Video player inladen ...

De financiering van het minimum­pensioen volgens SP.A: wie zal hoeveel moeten betalen?

Zullen de plannen van de SP.A om een minimumpensioen van 1.500 euro te financieren veel meer mensen raken dan de SP.A wil toegeven? Kamerlid Vincent Van Quickenborne (Open VLD) waarschuwt daarvoor tijdens een debat in "KIES19" op Radio 1. SP.A-voorzitter John Crombez bestrijdt dat. Hoe zit de vork echt in de steel?

Dat het pensioendebat heel gevoelige materie is, bleek vanmorgen eens te meer tijdens een discussie in "KIES19" tussen Vincent Van Quickenborne (Open VLD) en John Crombez (SP.A). Volgens Van Quickenborne dreigt een aantal gepensioneerde leraren in het secundair onderwijs in de SP.A-plannen mee te moeten opdraaien om het minimumpensioen tot 1.500 euro te kunnen optrekken. Ook wie aan pensioensparen doet, zou moeten inleveren.

"Een van de voorstellen is pensioensparen. 2,5 miljoen Belgen doen dat vandaag", zegt Van Quickenborne. "Dat zijn mensen die per jaar 1.000 euro aan de kant zetten om te sparen. SP.A zegt dat we dat gaan halveren naar maximum 600 euro per jaar." Ook bij de hogere pensioenen dreigen volgens hem meer mensen geld te moeten ophoesten. "John zegt dat we de hogere pensioenen wat meer gaan vragen. In de definitie van SP.A is dat 3.500 euro bruto, netto 2.200 euro netto."

Lees verder onder de tweet:

Klopt niet, zegt John Crombez. "Momenteel gaat twee derde van het belastinggeld dat we voor het pensioensparen geven naar de banken. We doen twee dingen: we verlagen dat plafond maar we verlagen ook de kosten die de mensen aan de banken moeten betalen, waardoor de mensen evenveel overhouden."

Ook de bewering van Van Quickenborne dat sommige leraars hun pensioen zullen zien verminderen, klopt volgens Crombez niet. "In ons voorstel is het zo dat de solidariteitsbijdrage omhoog gaat voor de hoogste pensioenen. In het voorstel dat we nu hebben, is het netto alles wat boven de 3.500 gaat."

Wie wordt nu écht de klos?

Het SP.A-programma leert ons dat de verhoging van het minimumpensioen op 3 manieren zou worden gefinancierd. Het grootste deel komt uit de algemene middelen, een deel komt van het afromen van de beheerskosten voor het pensioensparen bij de banken en een deel komt van een verhoging van de solidariteitsbijdrage van de hoogste pensioenen.

De discussie tussen Open VLD en SP.A spitst zich toe op die solidariteits­bijdrage. Zullen sommige gepensioneerde leraren inderdaad moeten inleveren, zoals Open VLD zegt? Niet echt, blijkt uit navraag bij het Planbureau. Wie een wettelijk pensioen van 3.500 euro bruto heeft, zou per indexering de helft van die verhoging van 2 procent niet krijgen. Voor een brutopensioen van 4.000 euro zou de indexverhoging 0,5 procent in plaats van 2 procent bedragen. De brutopensioenen van 4.500 en meer zouden niet meer worden geïndexeerd. Geen directe inlevering dus, maar wel koopkrachtverlies omdat die pensioenen de verhoging van de consumptieprijzen maar gedeeltelijk of niet volgen.

De brutopensioenen van 4.500 euro per maand worden in de SP.A-plannen dus volledig afgetopt. "Die 4.500 euro bruto betekent 3.500 netto", verduidelijkt John Crombez aan VRT NWS.

Over hoeveel gepensioneerden gaat het?

Uit cijfers van de Federale Pensioendienst blijkt dat in 2018 amper 683 gepensioneerde werknemers een wettelijk brutopensioen van meer dan 3.125 euro kregen.

Bij de ambtenarenpensioenen ligt dat anders. In januari 2017 waren er  28.151 pensioenen tussen 3.500 en 4.000 euro bruto, 13.257 tussen 4.000 en 4.500 euro en 18.133 van 4.500 euro en meer.

Volgens Crombez zullen ook de groepsverzekeringen onder de SP.A-regeling vallen. Uit vierjaarlijks onderzoek van adviesverlener Aon van eind 2017 blijkt dat werknemers op hun pensioenleeftijd gemiddeld 130.000 euro krijgen. Dat betekent gemiddeld 326 extra pensioen per maand.