexitmoeras en was het brutaal afsluiten van de Europese eenheidsmarkt en de EU-handelsakkoorden met andere blokken in de wereld niet langer ondenkbaar. Wellicht heeft dat British Steel nu de das omgedaan. Hoe het nu verder moet, is niet duidelijk: recepten zoals nationaliseren, fuseren, afstoten en zo meer zijn al uitgeprobeerd, zonder succes. Een inkrimpen van British Steel lijkt wel de minst slechte optie. 

Aantal werknemers in Britse staalsector:

  • 1967: 270.000 (nationalisering onder Wilson)
  • 1980: 142.000
  • 1988:  52.000 (privatisering onder Thatcher)
  • 2000: 30.000