Op reis met Vlaamse meesters: Hoe boer Henri en Adèle uit Astene in de kunstgeschiedenis terechtkwamen

Elke week leiden Jos Vandervelden en fotograaf Alexander Dumarey je naar een plek in Vlaanderen of Brussel waar onze grootste schilders hun schildersezel opstelden.  Ooit vonden schilders het de volmaakte plekken om verzinnelijkt te worden op het canvas. Vaak zijn ze het nu nog. Soms zijn ze het niet meer. Het schilderij van toen en het beeld van nu.

Vandaag: "De bietenoogst" van Emile Claus uit 1890 of de twijfelachtige schoonheid van de landarbeid in een bocht van de Leie

Henri en Adèle uit Astene hebben het nooit geweten, maar hun geploeter is geschiedenis geworden. Het boerenechtpaar heeft de hoofdrol op "De bietenoogst" van Emile Claus. Het schilderij staat vandaag op de Vlaamse topstukkenlijst, is het pronkstuk van het Museum van Deinze en de Leiestreek en vond zelfs zijn weg naar een lijst met de belangrijkste Belgische kunstwerken. Maar minstens zo verbazend is dat het stuk land aan de boorden van de Leie er 130 jaar later nog redelijk ongeschonden bij ligt. De opmars van de luxe-verkavelingen is er gestopt en de boer bewerkt nog steeds het land, zij het met zware landbouwmachines.  

© www.lukasweb.be - Art in Flanders vzw

Emile Claus schilderde “De bietenoogst” op een bietenveld, dicht bij zijn huis en atelier,  de door hemzelf zo gedoopte “Villa Zonneschijn” in Astene bij de Leie.  Het is  een monumentaal doek, een bijna levensecht “tranche de vie" van 3,30 meter hoog en 4,80 meter breed.  Claus werkte vermoedelijk in de najaarsmaanden van 1888 en 1889 aan het doek, tijdens de volle bietenoogst. De schilder stelde het enorme canvas, hangend aan een staketsel integraal op in de open lucht van het bietenveld. Om aan het bovenste deel te kunnen werken, liet de schilder zelfs een greppel graven waarin hij het doek kon laten zakken.

Getergde rug, verkleumde handen

Claus liet vaak figuranten uit Astene poseren. Adèle Rogghe en Henri Van Laere waren buren en figureren in “De bietenoogst” op de voorgrond. Boerenvrouw Adèle zorgt voor het meest dramatische element van het schilderij. Ze recht haar getergde rug en blaast haar verkleumde handen warm terwijl de andere boeren het labeur met spade en bietenstekers verder zetten . “Elk schilderij van Claus heeft eene geschiedenis, is eene geschiedenis”, zo vatte schrijver Karel van de Woestijne het oeuvre van de kunstenaar samen.

De laatste verftoets van “De bietenoogst” werd aangebracht in 1890. Het was uitgerekend het rumoerige jaar van straatmarsen voor de achturige werkdag en de allereerste Internationale Dag van de Arbeid. Sociale thema’s beheersten politiek en maatschappij. Waar de oogst en het landleven vaak idyllisch werden voorgesteld, mocht nu de ploeterende en zwoegende landarbeider getoond worden.

Emile Claus was nochtans verre van een oproerkraaier. Hij was nog maar net in een naar toenmalige normen luxueus huis in Astene getrokken. Zijn werk werd gesmaakt en gekocht door de burgerij die kunst op een zondagmiddag ging bewonderen. Ze stond in twijfelachtige bewondering voor dit soort visualisering van het landleven, voor de lichamen die roken naar zweet en zich bogen over de zware grond.

Eenheid van mens en natuur

Meer dan een realist was Emile Claus dan ook een landschapsschilder. De boeren in “De bietenoogst” zijn niet los te zien van het Leielandschap. Claus wilde de eenheid van mens en natuur laten zien. De figuren op de voorgrond, de forse bieten en de driewielige koeienkar zijn gedetailleerd uitgewerkt. Ze gaan helemaal op in het landschap dat wazig en mistig is, en baadt in de ochtendkoude. Voor een van de laatste keren zou Claus het licht nog schilderen als iets dat een zwaarmoedige sfeer  uitdrukte. Niet veel later ontdekt hij het parelende licht van de zon, en zou zijn luministische periode aanbreken.

Al veranderde zijn stijl, alles wijst er op dat Emile Claus “De bietenoogst” heel genegen is gebleven.  Het werk kreeg van de schilder zelfs een koosnaam. Hij noemde het “zijn betteraven” en het zou heel zijn leven in zijn atelier blijven hangen. Jaren na zijn dood, in 1942 schonk zijn weduwe het doek definitief aan het Museum van Deinze en de Leiestreek.

Villa Zonneschijn

De plek waar Emile Claus met doek en staketsel naar toe trok is vandaag nog steeds landbouwgrond.  Henri en Adèle hebben hun bieten geoogst aan een Leiebocht op de grens van Astene en Deurle ter hoogte van de huidige Xavier De Cocklaan(N43).  Door begroeiing is de weidsheid er vandaag een stuk minder, maar de bebouwing is hier gelukkig gestopt.  Ook "Villa Zonneschijn" ligt nog steeds op loopafstand. Het landhuis van Emile Claus werd na zijn dood tijdelijk ingericht als museum. Nu is het in privéhanden. Een witmarmeren grafmonument voor Emile Claus siert de voortuin.

"De bietenoogst" van Emile Claus hangt in het Museum van Deinze en de Leiestreek in Deinze (Mudel)