Op reis met Vlaamse meesters: De kerk die elke vliegtuigpassagier van Zaventem herkent

"Op reis met Vlaamse meesterwerken" leidt je elke week naar een plek in Vlaanderen of Brussel waar onze grootste schilders hun schildersezel opstelden.  Ooit vonden schilders het de volmaakte plekken om verzinnelijkt te worden op het canvas. Vaak zijn ze het nu nog. Soms zijn ze het niet meer. Het schilderij van toen en het beeld van nu.

Vandaag: "Bedevaart naar Diegem" van Charles Degroux of het diepreligieuze verhaal van de kerk met het lichtgevend kruis

De Sint-Catherinakerk van Diegem staat niet in de toerismegidsen maar is zonder twijfel een van de bekendste kerken van Vlaanderen. Velen moeten de kerk kennen van het lichtgevend kruis op de toren. Daarmee wordt al decennialang het luchtverkeer van Zaventem gewaarschuwd. Het kruis zorgt ervoor dat de kerk zichtbaar is van op de Woluwelaan, de E40 en de spoorlijn Brussel-Leuven. Ook vanuit de raampjes van een cirkelend vliegtuig is het kruis een baken voor iedereen die wel eens in Zaventem is opgestegen. Het kruis wordt gefinancierd door Brussels Airport. Naast een veiligheidswaarschuwing voor de kerktoren, dient het als lichtbaken voor piloten.

Ook de toren in de vorm van een pauselijke kroon of tiara maakt de Diegemse kerk bijzonder. De barokke toren werd in 1654 opgericht ter ere van de Heilige Cornelius, de vroegchristelijke paus en martelaar. Op de zware vierkante onderbouw staat een zandstenen spitstoren in de vorm van de drie kronen van een tiara. Het hele gebouw is trouwens opgetrokken uit witgrijze kalkzandsteen uit de streek. Later kreeg de kerk er met Sint-Catharina nog een tweede schutsheilige bij. Vandaar dat het gebouw zich voluit wel eens "Sint-Cornelius en Sint-Catherinakerk" laat noemen.

De Diegemse kerk is een rijkelijk uitgeruste kerk en dat heeft ze volledig te danken aan de offers van bedevaarders gedurende eeuwen. Symbolisch is het enorme eikenhouten offerblok met indrukwekkend solide hangsloten. Lang bestond de gewoonte om levende dieren als offer te schenken aan de kerk. Nog steeds is er een klein offerloket in de kerk.

Vroomheid of naïviteit?

In 1857 schilderde Charles Degroux het jaarlijkse hoogtepunt, de bedevaart op paasmaandag."Bedevaart naar Diegem" is een volmaakt voorbeeld van hoe de sociaal-realistische schilder Degroux religieuze onderwerpen combineerde met wereldse problemen.

Bedevaarders trekken zoals ieder jaar op paasmaandag naar Diegem om de relieken van de paus en martelaar Sint-Cornelius te vereren. De figuren zijn statig en somber met uitdrukkingsloze gezichten. De kleuren zijn getemperd en vaal. Langs links betreedt de meest opgesmukte klasse de kerk. Op de voorgrond zit een bedelende vrouw met kinderen en hondenkar. Van rechts komen de gewone devote gelovigen. Ze lijken laatdunkend weg te kijken en meer aandacht te hebben voor het aansteken van noveenkaarsen, dan voor de bedelaars.

Charles Degroux schilderde vele bedevaarten, processies en andere katholieke rituelen. Religieuze thema's waren voor hem een wezenlijk deel van het leven van de gewone man dat hij wilde tonen. Hij leek eerder bewondering voor de vroomheid en de nederigheid van de gelovige te hebben. Of wilde hij ook de bijgelovigheid en naïviteit van het onwetende volk bewijzen?

De onvermijdelijkheid van armoede

Het decor van het sociaal-realistisch werk van Charles Degroux is de snel opkomende industrialisering. De sociale tegenstellingen beginnen zich scherp te stellen. Armen trekken massaal naar de stad. Het straatbeeld wordt bepaald door bedelaars, zwervers en leurders. Er is de opkomst van de caritas, maar tegelijk groeit de irritatie bij de stedelijke bourgeois.

Degroux kwam aan de kost met klassieke historische taferelen, maar breidde geleidelijk zijn geëngageerde oeuvre uit. "De dronkaard" laat het alcohol­misbruik zien, "De koffietrommel" de straatarmoede. Andere sprekende titels zijn "Soep voor de armen", "De uitdrijving" en "De armenbank". Degroux werd verweten socialist te zijn, maar tegelijk kwamen de afnemers van zijn schilderijen uit burgerlijke kringen. Een beeldenstormer in de Belgische kunst is hij nooit geworden. Degroux wilde eerder dan de armoede aan te klagen, de onvermijdelijkheid ervan tonen. Hij wilde empathie kweken voor het lot van de minder fortuinlijken en zijn publiek ontroeren met de emotionele intensiteit van zijn werk.

Het negentiende-eeuwse realisme kreeg herhaaldelijk de kritiek dat het de gewone man te veel afbeeldde in een troosteloze context. Dat hem elke hoop werd ontzegd. De schilders van het realisme werkten nu eenmaal voor een bemiddelde klasse. Die wilde zich nogal eens vergenoegen in de tegenspoed en de levenswijze van de onderste rang.

Het oeuvre van Charles Degroux heeft vandaag onmiskenbaar een documentaire waarde. Zijn schilderijen duiken nog heel frequent op in historische of sociaal-economische publicaties over armoede of sociale ontwikkeling.

Afgebroken door Duitse bezetter

Charles Degroux schilderde op "Bedevaart naar Diegem" het portaal aan de noordelijke kant van de kerk. Geometrisch kloppen niet alle verhoudingen, maar dat was vaak de laatste zorg van de negentiende-eeuwse historieschilders. Voor details was wel oog. De boogpoort laat de beeltenissen zien van Sint-Cornelius, geflankeerd door de Heilige Catherina en de Heilige Rochus.

Het zal weinigen nog verwonderen, van de bedevaarttraditie blijft vandaag niet veel meer over. Andere Diegemse tradities houden wel stand op paasmaandag: de paaskermis en de jaarmarkt. De Diegemenaars blijven nog om een andere reden fier op hun kerk. De pauselijke toren overleefde ternauwernood de Tweede Wereldoorlog. De Duitse bezetter liet de toren steen per steen afbreken om de oorlogsvliegtuigen die in Melsbroek opstegen niet te hinderen. Pas in 1951 was de heropbouw, opnieuw steen per steen, voltooid.

"Bedevaart naar Diegem" van Charles Degroux hangt in het Museé des Beaux Arts in Doornik