De vijf boeken die het leven van Gerda Dendooven veranderd hebben

Gerda Dendooven is illustratrice en auteur van kinderboeken. Vorig jaar publiceerde ze een eerste roman: “Tabac”. Ze is een groot liefhebber van “oude boeken”, want ze noemt zichzelf “een beetje ouderwets”. Humor en waanzin vormen de rode draad in haar boekenkeuze. Ze heeft duidelijk een zwak voor schrijvers en boeken met een hoekje af.

Op de atelierzolder van Gerda Dendooven staan de boeken tot in de nok van het dak. Ze heeft een flinke stapel klaargelegd op de lange werktafel. Zo veel is duidelijk: we hebben te maken met een gretige lezer.  "Het lezen heeft een beetje stil gelegen toen mijn kinderen klein waren, jammer, maar dat had met tijd te maken. Nu ze veel ouder zijn heb ik veel in te halen. Ik ben een grote lezer, ik vind boeken fantastisch."

Ik ben verknocht aan het papieren boek

Meestal leest Dendooven ’s avonds in bed, “daar kan ik echt naar uitkijken” en op reis. “Ik ben nog altijd verknocht aan het papieren boek. Ik heb even een e-reader geprobeerd, maar dat lukte niet goed. Ik voel graag het volume van een boek; ik wil weten hoe ver ik ben. Dat gevoel heb je niet als je scrolt.”

“Ik begin bij het begin: we hadden weinig boeken thuis. De leeshonger was er, maar de boeken niet. Tot ik naar de bibliotheek van de zusters mocht gaan. Die boeken waren ingepakt in bruin kaftpapier; je kon de omslagen niet zien. Toen de gemeentelijke bibliotheek openging werden de kaften eraf gehaald. De grot van Ali Baba ging open!”

"Emil" (of "Michiel") - Astrid Lindgren

Een van de eerste boeken die Gerda Dendooven op basis van de kaft mee naar huis nam was “Michiel” van de Zweedse schrijfster Astrid Lindgren (1907-2002), omdat er op stond: “Dit is Emil van de TV”. 

“De foto deed bij me een belletje rinkelen. De reeks liep op de Nederlandse televisie. Ik koester de uitzendingen nog altijd omdat ik mezelf herkende in het jongetje, met een nogal rechtlijnige vader en een lieve mama. Emil werd vaak gestraft; hij moest dan in een timmerhokje zitten en daar sneed hij houten poppetjes. Ik zat ook vaak in een tuinhok te knutselen.”

Dit ben ik, een kind dat streken uithaalt, vaak onopzettelijk, maar dat ook heel lief is en begaan met mensen en dingen 

“Als ik het nu opnieuw lees, dan vind ik dat Lindgren de psychologie van de personages fantastisch heeft kunnen schetsen, heel helder en to the point."

Lees verder onder de trailer van "Emil":

Hoe doet Astrid Lindgren dat toch, zo gebald schrijven, vraagt Gerda Dendooven zich af. "Dat is iets wat kinderboekenschrijvers doen:  helder schrijven en reduceren tot de kern. Vaak worden ze daar ook op afgerekend. Ze worden vaak minder ernstig genomen dan auteurs voor volwassenen. Helemaal onterecht in het geval van Lindgren," vindt Gerda Dendooven.  “Ze neemt het kind au serieux, ze heeft een groot hart voor kinderen, voor hun verdriet en hun verbeelding.” 

Astrid Lindgren is een klassieker. Ze weet de ziel van het kind te raken, maar is nooit neerbuigend 

Zou Gerda Dendooven ervoor voelen om de boeken van Astrid Lindgren zelf te illustreren? “De oorspronkelijke ronde, beweeglijke tekeningen van Björn Berg vind ik fantastisch; dat kan ik nooit evenaren. Daar begin ik dus niet aan.  Ik heb het een paar keer gedaan voor Annie M. G. Schmidt, maar ook daar voelde ik dat Fiep Westendorp ongenaakbaar verweven is met Schmidt.”

Het eerste boek dat Gerda Dendooven midscheeps raakte was dus een “boek-van-de-tv”.  “Films gaan rapper en alles wordt voor jou gedaan. Kleur, geur, klank, licht, karakters worden allemaal voor jou neergezet en je hebt maar te volgen. Bij een boek moet je zelf alles invullen en dat gaat trager. Kinderen hebben dat geduld soms niet meer; er is zo veel te beleven. Maar in dit geval heeft de film mij aangezet om het boek te lezen. Het is niet of-of, het is en-en.”

"Narziss en Goldmund" - Hermann Hesse

Gerda Dendooven jongleert met boeken tot ze een nummer twee heeft: “Narziss en Goldmund” van de Duitse auteur Hermann Hesse (1877-1962), een cultroman over de strijd tussen geest en lichaam, waarin de intellectuele Narziss de artistieke Goldmund overtuigt om de wijde wereld in te trekken en beeldhouwer te worden. 

Dendooven: “Ik was 16 toen ik dit las, op vakantie in Griekenland. Ik zie me nog liggen op een steen met dit boek. Er woedde toen een conflict tussen mijn hoofd en mijn hart. Wat zal ik studeren? Ik zat in een theatergroep en tekende op de academie, maar ik had geleerd: eerst het hoofd en dan het hart. Dat klopt natuurlijk niet, die twee gaan samen. Maar ik was verkrampt, schuwde emoties, liet het leven aan mij voorbijgaan.  Kop gebruiken, zei ik tegen mezelf, laat die verliefdheden niet toe."

"Toen las ik “Narziss en Goldmund”, dat precies over dit conflict tussen hoofd en hart gaat. Narziss overtuigt Goldmund om los te laten. Het is een ontzettend aangrijpend boek, over de twee polen van een mens, uitgesplitst in twee karakters. Het gaf me inzicht in het conflict dat ook in mij aan de gang was.” 

Heeft het haar keuze beïnvloed om kunstenaar te worden? “Na het lezen van dit boek heb ik toch voor mijn hart gekozen. Maar ik blijf iemand die erg beredeneerd is (lacht). Er zit wel een betere balans in. Zelfs al “smijt ik mezelf”, dan behoud ik toch de controle. Geen avonturen, maar berekende risico’s voor mij.”

"Petersburgse vertellingen" – Nikolaj Gogol

“Het was de periode dat ik in een theatergroep zat, geïnspireerd op de ideeën van Rudolf Steiner. We maakten zelf decors, kostuums, we bewerkten tekst voor theater. Het eerste stuk waar ik in meespeelde was “Dagboek van een gek” van Nikolaj Gogol. Onlangs heb ik de foto’s teruggezien: ik had twee lange paardenstaarten.”

Ik speelde de hond, gezeten aan een tafeltje

“Ik kende Gogol niet, maar alles klopte. Ik verstond dat, ik begreep wat er in het hoofd van de schrijver gebeurt. Het was een eye-opener. Meteen was de liefde voor Gogol geboren, een van de strafste schrijvers ooit. Ik werd ook verliefd op de hele Russische literatuur”

Nikolaj Gogol (1809-1852) schreef romans en poëzie. “Hij stierf vrij jong en dat voel je in die compacte verhalen, over de menselijke roerselen en over hoe vreemd de mens is. Gogol is depressief en gek geworden. Ik heb affiniteit met gekte, met het doorgronden van de menselijke psyche,” bekent Gerda Dendooven.

Ik ben altijd heel erg geboeid door waanzin 

“Als jong mens gaat je hoofd nog in alle richtingen. Je probeert vat te krijgen op de dingen, maar je hebt flarden van waanzin die passeren. Ik voelde die storm bij Gogol. Het absurde en de wrange humor vind ik geweldig. Ik ben dan ook een beetje verliefd op zo’n schrijver, zelfs al is hij al honderden jaren dood.”

Het scheelde weinig of Gerda Dendooven was actrice geworden in plaats van tekenares. Ze speelde zelf toneel in de middelbare school, en schreef zich in voor het toegangsexamen van Studio Herman Teirlinck.

Ingangsexamen in een maillot? No way!

“Ik moest een klassieke monoloog brengen, een improvisatie en nog iets in een maillot. No way! Ik had een West-Vlaamse tongval en zou dan nog eens in maillot over een podium moeten kronkelen?” lacht Dendooven. 

“Toen ben ik beeldende kunsten en grafiek gaan doen. Ik heb tien, twaalf jaar spijt gehad dat ik het risico niet had genomen, maar via een boog is het theater weer tot bij mij gekomen. Af en toe sta ik nog eens op een podium, maar liefst om beelden en tekeningen te maken, in een hoekje. Niet te veel in de spotlights.” 

"Ik zat op het dak" – Daniil Charms

Gerda Dendooven is helemaal weg van de Russische absurdistische schrijver Daniil Charms (1905-1942). In de jaren dertig, onder Stalin, werd hij verbannen. Na zijn terugkeer schreef hij enkel nog kinderverhalen, tot hij tijdens het beleg van Leningrad in de Tweede Wereldoorlog krankzinnig werd verklaard. Hij stierf in een instelling.

“Ik zat op het dak” van Charms zit vol briefjes. “Omdat ik voor mijn studenten op LUCA School of Arts stukjes voorlees waarbij ze instant moeten tekenen.”  

Charms was instant liefde

“Uitgeverij Querido vroeg mij illustraties te maken voor de vertaling van kinderverhalen van Charms. En Peter Vermeersch, die een theatervoorstelling maakte over Charms, vroeg mij om een platenhoes te tekenen. Ik weet niet meer wat er eerst was. Maar Charms kwam op twee manieren mijn leven binnen en het was instant liefde! Hij is ook zot geworden, natuurlijk…” 

“Op het eind van elk kort stukje maakt Charms een “twist” in zijn redenering, waardoor je je afvraagt: hé, waar staan we nu? Ik hou van zijn humor, zijn filosofische spinsels over intellectuelen, over vrouwen, over zijn eigen zieleroerselen. Wat er in zijn hoofd gebeurt, die afwisseling van luciditeit en waanzin, dat inspireert mij altijd.”

Gerda Dendooven vindt het “verschrikkelijk” hoe iemand pas na zijn dood gelezen wordt. En ze bekent: “Ik heb zelf veel korte stukjes geschreven, in navolging van Charms. Ze zijn nog nooit gepubliceerd." 

Le perce-oreille du Luxembourg (“Doodzonde”) – André Baillon

Tijd voor het vijfde boek. Gerda Dendooven twijfelt tussen Carson McCullers, Guy de Maupassant, Charles Dickens, Hans Fallada, en natuurlijk ook “Alice in wonderland” van Lewis Carroll - “voor mij de evidentie zelve, maar dat heb ik al zo vaak verteld”. Uiteindelijk kiest ze voor “Le perce-oreille du Luxembourg” van André Baillon, “omdat ik vind dat hij in eer hersteld moet worden”.

De kiekens maakten te veel lawaai om te schrijven

“Ik heb Baillon toevallig ontdekt in “De Slegte”, waar ik drie boeken tegelijk kocht, uitgegeven door Dedalus, met een goed voorwoord van Frans Denissen.” (Die ook een biografie over Baillon schreef, red.)

André Baillon (1875-1932) was een Antwerpse auteur die in het Frans schreef. “Iemand van twaalf stielen, dertien ongelukken”, zegt Gerda Dendooven. “Hij jaagde er een grote erfenis door, leidde een liederlijk leven, trouwde met een prostituee en belandde in Parijs, waar alles begon af te glijden. Waren het drank en drugs? Cocaïne en absint? Het waren er de tijden voor.”

Baillon keerde terug naar België, om een kippenkwekerij te beginnen in de Kempen. “Maar die kiekens maakten veel te veel lawaai om te schrijven!” De onderneming mislukte weer, maar leidde wel tot de roman “Op klompen”.

Baillon is een ontzettend onderschatte schrijver

In “Doodzonde” of “Le perce-oreille du Luxembourg” in 1923 beschrijft hij hoe hij waanzinnig wordt. “Hoe hij in de Jardin du Luxembourg een soort worm ziet, die in zijn oor kruipt… hoe iemand dat zo lucide, en bijna nonchalant kan beschrijven! To the point, geestig zelfs, waw!” klinkt het bewonderend bij Gerda Dendooven.

Met Baillon kwam het niet meer goed. Hij belandde in de psychiatrie en ondernam verschillende zelfmoordpogingen. In 1932 lukte het; hij omringde zich met witte bloemen en slikte een dodelijke dosis slaapmiddelen. 

Gerda Dendooven vindt het ook een boeiende tijd, die jaren 20 in de literatuur, “met meer persoonlijke getuigenissen, vanuit het ik-perspectief.”

"Meneer papier" op televisie

De grote lezer die ze is verzucht: “ O, er is nog zoveel dat ik zou moeten lezen. En wat moet ik daar nog aan toevoegen?  Maar zoals iemand me ooit zei: ja, er is al heel veel gedaan, maar niet door mij!” Waar is Gerda Dendooven op dit moment mee bezig, trouwens?

“Er is een animatiereeks in de maak van “Meneer papier”. Nederland, Duitsland, Ketnet in Vlaanderen doen mee. 26 afleveringen, waarvoor ik de storyboards maak en nieuwe scenario’s met Elvis Peeters. Het animatiewerk zelf is voor andere mensen. Het komt wel pas over een jaar of twee op televisie.”

Gerda Dendooven: “Er staan nog drie andere projecten tegelijk op stapel, en de opstart is soms vervelend: waar begin ik mee?  Ik moet me focussen op één ding, zodat dat in gang schiet. Soms zit ik hier, in mijn atelier en vraag ik me af: wat ga ik een keer doen?” (lacht hartelijk)

Bekijk hier "Dagelijkse kunst" van Klara met Gerda Dendooven (21 december 2018):

Video player inladen ...

Zin in meer boekentips? Ga dan naar de website langzullenwelezen.be. Neus rond in de boekenkast van bekende boekenwurmen, vrienden, familie, buren, collega's en ontdek wat zij van hun boeken vinden. Maak ook zelf je eigen boekenkast en geef bij elk boek je ongezouten mening en score.