Op reis met Vlaamse meesters: De meest iconische muur van Vlaanderen, na die van Geraardsbergen

Elke week leiden Jos Vandervelden en fotograaf Alexander Dumarey je naar een plek in Vlaanderen of Brussel waar onze grootste schilders hun schildersezel opstelden.  Ooit vonden schilders het de volmaakte plekken om verzinnelijkt te worden op het canvas. Vaak zijn ze het nu nog. Soms zijn ze het niet meer. Het schilderij van toen en het beeld van nu.

Vandaag: "De dode" van Eugene Laermans of hoe de witte muur van Wemmel de eeuwigheid kreeg

Eugene Laermans schilderde 'De dode' in 1904, een tragisch tafereel dat hij met eigen ogen had aanschouwd. Tijdens zijn studententijd zag hij een dode wegslepen langs de felwitte muur die het parochiehuis van Wemmel omringde. De man bleek verdronken. Het maakte een blijvende indruk op hem. De witte muur zou Laermans blijvend associëren met ellende en onheil. Hij zal herhaaldelijk terugkeren in zijn schilderijen. De muur werd een stijlfiguur voor uitzichtloosheid en vervreemding. Zelfs andere schilders namen later de muur uit Wemmel over.

Hoe de drenkeling precies aan zijn einde is gekomen, is niet geweten. Laermans toont enkel dat hij werd beweend door zijn geliefden, waarschijnlijk vrouw en kind. Het hele beeld met de statige, maar gebogen figuren roept herinneringen op aan tableaus met grafleggingen zoals ze in de renaissance werden geschilderd.

De Laermansmuur

De witte muur uit het schilderij ligt er nog helemaal bij zoals Laermans hem schilderde. Het is te danken aan een restauratie uit 2004. Iets wat waarschijnlijk nooit zou gebeurd zijn, mocht Laermans de muur niet vereeuwigd hebben. De monumentale muur is intussen ook bekend als de Laermansmuur.

De witgeschilderde bakstenen en de uitspringende zware steunberen zijn de keermuur van de tuin van de Sint-Servatiusparochie langs de Dr. H. Folletlaan. Deze rechte en dalende straat vertrekt bij de Kerk en ging oorspronkelijk door het kasteeldomein van het lager gelegen Kasteel van Wemmel. De originele muur dateert waarschijnlijk al van het einde van de achttiende eeuw, maar was in verval geraakt. Sinds de restauratie heeft Wemmel er een fraai stuk dorpsgeschiedenis bij. Al is hij al lang niet meer herkenbaar als het symbool van pijn en ellende zoals hij dat was voor de jonge Laermans. Het wit van de muur is vandaag helaas verleidelijk voor een ander soort schilders: graffitispuiters.

Voor de wroeters en de berooiden

"De dode" is op alle manieren typisch Laermans. Gebogen figuren, geschilderd vanop de rug, schrijden langzaam en doelloos voort. Het zijn de armen, de wroeters en de berooiden, de slachtoffers van de industrialisatie van de negentiende eeuw. Ze lijken enkel nog elkaar te hebben.

De grote aantallen verpauperden in het Brusselse, de sociale onrust en de stakingen begeesterden Laermans . Hij was nochtans afkomstig uit een welvarende familie uit Sint-Jans-Molenbeek. Mogelijk was het zijn beroerde gezondheid die bij hem zoveel erbarmen opwekte voor de minstbedeelden van zijn tijd. Een heel deel van zijn jeugd had de jonge Laermans in isolement doorgebracht na een hersenvliesontsteking. Hij hield er spraak- en gehoorproblemen aan over.

Miserabilistische kunst

Laermans was een zonderling, ook voor kunstkenners. Zijn geëngageerde kunst stak schril af tegen de esthetisering van de kunst uit de belle epoque. Zijn sociale bewogenheid werd als simplistisch afgedaan. Hij was geen vriend aan huis in de kunstsalons. Toch zou de kunstenaar nog bij leven formele erkenning krijgen van de Koninklijke Academie en een baronstitel uit de handen van Koning Albert I. Ruim honderd jaar later is zijn miserabilistische kunst hoofdzakelijk een belangrijk tijdsbeeld. Helaas vindt ze nog steeds een spiegel in de actualiteit van vandaag.

"De dode" van Eugene Laermans hangt in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Brussel