ImageGlobe

De partijfinanciering na de verschuivingen in het politieke landschap: wie wint, wie verliest?

De verkiezingsuitslagen hebben ook duidelijke gevolgen voor de partijfinanciering van de politieke partijen. De dotatie van Vlaams Belang verhoogt met 5,5 miljoen in vergelijking met wat de partij van voorzitter Tom Van Grieken tot nu toe ontving van de overheid. De N-VA boekt dan weer het grootste verlies, zo blijkt uit een doorrekening van de KU Leuven. 

In totaal staat de overheid in voor 82 procent van de financiering van de politieke partijen. De electorale sterkte per partij bepaalt daarbij in grote mate de onderlinge verdeling.

Iets minder dan 60 procent van de financiering wordt toegekend op federaal niveau. In de Kamer ontvangt iedere partij 3,3 euro per behaalde stem. In de Senaat ligt dit bedrag iets lager, daar moeten de partijen het stellen met 1,32 euro per stem. Daarbovenop komen ook nog eens de zogenaamde fractietoelagen. Die zijn goed voor 64.194,47 euro per fractielid in de Kamer en iets meer dan 24.000 euro per kop in de Senaat.

Voorwaarden voor deze inkomsten zijn uiteraard wel dat de partij vertegenwoordigd is in de Kamer en dus de kiesdrempel van 5 procent heeft weten te halen. Om erkend te worden als een fractie, moet de partij zelfs minstens 5 leden kunnen afvaardigen.

Tegelijk krijgen de partijen zo'n 30 procent van de inkomsten via het regionale niveau. In het Vlaams Parlement levert een stem financieel iets meer op dan in het federaal halfrond. Per stem ontvangt een partij hier 2,05 euro. De fractietoelagen op Vlaams niveau zijn dan weer een pak minder en komen uit op 32.581,31 euro per lid en dit zodra de fractie drie leden of meer telt. 

Vlaams Belang krijgt financiële injectie

De sterke opgang van Vlaams Belang vertaalt zich op die manier ook zeer duidelijk in extra financiële middelen voor de partij. In totaal krijgt de partij er op federaal niveau 3,8 miljoen euro bij. Op Vlaams niveau komt daar nog eens 1,65 miljoen extra bovenop. Een stijging van in totaal 5,5 miljoen euro per jaar. Het brengt het totaal voor de partij per jaar voor de komende legislatuur jaarlijks op 7,7 miljoen euro.

Ook de bijdrage voor Groen stijgt. Met een jaarlijks inkomen van 4,3 miljoen euro gaat de partij van voorzitter Almaci er driekwart miljoen op vooruit. 

De N-VA gaat het sterkst achteruit door de verkiezings­uitslag. De partij  behoudt wel de grootste bijdrage van allemaal, maar ziet de totale inkomsten van 13 miljoen naar 10,5 miljoen euro teruglopen.

Ook de drie traditionele partijen moeten allemaal fors inboeten. Samen lopen hun inkomsten terug met om en bij de 4 miljoen. 

Personeelsbestand

Ook de hoeveelheid personeelsleden hangt af van de electorale sterkte van de partijen. Opnieuw kan het Vlaams Belang hier dus het meest van profiteren. De uiterst rechtse Vlaams-nationalisten krijgen er 70 personeelsleden bij en brengen hun totaal zo op 87.

De N-VA is hier niet de grootste verliezer. Zij zien hun personeelsaantal verminderen met 25, terwijl de CD&V nog een personeelslid extra moet inleveren. 

Systeem onder vuur

Het systeem van de partijfinanciering in de Belgische politiek oogst de jongste jaren veel kritiek. Vooral de erg grote bedragen in vergelijking met de buurlanden (in totaal zo'n 72 miljoen euro per jaar voor alle partijen samen) wordt door velen in vraag gesteld. Ook binnen de partijen zelf gaan steeds meer stemmen op die pleiten voor een vermindering van dit bedrag. 

De financiering zoals we die vandaag kennen wordt bepaald door de wet d'Hoore, die in 1989 werd goedgekeurd. Die kwam er destijds om de transparantie te verhogen. 

Politicoloog Bart Maddens bestudeert al jaren de partijfinanciering en ook hij is voorstander van een herziening. Maddens, die ook mee aan deze berekening werkte, pleit voor de invoering van een systeem van “matching funds”, zoals dat bijvoorbeeld in Duitsland wordt gehanteerd. Dat houdt in dat de overheid voor iedere gift die een partij krijgt een derde toevoegt (een duidelijk verschil met de 82 procent die de overheid nu voorziet). 

Dit systeem combineert een vorm van overheidsfinanciering met middelen uit de samenleving. Dit is mogelijk ook voor de partijen zelf interessant, omdat het een extra vorm van feedback op de acties van de partij voorziet.