Aanpassing Brusselse Ring niet voor morgen, maar fietsen naar Brussel wordt binnenkort wel makkelijker

Vlaams Minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) heeft een pakket maatregelen voorgesteld rond de weg-, fiets- en traminfrastructuur tussen Brussel en de Vlaamse rand. “Stap voor stap nemen we de hele R0 onder handen”, zegt Weyts. Voorlopig gaat het vooral om investeringen in openbaar vervoer en de fiets, zo blijkt. De start van de aanpak van de bestaande ringweg R0 kan pas over een paar jaar, wanneer alle procedures klaar zijn. 

De focus van de Vlaamse regering in de aanpak van het verkeersinfarct op de Brusselse ring en in de Vlaamse rand ligt momenteel begrijpelijkerwijze aan de noordkant van de stad, pakweg tussen Zaventem en Groot-Bijgaarden. De overheid kijkt naar opties om de capaciteit van de ring aan te passen om files terug te dringen. Tegelijkertijd wil ze de honderdduizenden pendelaars naar de hoofdstad en in de rand ook aanzetten om in plaats van de auto de fiets te gebruiken.

Snellere fietsverbindingen naar Brussel

Niet alleen in het noorden maar ook in de oostrand zijn er knelpunten. Dat is het gebied rond Wezembeek, Overijse en Groenendaal. Vorige week keurde de regering een pakket maatregelen goed om in die regio versneld comfortabele fietspaden aan te leggen. Dit zijn vooral fietspaden en overgangen die gebouwd zullen worden in de buurt van beruchte kruispunten, zoals het Vier-Armenkruispunt, het Leonardkruispunt, het toekomstige complex aan de Brabandtlaan op de E411 (vlakbij Jezus-Eik) en het Groenendaalkruispunt. Veel fietsers zien vandaag van een tocht naar Brussel af omdat het oversteken van die knelpunten soms een hel is. 

Zullen de fietsverbindingen naar Brussel er heel snel liggen? Neen, helaas. Ook al is het aanleggen van fietspaden wat makkelijker dan het verbreden van wegen, toch moet de overheid een hele reeks procedures doorlopen om een bouwvergunning te krijgen. Het kan dus enkele jaren duren. Intussen probeert de Vlaamse overheid ook de autopuzzel van het Leonardkruispunt op te lossen. Jaren geleden schrapte de Vlaamse overheid enkele aansluitingen tussen de E411 en de R0. Maar dat veroorzaakt sluipverkeer in de omliggende gemeenten. Doel is om die aansluitingen te herstellen, via bruggen of tunnels, dat is nog niet beslist. Maar het geld is er dus wel.

“3 miljard voor de noordelijke ring”.

Mooi, er is 3 miljard voor de noordelijke ring. Maar dat was eigenlijk al eerder aangekondigd. Waar gaat dat geld eigenlijk naar toe? Marijn Struyf van “De Werkvennootschap”, dat voor de Vlaamse overheid een groot deel van de werken aan de Ring Brussel coördineert, verduidelijkt dat 120 miljoen Euro bestemd is voor de aanleg van fietspaden en 600 miljoen Euro voor het zogenaamde Brabantnet. Dat gaat o.m. om de ringtrambus van het UZ Jette tot Zaventem en om de bouw van de tramlijn Willebroek-Brussel. Het gros van het geld gaat naar de aanpassing van de Brusselse ring.

Wanneer begint de aanpassing van de ring?

Het is logisch dat de overheid een versnelling hoger schakelt voor nieuwe fietsinfrastructuur naar Brussel. Zo biedt ze op iets kortere termijn oplossingen voor (toekomstige) pendelaars. Want een aanpassing van de R0 is nog niet voor morgen. En ook niet voor overmorgen. De Vlaamse overheid heeft in Antwerpen haar lesje geleerd: als je burgers, actiegroepen en lokale besturen niet tijdig betrekt bij grote infrastructuurprojecten dan krijg je later in de vorm van rechtszaken of andere procedures de rekening dubbel gepresenteerd. Daarom gaan de overheid en De Werkvennootschap rond Brussel zéér zorgvuldig te werk. Alle plannen worden grondig doorgesproken. Maar dat vergt natuurlijk tijd.

Bovendien is het Brussels Gewest een érg koele minnaar van de aanpassing van de ring. In haar ogen betekent een aanpassing een verbreding. Dat kan extra autoverkeer richting de hoofdstad aantrekken en dat wil Brussel nu net niét. Daarom onderzoekt de Werkvennootschap momenteel drie varianten voor de aanpassing: één met een volledige parallelstructuur voor doorgaand en lokaal verkeer, een light versie daarvan, met minder opritten, en een variant zonder parallelwegen maar met een stadsboulevard aan één kant van de ring. In alle varianten rekent de Werkvennootschap ook de verkeerseffecten van bus- en carpoolstroken door.

R0 Oost bij Zaventem: nog een lange weg te gaan.

Aan de oostkant van Brussel, bij Zaventem, is een zogenaamde streefbeeldstudie afgerond. Die verheldert hoe de ring maar ook alles errond er op termijn zou kunnen uitzien. Daarna volgt een milieueffectenrapportage. Die is pas klaar in 2020. Daarna volgt nog een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP). En dan pas komt eventueel een bouwvergunning. In elke fase kunnen belanghebbenden opmerkingen bezorgen, of – als de plannen hen alsnog niet zinnen - juridische procedures starten. De “schup in de grond” zal dus nog minstens een paar jaar duren. 

R0 West tussen Strombeek en Zellik: nog een véél langere weg te gaan.

De Brusselse ring tussen Wemmel en Zellik – volgens cijfers van Vlaamse overheid het meest verzadigde wegvak van ons land - loopt deels over het grondgebied van het Brussels Gewest. En daar ligt ook het kwetsbare Laarbeekbos. In deze zone is er nog helemaal geen politiek akkoord tussen Brussel en Vlaanderen over wat er moet gebeuren. Brussels minister pascal Smet liet weten dat hij liever geen extra gebruik van ruimte ziet. Minstens het stuk van het Laarbeekbos zou ook overkapt moeten worden. Net zoals in Antwerpen dus.

De Vlaamse regering beseft heel goed dat een akkoord met de Brusselse overheid noodzakelijk is om het volledige project van de aanpassing van de R0 te realiseren. Het gaat dus niet op om cavalier seul aanpassingen uit te voeren aan de kant van Zaventem om daarna bij Brussel aan te kloppen voor compromissen voor het stuk tussen Wemmel en Zellik. Samen uit, samen thuis, zo lijkt het. En daarom stelde de Vlaamse regering in een document https://www.vlaanderen.be/nbwa-news-message-document/document/0901355780278569 vorige week ook voor om op het politieke niveau tussen de twee gewesten een “Samenwerkingscomité op te richten” en zegt ze dat “bij voorkeur een gemeenschappelijke studie wordt opgestart” over de verkeersproblemen in Brussel en de rand. Dat is ongetwijfeld hoog tijd. Want om een akkoord te vinden zal de Vlaamse overheid zeker toegevingen moeten doen over de autodruk vanuit Vlaanderen naar Brussel, bijvoorbeeld wat betreft parkeerterreinen waar pendelaars op de trein of metro kunnen overstappen.